[1] Zeijl, Crone, Wiefferink, Keuzenkamp, Reijneveld. Kinderen in Nederland SCP/TNO 2015
Lees meer in de onderliggende hoofdstukken.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Inleiding Ga naar pagina over Inleiding
1 Kennismodule Ga naar pagina over 1 Kennismodule
2 Preventie Ga naar pagina over 2 Preventie
3 Signaleren Ga naar pagina over 3 Signaleren
4 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 4 Samenwerken en verwijzen
5 Begeleiden Ga naar pagina over 5 Begeleiden
6 Totstandkoming richtlijn Ga naar pagina over 6 Totstandkoming richtlijn
7 Verantwoording Ga naar pagina over 7 Verantwoording
8 Bijlagen Ga naar pagina over 8 Bijlagen
Inleiding Ga naar pagina over Inleiding
1 Kennismodule Ga naar pagina over 1 Kennismodule
2 Preventie Ga naar pagina over 2 Preventie
3 Signaleren Ga naar pagina over 3 Signaleren
4 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 4 Samenwerken en verwijzen
5 Begeleiden Ga naar pagina over 5 Begeleiden
6 Totstandkoming richtlijn Ga naar pagina over 6 Totstandkoming richtlijn
7 Verantwoording Ga naar pagina over 7 Verantwoording
8 Bijlagen Ga naar pagina over 8 Bijlagen
Lees meer in de onderliggende hoofdstukken.
Deze richtlijn heeft geen bijgevoegde bestanden
[1] Zeijl, Crone, Wiefferink, Keuzenkamp, Reijneveld. Kinderen in Nederland SCP/TNO 2015
[2] Huisman J., Flapper B.C.T., Kalverdijk L.J., L’Hoir M.P., van Weel E.A.F.. Gedragsproblemen bij kinderen 2010
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-313-8657-4 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-313-8657-4[3] World Health Organization. Mental health investment case: a guidance note. 2021
https://www.who.int/publications/i/item/9789240019386[4] Klein Velderman M, Crone MR, Wiefferink CH, Reijneveld SA. Identification and management of psychosocial problems among toddlers by preventive child health care professionals European Journal of Public Health 2009;20(3):332
http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/ckp169 http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/ckp169[5] Arslan İB, Lucassen N, van Lier PAC, de Haan AD, Prinzie P. Early childhood internalizing problems, externalizing problems and their co-occurrence and (mal)adaptive functioning in emerging adulthood: a 16-year follow-up study Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol 2021/02/;56(2):193
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-020-01959-w https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32964254 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32964254[6] Reijneveld SA, Vogels AGC, Hoekstra F, Crone MR. Use of the Pediatric Symptom Checklist for the detection of psychosocial problems in preventive child healthcare BMC Public Health 2006/07/27;6():197
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2458-6-197 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16872535 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16872535[7] Theunissen MH, de Wolff MS, Reijneveld SA. The Strengths and Difficulties Questionnaire Self-Report: A Valid Instrument for the Identification of Emotional and Behavioral Problems Academic Pediatrics 2019;19(4):471
http://dx.doi.org/10.1016/j.acap.2018.12.008 http://dx.doi.org/10.1016/j.acap.2018.12.008[8] Kemper H.C.G.. Gezondheid van jongeren en jongvolwassenen in Nederland vanuit het perspectief van de voeding Informatorium voor Voeding en Diëtetiek 2013
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-0510-0_2 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-0510-0_2[9] Gutman LM, Codiroli McMaster N. Gendered Pathways of Internalizing Problems from Early Childhood to Adolescence and Associated Adolescent Outcomes J Abnorm Child Psychol 2020/05/;48(5):703
http://dx.doi.org/10.1007/s10802-020-00623-w https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32040796 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32040796[10] Zahn-Waxler C, Shirtcliff EA, Marceau K. Disorders of Childhood and Adolescence: Gender and Psychopathology Annual Review of Clinical Psychology 2008;4(1):275
http://dx.doi.org/10.1146/annurev.clinpsy.3.022806.091358 http://dx.doi.org/10.1146/annurev.clinpsy.3.022806.091358[11] Kerr DCR, Lopez NL, Olson SL, Sameroff AJ. Parental Discipline and Externalizing Behavior Problems in Early Childhood: The Roles of Moral Regulation and Child Gender Journal of Abnormal Child Psychology 2004;32(4):369
http://dx.doi.org/10.1023/b:jacp.0000030291.72775.96 http://dx.doi.org/10.1023/b:jacp.0000030291.72775.96[12] Bannink R., Broeren S., Heydelberg J., van ’t Klooster E., van Baar C., Raat H.. Proces- en effectevaluatie van een extra contactmoment in het mbo (Your Health) om de gezondheid en het gedrag van adolescenten te bevorderen JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2015;47(2):29
http://dx.doi.org/10.1007/s12452-015-0009-7 http://dx.doi.org/10.1007/s12452-015-0009-7[13] Boer, van Dorsselaer, de Looze, de Roos, Brons, van den Eijnden, Stevens. HBSC 2021. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. 2022
[14] Zijlmans J, Luijten M, van Oers H, Tieskens J, Alrouh H, Haverman L, Bartels M, Popma A, Polderman TJ. 3.78 Mental Health Problems During the COVID-19 Pandemic in Dutch Children and Adolescents With and Without Pre-existing Mental Health Problems Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2022;61(10):S253
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2022.09.357 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2022.09.357[15] van Oers HA, Alrouh H, Tieskens JM, Luijten MAJ, de Groot R, Broek E, van der Doelen D, Klip H, De Meyer R, van der Mheen M, Ruisch IH, van den Berg G, Bruining H, Buitelaar J, van der Rijken R, Hoekstra PJ, Kleinjan M, Lindauer R, Oostrom KJ, Staal W, Vermeiren R, Cornet R, Haverman L, Popma A, Bartels M, Polderman TJC, Zijlmans J. Changes in child and adolescent mental health across the COVID-19 pandemic (2018-2023): Insights from general population and clinical samples in the Netherlands JCPP Adv 2023/12/14;4(3):e12213
http://dx.doi.org/10.1002/jcv2.12213 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39411480 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39411480[16] Wade DT, Halligan PW. The biopsychosocial model of illness: a model whose time has come Clinical Rehabilitation 2017;31(8):995
http://dx.doi.org/10.1177/0269215517709890 http://dx.doi.org/10.1177/0269215517709890[17] Kraemer HC, Stice E, Kazdin A, Offord D, Kupfer D. How Do Risk Factors Work Together? Mediators, Moderators, and Independent, Overlapping, and Proxy Risk Factors American Journal of Psychiatry 2001;158(6):848
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.6.848 http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.6.848[18] van Baar AL, Vermaas J, Knots E, de Kleine MJK, Soons P. Functioning at School Age of Moderately Preterm Children Born at 32 to 36 Weeks' Gestational Age Pediatrics 2009;124(1):251
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2008-2315 http://dx.doi.org/10.1542/peds.2008-2315[19] Reijneveld SA, de Kleine MJK, van Baar AL, Kollée LAA, Verhaak CM, Verhulst FC, Verloove-Vanhorick SP. Behavioural and emotional problems in very preterm and very low birthweight infants at age 5 years Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed 2006/11/;91(6):F423
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2006.093674 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16877476 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16877476[20] Arpi E, Ferrari F. Preterm birth and behaviour problems in infants and preschool‐age children: a review of the recent literature Developmental Medicine & Child Neurology 2013;55(9):788
http://dx.doi.org/10.1111/dmcn.12142 http://dx.doi.org/10.1111/dmcn.12142[21] Talge NM, Holzman C, Wang J, Lucia V, Gardiner J, Breslau N. Late-Preterm Birth and Its Association With Cognitive and Socioemotional Outcomes at 6 Years of Age Pediatrics 2010;126(6):1124
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-1536 http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-1536[22] Potijk MR, de Winter AF, Bos AF, Kerstjens JM, Reijneveld SA. Higher rates of behavioural and emotional problems at preschool age in children born moderately preterm Archives of Disease in Childhood 2011;97(2):112
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2011.300131 http://dx.doi.org/10.1136/adc.2011.300131[23] Fernández de Gamarra-Oca L, Ojeda N, Gómez-Gastiasoro A, Peña J, Ibarretxe-Bilbao N, García-Guerrero MA, Loureiro B, Zubiaurre-Elorza L. Long-Term Neurodevelopmental Outcomes after Moderate and Late Preterm Birth: A Systematic Review The Journal of Pediatrics 2021;237():168
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2021.06.004 http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2021.06.004[24] Allotey J, Zamora J, Cheong‐See F, Kalidindi M, Arroyo‐Manzano D, Asztalos E, van der Post JAM, Mol BW, Moore D, Birtles D, Khan KS, Thangaratinam S. Cognitive, motor, behavioural and academic performances of children born preterm: a meta‐analysis and systematic review involving 64 061 children BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology 2017;125(1):16
http://dx.doi.org/10.1111/1471-0528.14832 http://dx.doi.org/10.1111/1471-0528.14832[25] Wu Y-C, Hsieh W-S, Hsu C-H, Chang J-H, Chou H-C, Hsu H-C, Chiu N-C, Lee W-T, Chen W-J, Ho Y-W, Jeng S-F. Intervention effects on emotion regulation in preterm infants with very low birth weight: A randomize controlled trial Research in Developmental Disabilities 2016;48():1
http://dx.doi.org/10.1016/j.ridd.2015.10.016 http://dx.doi.org/10.1016/j.ridd.2015.10.016[26] Goldsmith HH, Buss AH, Plomin R, Rothbart MK, Thomas A, Chess S, Hinde RA, McCall RB. Roundtable: What Is Temperament? Four Approaches Child Development 1987;58(2):505
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1987.tb01398.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1987.tb01398.x[27] Goodnight JA, Donahue KL, Waldman ID, Van Hulle CA, Rathouz PJ, Lahey BB, D'Onofrio BM. Genetic and Environmental Contributions to Associations between Infant Fussy Temperament and Antisocial Behavior in Childhood and Adolescence Behav Genet 2016/09/;46(5):680
http://dx.doi.org/10.1007/s10519-016-9794-2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27105627 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27105627[28] TEERIKANGAS OM, ARONEN ET, MARTIN RP, HUTTUNEN MO. Effects of Infant Temperament and Early Intervention on the Psychiatric Symptoms of Adolescents Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 1998;37(10):1070
http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199810000-00017 http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199810000-00017[29] SCHWARTZ CE, SNIDMAN NANCY, KAGAN JEROME. Adolescent Social Anxiety as an Outcome of Inhibited Temperament in Childhood Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 1999;38(8):1008
http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199908000-00017 http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199908000-00017[30] Caspi A, Henry B, McGee RO, Moffitt TE, Silva PA. Temperamental Origins of Child and Adolescent Behavior Problems: From Age Three to Age Fifteen Child Development 1995;66(1):55
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1995.tb00855.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1995.tb00855.x[31] Berdan LE, Keane SP, Calkins SD. Temperament and externalizing behavior: social preference and perceived acceptance as protective factors Dev Psychol 2008/07/;44(4):957
http://dx.doi.org/10.1037/0012-1649.44.4.957 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18605827 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18605827[32] Biederman J, Faraone SV, Hirshfeld-Becker DR, Friedman D, Robin JA, Rosenbaum JF. Patterns of Psychopathology and Dysfunction in High-Risk Children of Parents With Panic Disorder and Major Depression American Journal of Psychiatry 2001;158(1):49
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.1.49 http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.1.49[33] Bayer JK, Ukoumunne OC, Lucas N, Wake M, Scalzo K, Nicholson JM. Risk Factors for Childhood Mental Health Symptoms: National Longitudinal Study of Australian Children Pediatrics 2011;128(4):e865
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0491 http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0491[34] Chen J-H. Asthma and child behavioral skills: Does family socioeconomic status matter? Social Science & Medicine 2014;115():38
http://dx.doi.org/10.1016/j.socscimed.2014.05.048 http://dx.doi.org/10.1016/j.socscimed.2014.05.048[35] Runions KC, Vithiatharan R, Hancock K, Lin A, Brennan-Jones CG, Gray C, Payne D. Chronic health conditions, mental health and the school: A narrative review Health Education Journal 2019;79(4):471
http://dx.doi.org/10.1177/0017896919890898 http://dx.doi.org/10.1177/0017896919890898[36] Buckley N, Glasson EJ, Chen W, Epstein A, Leonard H, Skoss R, Jacoby P, Blackmore AM, Srinivasjois R, Bourke J, Sanders RJ, Downs J. Prevalence estimates of mental health problems in children and adolescents with intellectual disability: A systematic review and meta-analysis Australian & New Zealand Journal of Psychiatry 2020;54(10):970
http://dx.doi.org/10.1177/0004867420924101 http://dx.doi.org/10.1177/0004867420924101[37] Totsika V, Liew A, Absoud M, Adnams C, Emerson E. Mental health problems in children with intellectual disability The Lancet Child & Adolescent Health 2022;6(6):432
http://dx.doi.org/10.1016/s2352-4642(22)00067-0 http://dx.doi.org/10.1016/s2352-4642(22)00067-0[38] Kaptein S., Jansen DEMC, Vogels AGC, Reijneveld SA. Mental health problems in children with intellectual disability: use of the Strengths and Difficulties Questionnaire Journal of Intellectual Disability Research 2007;52(2):125
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2007.00978.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2007.00978.x[39] Oeseburg B., Jansen DEMC, Groothoff JW, Dijkstra GJ, Reijneveld SA. Emotional and behavioural problems in adolescents with intellectual disability with and without chronic diseases Journal of Intellectual Disability Research 2009;54(1):81
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2009.01231.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2009.01231.x[40] Glasson EJ, Buckley N, Chen W, Leonard H, Epstein A, Skoss R, Jacoby P, Blackmore AM, Bourke J, Downs J. Systematic Review and Meta-analysis: Mental Health in Children With Neurogenetic Disorders Associated With Intellectual Disability Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2020;59(9):1036
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2020.01.006 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2020.01.006[41] Wakefield CE, McLoone J., Goodenough B., Lenthen K., Cairns DR, Cohn RJ. The Psychosocial Impact of Completing Childhood Cancer Treatment: A Systematic Review of the Literature Journal of Pediatric Psychology 2009;35(3):262
http://dx.doi.org/10.1093/jpepsy/jsp056 http://dx.doi.org/10.1093/jpepsy/jsp056[42] de Winter D.T.C., Mud M.S., Neggers S.J.C.M.M., van den Heuvel-Eibrink M.M.. Kinderen en jongvolwassenen Klachten na kanker 2024
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-3023-2_37 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-3023-2_37[43] DE COCK S, DE GROOTE I, VAN ZANDWEGHE C, BAL S. Het diagnostische classificatiesysteem voor baby’s en peuters: hulpmiddel in de zorg voor jonge kinderen met psychische problemen Tijdschrift voor Geneeskunde 2015
http://dx.doi.org/10.47671/tvg.71.24.2002021 http://dx.doi.org/10.47671/tvg.71.24.2002021[44] Dolan CV, Geels L, Vink JM, van Beijsterveldt CEM, Neale MC, Bartels M, Boomsma DI. Testing Causal Effects of Maternal Smoking During Pregnancy on Offspring's Externalizing and Internalizing Behavior Behav Genet 2016/05/;46(3):378
http://dx.doi.org/10.1007/s10519-015-9738-2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26324285 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26324285[45] Ashford J, Smit F, Van Lier PA, Cuijpers P, Koot HM. Early risk indicators of internalizing problems in late childhood: a 9‐year longitudinal study Journal of Child Psychology and Psychiatry 2008;49(7):774
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2008.01889.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2008.01889.x[46] Monshouwer K, Huizink AC, Harakeh Z, Raaijmakers QA, Reijneveld SA, Oldehinkel AJ, Verhulst FC, Vollebergh WA. Prenatal Smoking Exposure and the Risk of Behavioral Problems and Substance Use in Adolescence: the TRAILS Study European Addiction Research 2011;17(6):342
http://dx.doi.org/10.1159/000334507 http://dx.doi.org/10.1159/000334507[47] Motlagh MG, Sukhodolsky DG, Landeros-Weisenberger A, Katsovich L, Thompson N, Scahill L, King RA, Peterson BS, Schultz RT, Leckman JF. Adverse effects of heavy prenatal maternal smoking on attentional control in children with ADHD J Atten Disord 2011/10/;15(7):593
http://dx.doi.org/10.1177/1087054710374576 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20616372 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20616372[48] Alvik A, Aalen OO, Lindemann R. Early Fetal Binge Alcohol Exposure Predicts High Behavioral Symptom Scores in 5.5‐Year‐Old Children Alcoholism: Clinical and Experimental Research 2013;37(11):1954
http://dx.doi.org/10.1111/acer.12182 http://dx.doi.org/10.1111/acer.12182[49] Roncero C, Valriberas-Herrero I, Mezzatesta-Gava M, Villegas JL, Aguilar L, Grau-López L. Cannabis use during pregnancy and its relationship with fetal developmental outcomes and psychiatric disorders. A systematic review Reprod Health 2020/02/17;17(1):25
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-020-0880-9 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32066469 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32066469[50] Madigan S, Oatley H, Racine N, Fearon RP, Schumacher L, Akbari E, Cooke JE, Tarabulsy GM. A Meta-Analysis of Maternal Prenatal Depression and Anxiety on Child Socioemotional Development Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2018;57(9):645
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2018.06.012 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2018.06.012[51] Tarabulsy GM, Pearson J, Vaillancourt-Morel M-P, Bussières E-L, Madigan S, Lemelin J-P, Duchesneau A-A, Hatier D-E, Royer F. Meta-Analytic Findings of the Relation Between Maternal Prenatal Stress and Anxiety and Child Cognitive Outcome Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics 2014;35(1):38
http://dx.doi.org/10.1097/dbp.0000000000000003 http://dx.doi.org/10.1097/dbp.0000000000000003[52] Lahtela H, Flykt M, Nolvi S, Kataja E-L, Eskola E, Tervahartiala K, Pelto J, Carter AS, Karlsson H, Karlsson L, Korja R. Mother–Infant Interaction and Maternal Postnatal Psychological Distress Associate with Child’s Social-Emotional Development During Early Childhood: A FinnBrain Birth Cohort Study Child Psychiatry & Human Development 2024
http://dx.doi.org/10.1007/s10578-024-01694-2 http://dx.doi.org/10.1007/s10578-024-01694-2[53] Abubakar I, Aldridge R, Devakumar D, Orcutt M. 1.8-W1Research from the UCL-Lancet Commission on migration and health European Journal of Public Health 2018;28(suppl_1):
http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/cky049.003 http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/cky049.003[54] de Leeuw AE, Ester WA, Bolhuis K, Hoek HW, Jansen PW. Maternal Migration, Prenatal Stress and Child Autistic Traits: Insights From a Population-Based Cohort Study Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2025;64(1):41
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2024.04.004 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2024.04.004[55] Molenaar N.M., Tiemeier H., van Rossum E.F.C., Hillegers M.H.J., Bockting C.L.H., Hoogendijk W.J.G., van den Akker E.L., Lambregtse-van den Berg M.P., El Marroun H.. Prenatal maternal psychopathology and stress and offspring HPA axis function at 6 years Psychoneuroendocrinology 2019;99():120
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2018.09.003 http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2018.09.003[56] Aij KH. Begin bij jezelf Wie vraagt wordt beter! 2017
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-1817-9_6 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-1817-9_6[57] Smith KE, Pollak SD. Early life stress and development: potential mechanisms for adverse outcomes J Neurodev Disord 2020/12/16;12(1):34
http://dx.doi.org/10.1186/s11689-020-09337-y https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33327939 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33327939[58] Thorup AA, Laursen TM, Munk-Olsen T, Ranning A, Mortensen PB, Plessen KJ, Nordentoft M. Incidence of child and adolescent mental disorders in children aged 0-17 with familial high risk for severe mental illness - A Danish register study Schizophrenia Research 2018;197():298
http://dx.doi.org/10.1016/j.schres.2017.11.009 http://dx.doi.org/10.1016/j.schres.2017.11.009[59] Beck CT. Maternal depression and child behaviour problems: a meta‐analysis Journal of Advanced Nursing 1999;29(3):623
http://dx.doi.org/10.1046/j.1365-2648.1999.00943.x http://dx.doi.org/10.1046/j.1365-2648.1999.00943.x[60] Clark DB, Cornelius J, Wood DS, Vanyukov M. Psychopathology risk transmission in children of parents with substance use disorders Am J Psychiatry 2004/04/;161(4):685
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.161.4.685 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15056515 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15056515[61] Cuijpers P, Langendoen Y, Bijl RV. Psychiatric disorders in adult children of problem drinkers: prevalence, first onset and comparison with other risk factors Addiction 1999;94(10):1489
http://dx.doi.org/10.1046/j.1360-0443.1999.941014895.x http://dx.doi.org/10.1046/j.1360-0443.1999.941014895.x[62] Goodman SH, Rouse MH, Connell AM, Broth MR, Hall CM, Heyward D. Maternal Depression and Child Psychopathology: A Meta-Analytic Review Clinical Child and Family Psychology Review 2011;14(1):1
http://dx.doi.org/10.1007/s10567-010-0080-1 http://dx.doi.org/10.1007/s10567-010-0080-1[63] McLaughlin KA, Gadermann AM, Hwang I, Sampson NA, Al-Hamzawi A, Andrade LH, Angermeyer MC, Benjet C, Bromet EJ, Bruffaerts R, Caldas-de-Almeida JM, de Girolamo G, de Graaf R, Florescu S, Gureje O, Haro JM, Hinkov HR, Horiguchi I, Hu C, Karam AN, Kovess-Masfety V, Lee S, Murphy SD, Nizamie SH, Posada-Villa J, Williams DR, Kessler RC. Parent psychopathology and offspring mental disorders: results from the WHO World Mental Health Surveys Br J Psychiatry 2012/04/;200(4):290
http://dx.doi.org/10.1192/bjp.bp.111.101253 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22403085 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22403085[64] HIPWELL AE, GOOSSENS FA, MELHUISH EC, KUMAR R.. Severe maternal psychopathology and infant–mother attachment Development and Psychopathology 2000;12(2):157
http://dx.doi.org/10.1017/s0954579400002030 http://dx.doi.org/10.1017/s0954579400002030[65] Flouri E, Tzavidis N, Kallis C. Adverse life events, area socioeconomic disadvantage, and psychopathology and resilience in young children: the importance of risk factors’ accumulation and protective factors’ specificity European Child & Adolescent Psychiatry 2009;19(6):535
http://dx.doi.org/10.1007/s00787-009-0068-x http://dx.doi.org/10.1007/s00787-009-0068-x[66] Halligan SL, Murray L, Martins C, Cooper PJ. Maternal depression and psychiatric outcomes in adolescent offspring: A 13-year longitudinal study Journal of Affective Disorders 2007;97(1-3):145
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2006.06.010 http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2006.06.010[67] Cummings EM, Davies PT. Maternal Depression and Child Development Journal of Child Psychology and Psychiatry 1994;35(1):73
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.1994.tb01133.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.1994.tb01133.x[68] Ramchandani P, Psychogiou L. Paternal psychiatric disorders and children's psychosocial development The Lancet 2009;374(9690):646
http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(09)60238-5 http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(09)60238-5[69] Herbert SD, Harvey EA, Lugo-Candelas CI, Breaux RP. Early fathering as a predictor of later psychosocial functioning among preschool children with behavior problems J Abnorm Child Psychol 2013/07/;41(5):691
http://dx.doi.org/10.1007/s10802-012-9706-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23269560 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23269560[70] Sieh DS, Meijer AM, Oort FJ, Visser-Meily JMA, Van der Leij DAV. Problem behavior in children of chronically ill parents: a meta-analysis Clin Child Fam Psychol Rev 2010/12/;13(4):384
http://dx.doi.org/10.1007/s10567-010-0074-z https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20640510 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20640510[71] Sieh DS, Visser-Meily JMA, Meijer AM. Differential Outcomes of Adolescents with Chronically Ill and Healthy Parents J Child Fam Stud 2013/02/;22(2):209
http://dx.doi.org/10.1007/s10826-012-9570-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23335841 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23335841[72] Visser A, Huizinga GA, van der Graaf WT, Hoekstra HJ, Hoekstra-Weebers JE. The impact of parental cancer on children and the family: a review of the literature Cancer Treatment Reviews 2004;30(8):683
http://dx.doi.org/10.1016/j.ctrv.2004.06.001 http://dx.doi.org/10.1016/j.ctrv.2004.06.001[73] Myhre MC, Dyb GA, Wentzel-Larsen T, Grøgaard JB, Thoresen S. Maternal childhood abuse predicts externalizing behaviour in toddlers: A prospective cohort study Scandinavian Journal of Public Health 2013;42(3):263
http://dx.doi.org/10.1177/1403494813510983 http://dx.doi.org/10.1177/1403494813510983[74] Plant DT, Barker ED, Waters CS, Pawlby S, Pariante CM. Intergenerational transmission of maltreatment and psychopathology: the role of antenatal depression Psychol Med 2013/03/;43(3):519
http://dx.doi.org/10.1017/S0033291712001298 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22694795 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22694795[75] Feldman MA. Children of Parents with Intellectual Disabilities The Effects of Parental Dysfunction on Children 2002
http://dx.doi.org/10.1007/978-1-4615-1739-9_10 http://dx.doi.org/10.1007/978-1-4615-1739-9_10[76] Zijlstra A, Joosten D, van Nieuwenhuijzen M, de Castro BO. The first 1001 days: A scoping review of parenting interventions strengthening good enough parenting in parents with intellectual disabilities Journal of Intellectual Disabilities 2023
http://dx.doi.org/10.1177/17446295231219301 http://dx.doi.org/10.1177/17446295231219301[77] Coren E, Thomae M, Hutchfield J. Parenting Training for Intellectually Disabled Parents: A Cochrane Systematic Review Research on Social Work Practice 2011;21(4):432
http://dx.doi.org/10.1177/1049731511399586 http://dx.doi.org/10.1177/1049731511399586[78] Hindmarsh G, Llewellyn G, Emerson E. The Social‐Emotional Well‐Being of Children of Mothers with Intellectual Impairment: A Population‐Based Analysis Journal of Applied Research in Intellectual Disabilities 2016;30(3):469
http://dx.doi.org/10.1111/jar.12306 http://dx.doi.org/10.1111/jar.12306[79] Willems DL, De Vries J.‐N., Isarin J., Reinders JS. Parenting by persons with intellectual disability: an explorative study in the Netherlands Journal of Intellectual Disability Research 2007;51(7):537
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2006.00924.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2006.00924.x[80] Ranson KE, Urichuk LJ. The effect of parent–child attachment relationships on child biopsychosocial outcomes: a review Early Child Development and Care 2008;178(2):129
http://dx.doi.org/10.1080/03004430600685282 http://dx.doi.org/10.1080/03004430600685282[81] Groh AM, Roisman GI, van IJzendoorn MH, Bakermans‐Kranenburg MJ, Fearon RP. The Significance of Insecure and Disorganized Attachment for Children’s Internalizing Symptoms: A Meta‐Analytic Study Child Development 2012;83(2):591
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2011.01711.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2011.01711.x[82] Fearon RP, Bakermans‐Kranenburg MJ, Van IJzendoorn MH, Lapsley A, Roisman GI. The Significance of Insecure Attachment and Disorganization in the Development of Children’s Externalizing Behavior: A Meta‐Analytic Study Child Development 2010;81(2):435
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2009.01405.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2009.01405.x[83] Lanjekar PD, Joshi SH, Lanjekar PD, Wagh V. The Effect of Parenting and the Parent-Child Relationship on a Child's Cognitive Development: A Literature Review Cureus 2022/10/22;14(10):e30574
http://dx.doi.org/10.7759/cureus.30574 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36420245 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36420245[84] Cabaj JL, McDonald SW, Tough SC. Early childhood risk and resilience factors for behavioural and emotional problems in middle childhood BMC Pediatr 2014/07/01;14():166
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-14-166 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24986740 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24986740[85] Velders FP, Dieleman G, Henrichs J, Jaddoe VWV, Hofman A, Verhulst FC, Hudziak JJ, Tiemeier H. Prenatal and postnatal psychological symptoms of parents and family functioning: the impact on child emotional and behavioural problems Eur Child Adolesc Psychiatry 2011/07/;20(7):341
http://dx.doi.org/10.1007/s00787-011-0178-0 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21523465 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21523465[86] Gere MK, Villabø MA, Torgersen S, Kendall PC. Overprotective parenting and child anxiety: The role of co-occurring child behavior problems Journal of Anxiety Disorders 2012;26(6):642
http://dx.doi.org/10.1016/j.janxdis.2012.04.003 http://dx.doi.org/10.1016/j.janxdis.2012.04.003[87] Albanese AM, Russo GR, Geller PA. The role of parental self‐efficacy in parent and child well‐being: A systematic review of associated outcomes Child: Care, Health and Development 2019;45(3):333
http://dx.doi.org/10.1111/cch.12661 http://dx.doi.org/10.1111/cch.12661[88] Bot M., de Leeuw den Bouter BJE, Adriaanse MC. Prevalence of psychosocial problems in Dutch children aged 8–12 years and its association with risk factors and quality of life Epidemiology and Psychiatric Sciences 2011;20(4):357
http://dx.doi.org/10.1017/s2045796011000540 http://dx.doi.org/10.1017/s2045796011000540[89] Ezpeleta L, Granero R, de la Osa N, Domènech JM. Risk factor clustering for psychopathology in socially at-risk Spanish children Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology 2008;43(7):559
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-008-0312-6 http://dx.doi.org/10.1007/s00127-008-0312-6[90] van Dijk R, van der Valk IE, Deković M, Branje S. A meta-analysis on interparental conflict, parenting, and child adjustment in divorced families: Examining mediation using meta-analytic structural equation models Clinical Psychology Review 2020;79():101861
http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101861 http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101861[91] Timmermans M., van Lier PAC, Koot HM. The role of stressful events in the development of behavioural and emotional problems from early childhood to late adolescence Psychological Medicine 2010;40(10):1659
http://dx.doi.org/10.1017/s0033291709992091 http://dx.doi.org/10.1017/s0033291709992091[92] Reijneveld SA, Brugman E, Verhulst FC, Verloove-Vanhorick SP. Area deprivation and child psychosocial problems Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology 2005;40(1):18
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-005-0850-0 http://dx.doi.org/10.1007/s00127-005-0850-0[93] Reijneveld SA, Veenstra R, de Winter AF, Verhulst FC, Ormel J, de Meer G. Area Deprivation Affects Behavioral Problems of Young Adolescents in Mixed Urban and Rural Areas: The TRAILS Study Journal of Adolescent Health 2010;46(2):189
http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2009.06.004 http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2009.06.004[94] Oswald TK, Rumbold AR, Kedzior SGE, Moore VM. Psychological impacts of "screen time" and "green time" for children and adolescents: A systematic scoping review PLoS One 2020/09/04;15(9):e0237725
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0237725 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32886665 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32886665[95] Kasturiratna KTAS, Hartanto A, Chen CHY, Tong EMW, Majeed NM. Umbrella review of meta-analyses on the risk factors, protective factors, consequences and interventions of cyberbullying victimization Nature Human Behaviour 2024
http://dx.doi.org/10.1038/s41562-024-02011-6 http://dx.doi.org/10.1038/s41562-024-02011-6[96] Keles B, McCrae N, Grealish A. A systematic review: the influence of social media on depression, anxiety and psychological distress in adolescents International Journal of Adolescence and Youth 2019;25(1):79
http://dx.doi.org/10.1080/02673843.2019.1590851 http://dx.doi.org/10.1080/02673843.2019.1590851[97] Twenge JM, Campbell WK. Associations between screen time and lower psychological well-being among children and adolescents: Evidence from a population-based study Prev Med Rep 2018/10/18;12():271
http://dx.doi.org/10.1016/j.pmedr.2018.10.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30406005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30406005[98] Santos RMS, Mendes CG, Sen Bressani GY, de Alcantara Ventura S, de Almeida Nogueira YJ, de Miranda DM, Romano-Silva MA. The associations between screen time and mental health in adolescents: a systematic review BMC Psychol 2023/04/20;11(1):127
http://dx.doi.org/10.1186/s40359-023-01166-7 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37081557 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37081557[99] Eirich R, McArthur BA, Anhorn C, McGuinness C, Christakis DA, Madigan S. Association of Screen Time With Internalizing and Externalizing Behavior Problems in Children 12 Years or Younger: A Systematic Review and Meta-analysis JAMA Psychiatry 2022/05/01;79(5):393
http://dx.doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2022.0155 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35293954 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35293954[100] Peverill M, Dirks MA, Narvaja T, Herts KL, Comer JS, McLaughlin KA. Socioeconomic status and child psychopathology in the United States: A meta-analysis of population-based studies Clin Psychol Rev 2021/02/;83():101933
http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101933 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33278703 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33278703[101] Rijlaarsdam J, Stevens GWJM, van der Ende J, Hofman A, Jaddoe VWV, Mackenbach JP, Verhulst FC, Tiemeier H. Economic disadvantage and young children's emotional and behavioral problems: mechanisms of risk J Abnorm Child Psychol 2013/01/;41(1):125
http://dx.doi.org/10.1007/s10802-012-9655-2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22736330 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22736330[102] Taggart L., Taylor D., McCrum-Gardner E.. Individual, life events, family and socio-economic factors associated with young people with intellectual disability and with and without behavioural/emotional problems Journal of Intellectual Disabilities 2010;14(4):267
http://dx.doi.org/10.1177/1744629510390449 http://dx.doi.org/10.1177/1744629510390449[103] Crone MR, Bekkema N, Wiefferink CH, Reijneveld SA. Professional Identification of Psychosocial Problems among Children from Ethnic Minority Groups: Room for Improvement The Journal of Pediatrics 2010;156(2):277
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2009.08.008 http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2009.08.008[104] Janssen MMM, Verhulst FC, Bengi-Arslan L, Erol N, Salter CJ, Crijnen AAM. Comparison of self-reported emotional and behavioral problems in Turkish immigrant, Dutch and Turkish adolescents Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology 2004;39(2):133
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-004-0712-1 http://dx.doi.org/10.1007/s00127-004-0712-1[105] Stevens GWJM. Psychische problematiek bij jeugdigen met een migratieachtergrond in Nederland en Vlaanderen Kind en adolescent 2018;39(2):72
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-018-0169-8 http://dx.doi.org/10.1007/s12453-018-0169-8[106] Fazel M, Reed RV, Panter-Brick C, Stein A. Mental health of displaced and refugee children resettled in high-income countries: risk and protective factors The Lancet 2012;379(9812):266
http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60051-2 http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60051-2[107] Pargas RCM, Brennan PA, Hammen C, Le Brocque R. Resilience to maternal depression in young adulthood Dev Psychol 2010/07/;46(4):805
http://dx.doi.org/10.1037/a0019817 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20604603 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20604603[108] Garcia-Reid P, Peterson CH, Reid RJ, Peterson NA. The Protective Effects of Sense of Community, Multigroup Ethnic Identity, and Self-Esteem Against Internalizing Problems Among Dominican Youth: Implications for Social Workers Social Work in Mental Health 2013;11(3):199
http://dx.doi.org/10.1080/15332985.2013.774923 http://dx.doi.org/10.1080/15332985.2013.774923[109] Whittaker JEV, Harden BJ, See HM, Meisch AD, Westbrook TR. Family risks and protective factors: Pathways to Early Head Start toddlers’ social–emotional functioning Early Childhood Research Quarterly 2011;26(1):74
http://dx.doi.org/10.1016/j.ecresq.2010.04.007 http://dx.doi.org/10.1016/j.ecresq.2010.04.007[110] Oliva A, Jiménez JM, Parra Á. Protective effect of supportive family relationships and the influence of stressful life events on adolescent adjustment Anxiety, Stress & Coping 2009;22(2):137
http://dx.doi.org/10.1080/10615800802082296 http://dx.doi.org/10.1080/10615800802082296[111] Hogye SI, Lucassen N, Jansen PW, Schuurmans IK, Keizer R. Cumulative Risk and Internalizing and Externalizing Problems in Early Childhood: Compensatory and Buffering Roles of Family Functioning and Family Regularity Adversity and Resilience Science 2022;3(2):149
http://dx.doi.org/10.1007/s42844-022-00056-y http://dx.doi.org/10.1007/s42844-022-00056-y[112] Buchanan M, Walker G, Boden JM, Mansoor Z, Newton-Howes G. Protective factors for psychosocial outcomes following cumulative childhood adversity: systematic review BJPsych Open 2023/10/19;9(6):e197
http://dx.doi.org/10.1192/bjo.2023.561 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37855106 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37855106[113] Zhou Z, Cheng Q. Relationship between online social support and adolescents’ mental health: A systematic review and meta‐analysis Journal of Adolescence 2022;94(3):281
http://dx.doi.org/10.1002/jad.12031 http://dx.doi.org/10.1002/jad.12031[114] Wright M, Reitegger F, Cela H, Papst A, Gasteiger-Klicpera B. Interventions with Digital Tools for Mental Health Promotion among 11-18 Year Olds: A Systematic Review and Meta-Analysis J Youth Adolesc 2023/04/;52(4):754
http://dx.doi.org/10.1007/s10964-023-01735-4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36754917 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36754917[115] Ridout B, Campbell A. The Use of Social Networking Sites in Mental Health Interventions for Young People: Systematic Review J Med Internet Res 2018/12/18;20(12):e12244
http://dx.doi.org/10.2196/12244 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30563811 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30563811[116] Heberle AE, Krill SC, Briggs-Gowan MJ, Carter AS. Predicting externalizing and internalizing behavior in kindergarten: examining the buffering role of early social support J Clin Child Adolesc Psychol 2015;44(4):640
http://dx.doi.org/10.1080/15374416.2014.886254 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24697587 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24697587[117] Astill RG, Van der Heijden KB, Van IJzendoorn MH, Van Someren EJW. Sleep, cognition, and behavioral problems in school-age children: A century of research meta-analyzed. Psychological Bulletin 2012;138(6):1109
http://dx.doi.org/10.1037/a0028204 http://dx.doi.org/10.1037/a0028204[118] Lindsay G, Dockrell JE, Strand S. Longitudinal patterns of behaviour problems in children with specific speech and language difficulties: Child and contextual factors British Journal of Educational Psychology 2007;77(4):811
http://dx.doi.org/10.1348/000709906x171127 http://dx.doi.org/10.1348/000709906x171127[119] Veldman K, Bültmann U, Stewart RE, Ormel J, Verhulst FC, Reijneveld SA. Mental health problems and educational attainment in adolescence: 9-year follow-up of the TRAILS study PLoS One 2014/07/21;9(7):e101751
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0101751 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25047692 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25047692[120] Marmot M, Wilkinson RG. Social organization, stress, and health Social Determinants of Health 2005
http://dx.doi.org/10.1093/acprof:oso/9780198565895.003.02 http://dx.doi.org/10.1093/acprof:oso/9780198565895.003.02[121] McCrory E, De Brito SA, Viding E. Research Review: The neurobiology and genetics of maltreatment and adversity Journal of Child Psychology and Psychiatry 2010;51(10):1079
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2010.02271.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2010.02271.x[122] Teicher MH, Andersen SL, Polcari A, Anderson CM, Navalta CP, Kim DM. The neurobiological consequences of early stress and childhood maltreatment Neuroscience & Biobehavioral Reviews 2003;27(1-2):33
http://dx.doi.org/10.1016/s0149-7634(03)00007-1 http://dx.doi.org/10.1016/s0149-7634(03)00007-1[123] Reef J., Diamantopoulou S., Van Meurs I., Verhulst F., Van Der Ende J.. Child to adult continuities of psychopathology: a 24‐year follow‐up Acta Psychiatrica Scandinavica 2009;120(3):230
http://dx.doi.org/10.1111/j.1600-0447.2009.01422.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1600-0447.2009.01422.x[124] HOFSTRA MB, VAN DER ENDE JAN, VERHULST FC. Child and Adolescent Problems Predict DSM-IV Disorders in Adulthood: A 14-Year Follow-up of a Dutch Epidemiological Sample Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2002;41(2):182
http://dx.doi.org/10.1097/00004583-200202000-00012 http://dx.doi.org/10.1097/00004583-200202000-00012[125] Commisso M, Temcheff C, Orri M, Poirier M, Lau M, Côté S, Vitaro F, Turecki G, Tremblay R, Geoffroy M-C. Childhood externalizing, internalizing and comorbid problems: distinguishing young adults who think about suicide from those who attempt suicide Psychological Medicine 2021;53(3):1030
http://dx.doi.org/10.1017/s0033291721002464 http://dx.doi.org/10.1017/s0033291721002464[126] Vergunst F, Commisso M, Geoffroy M-C, Temcheff C, Poirier M, Park J, Vitaro F, Tremblay R, Côté S, Orri M. Association of Childhood Externalizing, Internalizing, and Comorbid Symptoms With Long-term Economic and Social Outcomes JAMA Netw Open 2023/01/03;6(1):e2249568
http://dx.doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2022.49568 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36622675 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36622675[127] van Steijn, de Winter, Seijneveld. Stabiliteit en verandering van psychosociale gezondheid en leefstijl bij adolescenten en mogelijkheden voor interventies. Bouwstenen voor het Extra Contactmoment Adolescenten. RUG; UMCG 2014
[128] CBS. Landelijke Jeugdmonitor 2023
https://download.cbs.nl/pdf/Landelijke%20jeugdmonitor%202023.pdf[129] Koopman-Verhoeff, Jansen, Boomsma, Branje, Oldehinkel, Hillegers. Risicofactoren voor psychische problemen en mogelijke interventies in de jonge jaren: Nederlands cohortonderzoek Tijdschrift voor Psychiatrie 2021
[130] Venneste, Wessels, van den Haak, Pijpers, Feron. Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond? NCJ 2019
https://www.ncj.nl/wp-content/uploads/media-import/04151a81-ab2f-4258-87f0-59d86052c3a1.pdf[131] van Dorsselaer, Ramaker, de Gee. KOPP/KOV: Feiten en cijfers. Landelijke omvang KOPP/KOV-groep Trimbos 2023
https://www.trimbos.nl/kennis/kopp-kov/feiten-en-cijfers/[132] Romijn, de Graaf, de Jonge. Kwetsbare kinderen: literatuurstudie over verhoogde en onder kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen. Trimbos 2010
https://www.trimbos.nl/docs/af1060-kwetsbare-kinderen.pdf[133] Zoon, van Rooijen, Foolen. Wat werkt bij licht verstandelijk beperkte ouders? NJI 2019
https://www.nji.nl/uploads/2021-06/Wat-werkt-voor-licht-verstandelijk-beperkte-ouders.pdf[134] Lalmuanawma, Elizabeth. Psychosocial Issues of Adolescents Living with Single Parent Families. Mizoram University Journal of Humanities and Social Sciences 2022
[135] Raza. The Influence of Family Structures on Child Development: An Interdisciplinary Approach. Journal for Current Sign 2024
[136] Mercier. NIEUW SAMENGESTELDE GEZINNEN: HET VERBAND TUSSEN PERSOONLIJKHEID EN BEÏNVLOEDING IN DE PLUSOUDER-KIND RELATIE. Universiteit Gent. Master thesis 2019
https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/784/937/RUG01-002784937_2019_0001_AC.pdf[137] Kullberg, Mouktadibillah, de Vries. Opgroeien in een kwetsbare wijk.
https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2021/05/27/opgroeien-in-een-kwetsbare-wijk[138] APA. Health advisory on social media use in adolescence. APA 2023
https://www.apa.org/topics/social-media-internet/health-advisory-adolescent-social-media-use[139] Letourneau, Duffett-Leger, Levac, Watson, Young-Morris. Socioeconomic status and child development: A meta-analysis. Journal of Emotional and Behavioral Disorders 2013
[140] CBS. Jaarrapport integratie 2020
https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/46/jaarrapport-integratie-2020[141] Schlack, Peerenboom, Neuperdt, Junker, Beyer. The effects of mental health problems in childhood and adolescence in young adults: Results of the KiGGS cohort. Journal of Health Monitoring 2021
[142] Kalthoff. Opgroeien en opvoeden in armoede. NJI 2020
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Opgroeien-en-opvoeden-in-armoede.pdf[143] Fischer, Tieskens, Luijten, Zijlmans, van Oers, de Groot, Popma. Internalizing problems before and during the COVID-19 pandemic in independent samples of Dutch children and adolescents with and without pre-existing mental health problems European child & adolescent psychiatry 2023
[144] Boer, Verhulst. Kompas Kinder-en Jeugd-psychiatrie. De Tijdstroom, Utrecht 2014
[145] Zhang Q, Wang J, Neitzel A. School-based Mental Health Interventions Targeting Depression or Anxiety: A Meta-analysis of Rigorous Randomized Controlled Trials for School-aged Children and Adolescents Journal of Youth and Adolescence 2023;52(1):195
http://dx.doi.org/10.1007/s10964-022-01684-4 https://doi.org/10.1007/s10964-022-01684-4[146] Cohen KA, Ito S, Ahuvia IL, Yang Y, Zhang Y, Renshaw TL, Larson M, Cook C, Hill S, Liao J. Brief school-based interventions targeting student mental health or well-being: a systematic review and meta-analysis Clinical child and family psychology review 2024;27(3):732
[147] Rastogi S, Cadmus-Bertram L, Meyers L. Psychosocial effects of physical activity interventions for preschoolers, children, and adolescents: role of intervention settings American Journal of Health Promotion 2023;37(4):538
[148] Spruit A, Assink M, van Vugt E, van der Put C, Stams GJ. The effects of physical activity interventions on psychosocial outcomes in adolescents: A meta-analytic review Clinical psychology review 2016;45():56
[149] Achenbach, T. M., McConaughy, S. H., Howell, C. T.. Child/adolescent behavioral and emotional problems: Implications of cross-informant correlations for situational specificity 1987
[150] Armitage, R.. Bullying in children: impact on child health 2021
https://doi.org/10.1136/BMJPO-2020-000939[151] Belhadj Kouider, E., Koglin, U., Petermann, F.. Emotional and behavioral problems in migrant children and adolescents in Europe: A systematic review 2014
https://doi.org/10.1007/S00787-013-0485-8/TABLES/2[152] Bolten, M., Nast, I., Skrundz, M., Stadler, C., Hellhammer, D. H., Meinlschmidt, G.. Prenatal programming of emotion regulation: Neonatal reactivity as a differential susceptibility factor moderating the outcome of prenatal cortisol levels 2013
https://doi.org/10.1016/J.JPSYCHORES.2013.04.014[153] Bontje, M.. Van risicotaxatie naar gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ) Samen met ouders en jeugdigen krachten en behoeften in beeld brengen 2013
[154] Bontje, M. C., de Ronde, R. W., Dubbeldeman, E. M., Kamphuis, M., Reis, R., Crone, M. R.. Parental engagement in preventive youth health care: Effect evaluation 2021
[155] Briggs, R.D., Stettler, E.M., Johnson Silver, E., Schrag, R.D.A., Nayak, M., Chinitz, S., Racine, A.D.. Social-emotional screening for infants and toddlers in primary care 2012
[156] Camerini, A. L., Marciano, L., Carrara, A., Schulz, P. J.. Cyberbullying perpetration and victimization among children and adolescents: A systematic review of longitudinal studies 2020
https://doi.org/10.1016/J.TELE.2020.101362[157] Christina, S., Magson, N. R., Kakar, V., Rapee, R. M.. The bidirectional relationships between peer victimization and internalizing problems in school-aged children: An updated systematic review and meta-analysis 2021
https://doi.org/10.1016/J.CPR.2021.101979[158] Cuijpers, P., Van Straten, A., Smit, F.. Preventing the incidence of new cases of mental disorders: a meta-analytic review 2005
[159] Cummings, E. M., Davies, P. T.. Maternal Depression and Child Development 1994
https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.1994.tb01133.x[160] De Raeymaecker, K., Dhar, M.. The Influence of Parents on Emotion Regulation in Middle Childhood: A Systematic Review 2022
https://doi.org/10.1007/978-90-368-3023-2_37[161] Fekkes, M., de Wolff, M., Rutgers, L.. METAONDERZOEK VEERKRACHT 2023
[162] Feldman, M. A.. Children of Parents with Intellectual Disabilities 2002
https://doi.org/10.1007/978-1-4615-1739-9_10[163] Fischer, K., Tieskens, J. M., Luijten, M. A. J., Zijlmans, J., van Oers, H. A., de Groot, R., van der Doelen, D., van Ewijk, H., Klip, H., van der Lans, R. M., De Meyer, R., van der Mheen, M., van Muilekom, M. M., Hyun Ruisch, I., Teela, L., van den Berg, G., Bruining, H., van der Rijken, R., Buitelaar, J., … Popma, A.. Internalizing problems before and during the COVID-19 pandemic in independent samples of Dutch children and adolescents with and without pre-existing mental health problems 2023
https://doi.org/10.1007/S00787-022-01991-Y[164] Flinn, C., McInerney, A., Nearchou, F.. The prevalence of comorbid mental health difficulties in young people with chronic skin conditions: A systematic review and meta-analysis 2024
https://doi.org/10.1177/13591053241252216/SUPPL_FILE/SJ-DOCX-1-HPQ-10.1177_13591053241252216.DOCX[165] Geeraert, L., Noortgate van den, W., Grietens, H., Onghena, P.. The effects of early prevention programs for families with young children at risk for physical child abuse and neglect: a meta-analysis 2004
[166] Goodnight, J. A., Donahue, K. L., Waldman, I. D., Van Hulle, C. A., Rathouz, P. J., Lahey, B. B., D’Onofrio, B. M.. Genetic and Environmental Contributions to Associations between Infant Fussy Temperament and Antisocial Behavior in Childhood and Adolescence 2016
https://doi.org/10.1007/s10519-016-9794-2[167] Grüning Parache, L., Vogel, M., Meigen, C., Kiess, W., Poulain, T.. Family structure, socioeconomic status, and mental health in childhood 2024
https://doi.org/10.1007/S00787-023-02329-Y/TABLES/3[168] Harland, P., Reijneveld, S. A., Brugman, E., Verloove-Vanhorick, S. P., Verhulst, F. C.. Family factors and life events as risk factors for behavioural and emotional problems in children 2002
https://doi.org/10.1007/s00787-002-0277-z[169] Heberle, A. E., Krill, S. C., Briggs-Gowan, M. J., Carter, A. S.. Predicting externalizing and internalizing behavior in kindergarten: examining the buffering role of early social support 2015
https://doi.org/10.1080/15374416.2014.886254[170] Hipwell, A. E., GOOSSENS, F. A., MELHUISH, E. C., KUMAR, R.. Severe maternal psychopathology and infant–mother attachment 2000
https://doi.org/10.1017/s0954579400002030[171] Huisman, J., Flapper, B. C. T., Kalverdijk, L. J., L’Hoir, M. P., van Weel, E. A. F.. Gedragsproblemen bij kinderen 2010
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8657-4[172] Kerr, D. C. R., Lopez, N. L., Olson, S. L., Sameroff, A. J.. Parental Discipline and Externalizing Behavior Problems in Early Childhood: The Roles of Moral Regulation and Child Gender 2004
https://doi.org/10.1023/b:jacp.0000030291.72775.96[173] Klasen, F., Otto, C., Kriston, L., Patalay, P., Schlack, R., Ravens-Sieberer, U.. Risk and protective factors for the development of depressive symptoms in children and adolescents: results of the longitudinal BELLA study 2015
https://doi.org/10.1007/S00787-014-0637-5/FIGURES/1[174] Kruizinga, I.. Early detection of emotional and behavioural problems in preschool children 2015
[175] Lalmuanawma, J., Elizabeth, H.. Psychosocial Issues of Adolescents Living with Single Parent Families 2020
http://www.mzuhssjournal.in/[176] Lavigne, J. V., Meyers, K. M., Feldman, M.. Systematic review: classification accuracy of behavioral screening measures for use in integrated primary care settings 2016
[177] Li, C., Cheng, G., Sha, T., Cheng, W., Yan, Y.. The Relationships between Screen Use and Health Indicators among Infants, Toddlers, and Preschoolers: A Meta-Analysis and Systematic Review 2020
https://doi.org/10.3390/IJERPH17197324[178] Luijk, M.. Onzekerheid en ondersteuning bij alledaagse opvoedproblemen 2024
https://www.aup-online.com/docserver/fulltext/15677109/44/1/PED2024.1.007.LUIJ.pdf?expires=1744621147&id=id&accname=guest&checksum=6C4B7F8D7C484AFACBFD94C045116009[179] Madigan, S., Deneault, A.-A., Duschinsky, R., Bakermans-Kranenburg, M. J., Schuengel, C., van IJzendoorn, M. H., Ly, A., Fearon, R. M. P., Eirich, R., Verhage, M. L.. Maternal and paternal sensitivity: Key determinants of child attachment security examined through meta-analysis. 2024
[180] Madigan, S., Oatley, H., Racine, N., Fearon, R. M. P., Schumacher, L., Akbari, E., Cooke, J. E., Tarabulsy, G. M.. A Meta-Analysis of Maternal Prenatal Depression and Anxiety on Child Socioemotional Development 2018
https://doi.org/10.1016/j.jaac.2018.06.012[181] McCrory, E., De Brito, S. A., Viding, E.. Research Review: The neurobiology and genetics of maltreatment and adversity 2010
https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.2010.02271.x[182] McGorry, P. D., Mei, C., Dalal, N., Alvarez-Jimenez, M., Blakemore, S. J., Browne, V., Dooley, B., Hickie, I. B., Jones, P. B., McDaid, D., Mihalopoulos, C., Wood, S. J., El Azzouzi, F. A., Fazio, J., Gow, E., Hanjabam, S., Hayes, A., Morris, A., Pang, E., … Killackey, E.. The Lancet Psychiatry Commission on youth mental health 2024
[183] McKenzie Smith, M., Pinto Pereira, S., Chan, L., Rose, C., Shafran, R.. Impact of well-being interventions for siblings of children and young people with a chronic physical or mental health condition: a systematic review and meta-analysis 2018
[184] Metzner, F., Adedeji, A., Wichmann, M. L. Y., Zaheer, Z., Schneider, L., Schlachzig, L., Richters, J., Heumann, S., Mays, D.. Experiences of Discrimination and Everyday Racism Among Children and Adolescents With an Immigrant Background – Results of a Systematic Literature Review on the Impact of Discrimination on the Developmental Outcomes of Minors Worldwide 2022
https://doi.org/10.3389/FPSYG.2022.805941/BIBTEX[185] Mieloo, C. L., Bevaart, F., Donker, M. C., van Oort, F. V., Raat, H., Jansen, W.. Validation of the SDQ in a multi-ethnic population of young children 2014
[186] Moore, S. E., Norman, R. E., Suetani, S., Thomas, H. J., Sly, P. D., Scott, J. G.. Consequences of bullying victimization in childhood and adolescence: A systematic review and meta-analysis 2017
https://doi.org/10.5498/WJP.V7.I1.60[187] Namazi, S. A., Sadeghi, S.. The immediate impacts of TV programs on preschoolers’ executive functions and attention: a systematic review 2024
https://doi.org/10.1186/S40359-024-01738-1/FIGURES/2[188] Peverill, M., Dirks, M. A., Narvaja, T., Herts, K. L., Comer, J. S., McLaughlin, K. A.. Socioeconomic status and child psychopathology in the United States: A meta-analysis of population-based studies 2021
https://doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101933[189] Pinquart, M.. Systematic Review: Bullying Involvement of Children With and Without Chronic Physical Illness and/or Physical/Sensory Disability—a Meta-Analytic Comparison With Healthy/Nondisabled Peers 2017
https://doi.org/10.1093/JPEPSY/JSW081[190] Plant, D. T., Barker, E. D., Waters, C. S., Pawlby, S., Pariante, C. M.. Intergenerational transmission of maltreatment and psychopathology: the role of antenatal depression 2013
[191] Rijlaarsdam, J., Stevens, G. W. J. M., van der Ende, J., Hofman, A., Jaddoe, V. W. V, Mackenbach, J. P., Verhulst, F. C., Tiemeier, H.. Economic disadvantage and young children’s emotional and behavioral problems: mechanisms of risk 2013
https://doi.org/10.1007/s10802-012-9655-2[192] Rijnders, M., Vink, R., Bontje, M.. Kraamzorg op maat Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoeften (GIZ) in de kraamzorg 2021
[193] Roncero, C., Valriberas-Herrero, I., Mezzatesta-Gava, M., Villegas, J. L., Aguilar, L., Grau-López, L.. Cannabis use during pregnancy and its relationship with fetal developmental outcomes and psychiatric disorders 2020
https://doi.org/10.1186/s12978-020-0880-9[194] Rutherford, H. J., Wallace, N. S., Laurent, H. K., Mayes, L. C.. Emotion regulation in parenthood 2015
[195] Sanders, M. R., Mazzucchelli, T. G.. The promotion of self-regulation through parenting interventions 2013
[196] Smits, I. A., Theunissen, M. H., Reijneveld, S. A., Nauta, M. H., Timmerman, M. E.. Measurement invariance of the parent version of the Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) across community and clinical populations 2016
[197] Stevens, G. W. J. M., Vollebergh, W. A. M.. Mental health in migrant children 2008
https://doi.org/10.1111/J.1469-7610.2007.01848.X[198] Tarabulsy, G. M., Pearson, J., Vaillancourt-Morel, M.-P., Bussières, E.-L., Madigan, S., Lemelin, J.-P., Duchesneau, A.-A., Hatier, D.-E., Royer, F.. Meta-Analytic Findings of the Relation Between Maternal Prenatal Stress and Anxiety and Child Cognitive Outcome 2014
https://doi.org/10.1097/dbp.0000000000000003[199] Theunissen, M. H., de Wolff, M. S., Eekhout, I., van Vulpen, C., Reijneveld, S. A.. A study on the applicability of the Strengths and Difficulties Questionnaire among low-and higher-educated adolescents 2024
[200] Theunissen, M. H., Vogels, A. G., de Wolff, M. S., Reijneveld, S. A.. Characteristics of the strengths and difficulties questionnaire in preschool children 2013
[201] Theunissen, M. H., Vogels, A. G., de Wolff, M. S., Crone, M. R., Reijneveld, S. A.. Comparing three short questionnaires to detect psychosocial problems among 3 to 4-year olds 2015
[202] Wright, M., Reitegger, F., Cela, H., Papst, A., Gasteiger-Klicpera, B.. Interventions with Digital Tools for Mental Health Promotion among 11-18 Year Olds: A Systematic Review and Meta-Analysis 2023
https://doi.org/10.1007/s10964-023-01735-4[203] Zeanah, P. D., Stafford, B. S., Nagle, G. A., Rice, T.. Addressing Social-Emotional Development and Infant Mental Health in Early Childhood Systems 2005
[204] Zeijl, E., Crone, M., Wiefferink, K., Keuzenkamp, S., Reijneveld, M.. Kinderen in Nederland 2005
[205] Vogels AGC. The identification by Dutch preventive child health care of children with psychosocial problems: do short questionnaires help? 2008
[206] Theunissen MHC, de Wolff MS, Vogels AGC, Reijneveld SA. Het opsporen van psychosociale problemen bij kinderen in de leeftijd van nul tot en met zes jaar door de jeugdgezondheidszorg JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2014;46(3):46
[207] Lane SJ, Reynolds S, Dumenci L. Sensory overresponsivity and anxiety in typically developing children and children with autism and attention deficit hyperactivity disorder: cause or coexistence? The American Journal of Occupational Therapy 2012;66(5):595
[208] Koning I, Vossen H, Brons H, van den Eijnden R. RICHTLIJN GEZOND SCHERMGEBRUIK 2025
[209] Bjornestad J, Hegelstad WTV, Berg H, Davidson L, Joa I, Johannessen JO, Melle I, Stain HJ, Pallesen S. Social Media and Social Functioning in Psychosis: A Systematic Review J Med Internet Res 2019;21(6):e13957
http://dx.doi.org/10.2196/13957 http://www.jmir.org/2019/6/e13957/[210] Renkens J, Rommes E, van den Muijsenbergh M. Refugees’ agency: On resistance, resilience, and resources International journal of environmental research and public health 2022;19(2):806
[211] Kleinjan M, Pieper I, Stevens GWJM, Van de Klundert N, Rombouts M, Boer M, Lammers J. Geluk onder druk?: Onderzoek naar het mentaal welbevinden van jongeren in Nederland 2020
[212] Simeon D, Yehuda R, Cunill R, Knutelska M, Putnam FW, Smith LM. Factors associated with resilience in healthy adults Psychoneuroendocrinology 2007;32(8-10):1149
[213] Sroufe LA. Attachment and development: A prospective, longitudinal study from birth to adulthood Attachment & human development 2005;7(4):349
[214] de Wolff MS, Theunissen MH, Vogels AG, Reijneveld SA. Three questionnaires to detect psychosocial problems in toddlers: a comparison of the BITSEA, ASQ: SE, and KIPPPI Academic pediatrics 2013;13(6):587
[215] Vugteveen J, de Bildt A, Serra M, de Wolff MS, Timmerman ME. Psychometric properties of the Dutch strengths and difficulties questionnaire (SDQ) in adolescent community and clinical populations Assessment 2020;27(7):1476
[216] Mieloo C. Early detection and referral of young children with psychosocial problems in the preventive child health care 2015
[217] Vogels AGC, Siebelink BM, Theunissen MHC, De Wolff MS, Reijneveld SA. Vergelijking van de KIVPA en de SDQ als signaleringsinstrument voor problemen bij adolescenten in de Jeugdgezondheidszorg null: (null) 2011
[218] Reijneveld SA, Vogels AGC, Brugman E, Van Ede J, Verhulst FC, Verloove‐Vanhorick SP. Early detection of psychosocial problems in adolescents: how useful is the Dutch short indicative questionnaire (KIVPA)? The European Journal of Public Health 2003;13(2):152
[219] Cianchetti, C.. Early detection of behavioral and emotional problems in school-aged children and adolescents: the parent questionnaires 2020
[220] Pontoppidan, M., Niss, N. K., Pejtersen, J. H., Julian, M. M., Væver, M. S.. Parent report measures of infant and toddler social-emotional development: a systematic review 2017
[221] Byrne, E. M., Eneberi, A., Barker, B., Grimas, E., Iles, J., Pote, H., ..., O’Farrelly, C. M.. Psychometric properties of the preschool strengths and difficulties questionnaire (SDQ) in UK 1-to-2-year-olds 2024
[222] Patel, J., Smith, R., O’Farrelly, C., Iles, J., Rosan, C., Ryan, R., Ramchandani, P.. Assessing behavior in children aged 12–24 months using the Strengths and Difficulties Questionnaire 2021
[223] Hattangadi, N., Cost, K. T., Birken, C. S., Borkhoff, C. M., Maguire, J. L., Szatmari, P., Charach, A.. Parenting stress during infancy is a risk factor for mental health problems in 3-year-old children 2020
[224] Gustafsson, B. M., Gustafsson, P. A., Proczkowska-Björklund, M.. The Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) for preschool children—a Swedish validation 2016
[225] Staal, I.I.E.. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘SPARK’ 2021
[226] Staal, I.I.E., Van Stel, H.F., Hermanns, J.M.A., Schrijvers, A.J.P.. Early detection of parenting and developmental problems in young children: nonrandomised comparison of visits to the well-baby clinic with or without a validated interview 2016
[227] Staal, I.I.E., Van Stel, H.F., Hermanns, J.M.A., Schrijvers, A.J.P.. Early detection of parenting and developmental problems in toddlers: a randomized trial of home visits versus well-baby clinic visits in the Netherlands 2015
[228] Staal, I.I.E., Hermanns, J.M.A., Schrijvers, A.J.P., van Stel, H.F.. Vroegsignalering van opvoed- en opgroeiproblemen bij peuters: validiteit en betrouwbaarheid van een gestructureerd interview 2013
[229] Stone, L. L., Janssens, J. M., Vermulst, A. A., Van Der Maten, M., Engels, R. C., Otten, R.. The Strengths and Difficulties Questionnaire: Psychometric properties of the parent and teacher version in children aged 4–7 2015
[230] Vugteveen, J., de Bildt, A., Timmerman, M. E.. Normative data for the self-reported and parent-reported Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) for ages 12–17 2022
[231] Vugteveen, J., de Bildt, A., Theunissen, M., Reijneveld, S. A., Timmerman, M.. Validity aspects of the strengths and difficulties questionnaire (SDQ) adolescent self-report and parent-report versions among Dutch adolescents 2021
[232] Vugteveen, J., Timmerman, M., De Bildt, A., De Wolff, M., Theunissen, M.. SDQ bruikbaar voor jongeren tot achttien jaar: Scores nog beter benutten met'SDQ-profiel' 2020
[233] Vugteveen, J., De Bildt, A., Hartman, C. A., Timmerman, M. E.. Using the Dutch multi-informant Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) to predict adolescent psychiatric diagnoses 2018
[234] Geerlings J., Noordewier Y., Kromhout M., van Kleef N.. Ervaringen en aanpak van pestgedrag tegenover lhbtiq+ jongeren in het voortgezet onderwijs null: (null) 2022
http://rapport-ervaringen-en-aanpak-van-pestgedrag-tegenover-lhbtiq-jongeren-in-het-voortgezet-onderwijs.pdf[235] Lodewick J., Geurts R., Lucas K., van den Broek A., Ramakers C.. Veilig op school null: (null) 2023
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-cc7801d0a9d84b9548e0911b8c71e6e061d03443/pdf[236] Rietman A., Titulaer S., Ewals F.. Prikkelverwerking n.d.
https://werkboeken.nvk.nl/emb/Somatische-problematiek/Zintuigstoornissen/Prikkelverwerking[237] Theunissen MHC. The early detection of psychosocial problems in children aged 0 to 6 years by Dutch preventive child healthcare: professionals and their tools 2013
[238] Vugteveen J. Measurement quality of the Strengths and Difficulties Questionnaire for assessing psychosocial behaviour among Dutch adolescents 2020
[239] Theunissen MH, de Wolff MS, Deurloo JA, Vogels AG, Reijneveld SA. Computerized adaptive testing to screen children for emotional and behavioral problems by preventive child healthcare BMC pediatrics 2020;20(1):119
[240] Brugman E, Reijneveld SA, Verhulst FC, Verloove-Vanhorick SP. Onderkenning van en beleid bij psychosociale problemen in de schoolgezondheidszorg Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2001;145(37):1790
[241] Maciver D, Rutherford M, Arakelyan S, Kramer JM, Richmond J, Todorova L, Romero-Ayuso D, Nakamura-Thomas H, Ten Velden M, Finlayson I. Participation of children with disabilities in school: A realist systematic review of psychosocial and environmental factors PloS one 2019;14(1):e0210511
[242] De Graaf I, Speetjens P, Smit F, De Wolff M, Tavecchio L. Effectiveness of the Triple P Positive Parenting Program on behavioral problems in children: A meta-analysis Behavior modification 2008;32(5):714
[243] Schappin R, De Graaf IM, Reijneveld SA. Effectiviteit van Triple P in Nederland: stand van zaken en controverse Kind en adolescent 2017;38(2):75
[244] Staal IIE. Early detection of parenting and developmental problems in young children: A structured dialogue with parents null: (null) 2016
[245] Ince D, Udo N. Wat werkt in Opvoedingsondersteuning? What works in Parenting Support 2018
https://www.nji.nl/system/files/2021-05/Opvoedsteun-Wat-werkt.pdf[246] van IJzendoorn MH, Schuengel C, Wang Q, Bakermans-Kranenburg MJ. Improving parenting, child attachment, and externalizing behaviors: Meta-analysis of the first 25 randomized controlled trials on the effects of Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline Development and Psychopathology 2023;35(1):241
http://dx.doi.org/DOI:%2010.1017/S0954579421001462 https://www.cambridge.org/core/product/D6711F49014002C4FFB1A713E2A28743[247] Bastounis A, Callaghan P, Banerjee A, Michail M. The effectiveness of the Penn Resiliency Programme (PRP) and its adapted versions in reducing depression and anxiety and improving explanatory style: A systematic review and meta-analysis Journal of adolescence 2016;52():37
[248] Sanchez AL, Cornacchio D, Poznanski B, Golik AM, Chou T, Comer JS. The effectiveness of school-based mental health services for elementary-aged children: A meta-analysis Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2018;57(3):153
[249] Blossom JB, Jungbluth N, Dillon-Naftolin E, French W. Treatment for Anxiety Disorders in the Pediatric Primary Care Setting Child and Adolescent Psychiatric Clinics 2023;32(3):601
[250] Tuenter T, Van den Berg B, Bastiaanssen I. Tuenter, van den Berg & Bastiaanssen Nederlangs Jeugdinstituur 2021
https://www.nji.nl/system/files/2021-06/Effecten-van-preventie-in-het-jeugdveld.pdf[251] Ginsburg GS, Silverman WK, Kurtines WK. Family involvement in treating children with phobic and anxiety disorders: A look ahead Clinical Psychology Review 1995;15(5):457
[252] Leahy‐Warren P, McCarthy G, Corcoran P. First‐time mothers: social support, maternal parental self‐efficacy and postnatal depression Journal of clinical nursing 2012;21(3‐4):388
[253] Asscher JJ, Hermanns JM, Deković M. Effectiveness of the Home‐Start parenting support program: Behavioral outcomes for parents and children Infant Mental Health Journal: Official Publication of The World Association for Infant Mental Health 2008;29(2):95
[254] Deković M, Asscher JJ, Hermanns JO, Reitz E, Prinzie P, van den Akker AL. Tracing changes in families who participated in the home-start parenting program: Parental sense of competence as mechanism of change Prevention science 2010;11(3):263
[255] Van Aar JV, Asscher JJ, Zijlstra BJ, Deković M, Hoffenaar PJ. Changes in parenting and child behavior after the home-start family support program: A 10 year follow-up Children and youth services review 2015;53():166
[256] American Psychological Association. Health Advisory on Social Media Use in Adolescence (null) 2023
https://www.apa.org/news/press/releases/2023/05/social-media-use-adolescence.pdfDe JGZ-richtlijn ‘Psychosociale problemen’ richt zich op het voorkomen (collectieve en individuele preventie), signaleren en begeleiden bij psychosociale problemen van de jeugdige. Het doel van de richtlijn is om JGZ-professionals te ondersteunen bij het leveren van kwalitatief goede en eenduidige zorg, gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten en praktijkervaring. De richtlijn biedt handvatten voor het signaleren van (risico op) problemen, het bieden van passende ondersteuning en het samenwerken met andere professionals en organisaties in de keten van jeugdgezondheid en jeugdhulp.
Een richtlijn helpt professionals om, samen met ouders en jeugdigen, goede beslissingen te nemen in de praktijk. De inhoud is gebaseerd op bestaande kennis uit eerdere richtlijnen, nieuw wetenschappelijk onderzoek en professionele consensus. Professionals gebruiken richtlijnen ook om hun kennis up-to-date te houden, voor opleiding en bijscholing, en om afspraken en protocollen voor samenwerking op te stellen.
Voor deze richtlijn is de standaard herzieningstermijn van vijf jaar van toepassing.
Deze richtlijn omvat de volgende modules:
Deze JGZ-richtlijn is bedoeld voor alle professionals die werkzaam zijn binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en betrokken zijn bij de preventie, signalering, begeleiding en verwijzing van jeugdigen en hun ouders. Dat zijn bijvoorbeeld jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, doktersassistenten, verpleegkundig specialisten en pedagogen/gedragswetenschappers in dienst van de JGZ.
Daarnaast kan de richtlijn ook relevant zijn voor andere professionals die nauw samenwerken met de JGZ, zoals huisartsen, pedagogisch medewerkers in de kinderopvang, professionals in het onderwijs, maatschappelijk werkers, of jeugd- en gezinscoaches in de jeugdhulp. Het uiteindelijke doel van de richtlijn is dat (aanstaande) ouders, opvoeders en jeugdigen (0-18 jaar) profiteren van de goede zorg.
Deze module omschrijft de definitie en achtergrondinformatie van psychosociale problemen bij jeugdigen (0-18 jaar). Het doel van deze module is om JGZ-professionals te informeren over de omvang, risico’s en mogelijke gevolgen van psychosociale problemen bij kinderen en jongeren.
De richtlijn Psychosociale Problemen fungeert als voorloper of basis voor vier andere JGZ-richtlijnen: Angst, ADHD, ASS en Depressie (zie Figuur 1). Deze richtlijn kan worden gezien als een overkoepelende richtlijn voor psychosociale problemen. Voor gedetailleerde informatie over de achtergrond (prevalentie), preventie, signaleren, samenwerken, verwijzen en begeleiden met betrekking tot deze specifieke onderwerpen dient de betreffende richtlijn te worden geraadpleegd.
Figuur 1. Stroomdiagram JGZ-richtlijnen rondom het thema psychosociale problemen, binnen het cluster Psychosociaal Gedrag. De JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen fungeert als een overkoepelende richtlijn of voorloper voor de JGZ-richtlijnen Angst, ADHD, ASS en Depressie. De JGZ-richtlijn Pesten hangt ook nauw samen met deze richtlijn.
Daarnaast hebben onderstaande JGZ- en externe richtlijnen ook betrekking tot de JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen:
De kernpunten vormen de samenvatting van de belangrijkste informatie, die een JGZ-professional nodig heeft om te kunnen werken met de richtlijn.
De psychosociale ontwikkeling verwijst naar de manier waarop kinderen zich ontwikkelen in relatie tot hun sociale omgeving en hoe ze omgaan met anderen. Wanneer er sprake is van psychosociale problemen, kan dit zich op drie verschillende gebieden uiten:
Uitgegaan wordt van de definitie die eveneens gehanteerd wordt binnen de Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid (zie ook [203]) en een aantal proefschriften over vroegsignalering van psychosociale problemen door de JGZ [204];[205];[215];[173];[243][236][237].
Om psychosociale problemen bij kinderen en jongeren te signaleren, is het belangrijk om rekening te houden met wat past bij hun leeftijd. Een overzicht van de ontwikkelingsmijlpalen helpt de JGZ-professional bij het onderscheiden van de normale ontwikkeling van een afwijkende psychosociale ontwikkeling.
Tabel 1 geeft de mijlpalen weer die een kind doorloopt op het gebied van persoonlijke sociaal-emotionele ontwikkeling, uitgesplitst naar leeftijd. Deze tabel is gebaseerd op het Opvoeding & Ondersteuning schema van het NCJ. Hierbij is het van belang dat mijlpalen altijd in context dienen te worden gezien. Bij een te vroeg geboren kind bijvoorbeeld moet de leeftijd bijvoorbeeld gecorrigeerd worden (zie Richtlijn te vroeg en/of SGA geboren kinderen). Het gedrag van kinderen moet altijd in een bredere context worden bekeken, met aandacht voor wat als ‘normaal’ gedrag wordt gezien. Variatie tussen kinderen is juist normaal [177]. Zo kan een kind bijvoorbeeld tijdelijk angstig zijn of kieskeuriger worden met eten, zonder dat er direct sprake is van een probleem. Bij twijfel over het gedrag is het belangrijk om te letten op andere signalen en het algemene functioneren van het kind (zie Tabel 2 Symptomen van psychosociale problemen hieronder en de modules Signaleren en Verwijzen). Het is belangrijk om te onderkennen dat sociale media en de grote hoeveelheid online informatie over opvoeding, ouderschap en gedrag onzekerheid of twijfel bij ouders over wat normaal gedrag is, vergroten [177].
Tabel 1. Ontwikkelingsaspecten sociaal-emotionele en persoonlijke ontwikkeling per leeftijd (gebaseerd op O&O schema)
| Leeftijd | Persoonlijke mijlpalen | Sociaal-emotionele mijlpalen |
| 0-1 maanden | Uiten van temperament | Herkennen van – en reageren op stem, geur en aanraking |
| 1-4 maanden | Teruglachen (6 weken) |
– Reageren op stem en geur – Uiten van gevoelens via lichaamstaal en huilgedrag |
| 4-8 maanden | Uitsluitend op zichzelf gericht |
Eenkennigheid
|
| 8-12 maanden |
– Doelbewust dingen doen – Laten merken wat ze willen – Besef eigen ik groei, herkennen van eigen naam |
– Eenkennig en ontstaan van verlatingsangst – Gevoeligheid voor stemmingen van anderen (meehuilen) – Handen klappen en zwaaien bij weggaan |
| 1-2 jaar |
– Ontwikkeling eigen wil: zelf doen – Toenemend ik-besef |
– Imitatie van gedrag – Interesse in andere kinderen, parallel spelen – Meehelpen |
| 2-3 jaar |
– Nee-fase (peuterpuberteit) – Wisselend temperament – Driftbuien |
– Op zichzelf gericht in contact – Kan zich nog niet in een ander verplaatsen – Grenzen verkennen |
| 3-4 jaar |
– Vragen stellen (waarom-vragen) – Nieuwsgierig: geen gevaar zien – Grote fantasie: peuterangsten |
– Ontwikkelen eigen identiteit (ik t.o.v. een ander) – Bewustwording van gevoelens van anderen (helpen en troosten) – Rekening houden met anderen (op beurt wachten) |
| 4-6 jaar |
– Start gewetensontwikkeling – Ontwikkeling schaamtegevoelens – Piek in magisch denken |
– Leren door spel: symbolisch spel en doen alsof – Overgang van egocentrisch naar maatschappelijk perspectief – Vriendschappen sluiten |
| 6-12 jaar |
– Vorming van zelfbeeld: assertiviteit – Morele ontwikkeling: normbesef, gemeenschapszin en rechtvaardigheidsbesef – Identificatie met ouders, klasgenoten, buurtkinderen |
– Apart spelen jongens en meisjes – Werkelijkheid willen leren kennen – Behoefte om erbij te horen en geaccepteerd te worden |
| 10-15 jaar |
– Gedrag wordt beïnvloed door veranderingsproces in het brein – Drang naar intense ervaringen en risico’s nemen – Identiteitsontwikkeling; aardig gevonden willen worden door leeftijdsgenoten |
– Onzekerheid, vergelijken met anderen – Wisselend humeur – Zelf over- en onderschatting |
| 15-18 jaar |
– Vorming (eigen) waardensysteem, aanpassen gedrag aan in de omgeving geldende sociale norm – Onafhankelijke positie innemen ten opzichte van anderen (omgaan met autoriteit) – Bewustzijn eigen identiteit (zelfbewust, talent ontwikkeling) |
– Empathie, rekening houden met sociale en emotionele gevolgen van gedrag – Verantwoordelijk opstellen naar zichzelf en anderen – Gevoelige periode voor ontwikkelen van een (positief) zelfbeeld en zelfvertrouwen |
Een enkel symptoom, zoals druk gedrag, kan op zichzelf ongewenst of minder optimaal zijn, maar betekent nog niet dat er sprake is van (ernstig) disfunctioneren. Er is sprake van een psychosociaal probleem wanneer meerdere, aan elkaar gerelateerde symptomen tegelijk voorkomen en een belemmering vormen voor de ontwikkeling van de jeugdige. Dat duidt op meer dan een losstaand verschijnsel.
Er bestaat geen vaste ‘meetlat’ om te bepalen wanneer dit precies het geval is, maar er zijn wel goede vroege signaleringsinstrumenten beschikbaar – zoals de SDQ – die een betrouwbaar en valide onderscheid maken tussen kinderen mét en zonder psychosociale problemen. Symptomen van psychosociale problemen kunnen doorgaans worden ingedeeld in drie hoofdgebieden: internaliserende, externaliserende en sociale problemen.
Toch passen niet alle symptomen in deze categorieën. Eet- en slaapproblemen, evenals symptomen bij jonge kinderen (0-1 jaar), zijn bijvoorbeeld moeilijker in te delen. Daarnaast kunnen problemen in elk gebied zich op verschillende manieren uiten, afhankelijk van de levensfase. De focus ligt daarom op de combinatie van symptomen, aangezien individuele symptomen soms passen binnen de leeftijdsgebonden ontwikkelingsmijlpalen (zie Tabel 2).
Tabel 2. Mogelijke symptomen van psychosociale problemen per leeftijdsgroep. [1] [2]
| Leeftijdsgroep | Symptoom | Toelichting |
| Dreumes (14 maanden) | ||
| Externaliserende en internaliserende problemen* | Excessief huilen |
Lange periodes aaneen huilen of schreeuwen. |
| Overig | Problemen met eten |
Weigeren van eten, uitspugen eten, verslikken, overgeven, eten van niet eetbare voorwerpen |
| Problemen met slapen |
Moeilijkheden met in slaap vallen, ’s nachts wakker worden en hulp nodig hebben om weer in slaap te komen Zie richtlijn Slaap |
|
| Peuter (2-3 jaar) | ||
| Internaliserende problemen | Angsten |
Scheidingsangst of verlatingsangst Zie richtlijn Angst |
| Externaliserende problemen | Agressief gedrag of woedeaanvallen | Slaat, duwt, schopt of bijt ouders/ anderen; is ongehoorzaam of opstandig |
| Sociale problemen | Afwijkende sociale ontwikkeling | Maakt geen oogcontact, is afwezig, heeft geen aandacht voor omgeving |
| Overig | Afwijkende spraak- taal ontwikkeling | Zie richtlijn Taalontwikkeling |
| Problemen met slapen |
Moeilijkheden met in slaap vallen, ’s nachts wakker worden en hulp nodig hebben om weer in slaap te komen Zie richtlijn Slaap |
|
| Onderbouw basisonderwijs | ||
| Internaliserende problemen | Angsten |
Bijvoorbeeld schoolangst Zie richtlijn Angst |
| Externaliserende problemen | Onrustig gedrag, aandachtstoornissen en hyperactiviteit | Zie richtlijn ADHD |
| Sociale problemen | Problemen met omgang leeftijdsgenoten |
Problemen in verbreding van sociale relaties Zie richtlijn ASS |
| Overig | Problemen met slapen en eten |
In mindere mate aan de orde in deze leeftijdsgroep t.o.v. vorige Zie richtlijn Slaap |
| Vanaf bovenbouw basisonderwijs | ||
| Internaliserende problemen |
Gebrek aan zelfvertrouwen, teruggetrokken gedrag. Schoolproblemen, angsten Depressieve gevoelens Psychosomatische klachten |
Bijvoorbeeld schoolangst, faalangst Zie richtlijn Angst Zie richtlijn Pesten NB: Bij meisjes kan internaliserend gedrag duiden op ADHD/ADD, maar is niet specifiek ervoor. |
| Externaliserende problemen | Agressief, onrustig, delinquent of driftig gedrag |
Agressief gedrag (bijv. met andere kinderen vechten, andere kinderen pesten, driftbuien, doorgaans niet gehoorzaam aan volwassenen, maakt ruzie met volwassenen, gemeen doen tegen volwassenen); Zie ook andere JGZ-richtlijnen: richtlijn Pesten en de richtlijn Opvoedondersteuning Onrustig gedrag (bijv. wiebelen en friemelen, niet lang stil kunnen zitten, opdrachten niet afmaken, gemakkelijk afgeleid, niet kunnen concentreren, denkt niet na voordat hij/zij iets doet); Zie ook andere JGZ-richtlijn ADHD Delinquent gedrag (bijv. dingen stelen thuis, op school of elders, liegen of bedriegen) Zie ook andere JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning |
| Sociale problemen | Problemen met omgang leeftijdsgenoten |
Bijvoorbeeld moeite met vriendschappen maken en/of onderhouden en/of gepest worden, beter opschieten met volwassenen dan met andere kinderen, geen rekening met gevoelens van anderen houden Zie richtlijn ASS Zie richtlijn Pesten |
| Overig | Problemen met slapen | Zie richtlijn Slaap |
| * op deze leeftijd nog moeilijk van elkaar te onderscheiden | ||
Psychosociale problemen komen bij 10-20% van de kinderen en adolescenten wereldwijd voor[3]. Vroege signalering, screening, begeleiding en zo nodig behandeling van psychosociale problematiek is noodzakelijk geacht om langdurige gevolgen op latere leeftijd te voorkomen en risico’s op overige psychosociale problematiek te verminderen.[5]
Volgens JGZ-professionals varieert in Nederland het aantal kinderen met psychosociale problemen tussen de 11% bij baby’s (14 maanden), 28% bij 5-6 jarigen en 21% bij 8-12 jarigen.[1] Ouders blijken minder psychosociale problemen te rapporteren in vergelijking met JGZ-professionals, variërend tussen de 4 – 9% bij jeugdigen tussen 14-maanden en 11 jaar (Tabel 3) [1][6] Jongeren daarentegen rapporteren zelf juist vaker psychosociale problemen dan ouders. Ouderrapportage kan aanvullende informatie bieden over psychosociale problemen bovenop zelfrapportage, vooral ten aanzien van externaliserende problemen bij jongeren. Dit benadrukt het belang van het gezamenlijk beoordelen van ouder- en kindrapportages.[7]
Er zijn weinig actuele cijfers over de psychosociale problemen bij jonge kinderen in Nederland. Het is lastig om landelijke gegevens te verzamelen over kinderen van 0 tot 4 jaar, omdat hun gedrag sterk afhangt van hun ontwikkelingsfase. Ook maken verschillende manieren van meten en het gebruik van verschillende bronnen (zoals ouders, zelfrapportage en JGZ-professionals) het moeilijk om cijfers goed te vergelijken (zie Tabel 3).
Tabel 3: Prevalentie psychosociale problemen per leeftijdsgroep in Nederlands onderzoek.
|
Leeftijdsgroep
|
Prevalentie | Informant | Soort rapportage | Bron |
|
Dreumes (14 maanden) |
11% | JGZ-professionals | Vragenlijst* | [203] |
| 4% | Ouders | ITSEA/ CBCL | [203] | |
|
Peuter (2-5 jaar) |
19% | JGZ-professionals | Vragenlijst* | [203] |
| 6% | Ouders | ITSEA/ CBCL | [203] | |
|
Kleuter (5-6 jaar) |
28% | JGZ-professionals | Vragenlijst* | [203] |
| 6% | Ouders | ITSEA/ CBCL | [203] | |
|
Basisonderwijs (8-12 jaar) |
21% | JGZ-professionals | Vragenlijst* |
[203]
|
| 6% | Ouders | ITSEA/ CBCL | [203] | |
| 9% | Ouders | CBCL | [19] | |
| 26% | Jongeren (groep 8) | SDQ jongeren | [13] | |
|
Voortgezet onderwijs (13 – 18 jaar) |
31% | Jongeren | SDQ jongeren | [13] |
| *vragenlijst niet nader gespecificeerd | ||||
De Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) rapporten geven inzicht in de gezondheid en welzijn van jongeren vanaf 12 jaar. Deze onderzoeken worden elke vier jaar gehouden, waarbij leerlingen onder andere de SDQ invullen. In 2021 gaf ongeveer 26% van de groep 8 leerlingen aan dat ze psychosociale problemen hebben. Voor leerlingen in het voortgezet onderwijs was dat 31%.[13]
Verschil in type probleem per geslacht
Afhankelijk van de leeftijd en geslacht zijn er aanzienlijke verschillen in de prevalentie en type psychosociale problemen die voor kunnen komen. Zowel internaliserende als externaliserende problematiek komen bij beide geslachten voor, echter worden internaliserende problemen, zoals angst, over het algemeen vaker bij meisjes gerapporteerd (door ouders). Jongens daarentegen vertonen vaker externaliserende problemen, zoals agressie en hyperactiviteit.[9] [10] Deze verschillen kunnen zich al vanaf de eerste levensjaren presenteren en blijken stabiel te blijven over de kleutertijd heen.[11] Vanaf de schoolgaande leeftijd nemen deze verschillen nog verder toe, en kan er ook meer sprake zijn van co-ontwikkeling van internaliserend en externaliserende problemen.
Ook uit de jongere zelf-rapportages blijken deze verschillen aanwezig te zijn. Jongeren tussen de 11 en 19 jaar, die meededen aan de longitudinale TRAILS-studie (n=2230), toonden soortgelijke patronen in de prevalentie van problemen per leeftijd en geslacht.[127] Hierin werd een piek gezien in externaliserende problemen bij jongens tijdens de vroege adolescentie. De prevalentie van internaliserende problematiek neemt over het algemeen bij jongeren af in de puberteit, en komt vaker voor bij meisjes gedurende deze levensfase. De oorzaak van deze verschillen is nog niet bekend.
Trends in prevalentie psychosociale problemen
In de afgelopen decennia is een duidelijke toename zichtbaar in het aantal zelfgerapporteerde psychosociale problemen onder jongeren [13] (zie Figuur 2). Zowel in het basis- als het voortgezet onderwijs zijn aanzienlijke stijgingen te zien. Leerlingen uit groep 8 gaven in 2021 ruim twee keer zo vaak emotionele problemen aan als voorheen (van 11% naar 23%). Ook het aantal jongeren met hyperactiviteits- of aandachtsproblemen nam toe (van 25% naar 31%) [13].
Op het voortgezet onderwijs werden op alle probleemgebieden significante stijgingen gezien (Figuur 2). Daarbij vallen duidelijke verschillen op tussen jongens en meisjes. Meisjes rapporteerden in 2021 drie keer zo vaak internaliserende problemen dan jongens, en de toename onder meisjes was groter dan in voorgaande jaren. Tussen 2017 en 2021 was op alle probleemgebieden een sterke stijging zichtbaar bij meisjes, terwijl bij jongens alleen een significante toename werd gezien in internaliserende en totale problemen (Figuur 2).
De stijging in (zelf-gerapporteerde) mentale problemen onder jongeren wordt onder andere toegeschreven aan een afname in positieve sociale relaties, co-ruminatie (excessief praten over zorgen en negatieve emoties binnen vriendschappen) en schooldruk [13]. De ervaren druk blijkt het afgelopen decennium te zijn toegenomen. Ongeveer 1 op de 5 jongeren op het basisonderwijs ervaart stress door school, met name rondom het schooladvies [13]. Jongeren op het voorgezet onderwijs ervaart met name stress vanwege huiswerk, verwachtingen van ouders/leraren of hun toekomst [13]. Een deel van de bovenstaande factoren hangt waarschijnlijk ook samen met de coronacrisis.
Uit Nederlands onderzoek bleken jongeren (uit zelf-rapportage of door ouders gerapporteerd) vaker internaliserende psychosociale problemen te rapporteerden tijdens en na de coronacrisis, vergeleken met daarvoor. [143] [15] Rapportages van externaliserende problemen bleken onveranderd. Ook volgens de gezondheidsenquête van het CBS was er een piek in psychische klachten (volgens de Mental Health Inventory 5) gezien rondom de coronacrisis (gemiddeld 13% in 2021, komend van gemiddeld 7% in 2020), waarna deze niet meer terug naar het oude niveau is gedaald.[128]
Psychosociale problemen ontstaan meestal door een samenspel van verschillende factoren. Deze kunnen grofweg worden onderverdeeld in biologische, psychologische, sociale, omgevings- en culturele invloeden. Het biopsychosociaal model van Engel & Romano [257] beschrijft hoe deze factoren met elkaar samenhangen:
Dit model benadrukt een integrale kijk op het kind [16]; niet alleen gericht op problemen, maar ook op veerkracht en mogelijkheden in de ontwikkeling.
Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met neurodiversiteit: ieder kind verwerkt informatie en prikkels op een eigen manier. Neurodiversiteit verwijst naar het idee dat verschillen in de manier waarop de hersenen informatie verwerken onderdeel zijn van de natuurlijke variatie van de menselijke hersenen. Het begrip komt voort uit een maatschappelijke en wetenschappelijke beweging die stelt dat zulke verschillen niet per se stoornissen zijn, maar variaties met zowel uitdagingen als sterke kanten.
Onderzoek laat zien dat de manier waarop kinderen prikkels uit hun omgeving verwerken, veel invloed heeft op hun gedrag en welzijn[258].Sensorische informatieverwerking is het proces waarbij de hersenen zintuiglijke prikkels – zoals tast, geluid, licht, evenwicht en lichaamsbewustzijn – ontvangen, begrijpen en erop reageren.
Bij sommige kinderen verloopt dit proces niet goed [256]. Zij kunnen overgevoelig zijn (bijvoorbeeld moeite met harde geluiden, felle lichten of aanraking) of juist ondergevoelig (ze zoeken sterke prikkels op, zoals druk spel of harde muziek). Problemen met sensorische verwerking kunnen het dagelijks functioneren beïnvloeden [206], bijvoorbeeld bij school, spel of in contact met anderen. Kinderen met zulke problemen hebben vaker psychosociale klachten, zoals:
Het opstellen van een differentiaal diagnose voor psychosociale problemen is uitdagend wegens de brede aard van dit onderwerp en grote variatie aan uitingen (bijvoorbeeld per leeftijd). Binnen de JGZ dient de nadruk te liggen op het normaliseren van diverse gedragsuitingen en ontwikkeling. Hierbij is van belang dat er rekening wordt gehouden met leeftijdsadequate gedragingen, de bredere context van het kind en het evalueren van een combinatie van symptomen.
Wanneer er sprake blijkt te zijn van psychosociale problemen, dient de aanwezigheid van eventuele (psycho)somatische klachten (o.a. buikpijn, hoofdpijn, vermoeidheid, pijn op de borst en bedplassen) ook te worden nagegaan, en omgekeerd. Ook moet er bij schoolverzuim gedacht worden aan de aanwezigheid van psychosociale problemen. Schoolverzuim kan zowel de oorzaak als gevolg zijn van psychosociale problemen, en regelmatige afwezigheid kan leiden tot verdere problemen zoals leerachterstanden en verminderde sociale interacties.
Bij aanwezigheid van andere lichamelijke klachten moet ook nagegaan worden of de vastgestelde gedragingen hieraan gerelateerd kunnen worden (denk hierbij aan neurologische afwijkingen, afwijkende schildklierfunctie, chronische pijn of aandoeningen die de sensorische verwerking kunnen beïnvloeden).
Tevens is het van belang dat er onderscheid gemaakt wordt met psychiatrische aandoeningen. Er is sprake van (complexe) psychische problematiek wanneer symptomen het normale functioneren belemmeren. Voor diagnostische criteria voor psychische klachten en problemen in de kindertijd dient verwezen te worden naar de JGZ-richtlijnen ADHD, ASS, Depressie en Angst. Hier wordt verder op ingegaan in de module Preventie en Signaleren en Samenwerken en Verwijzen van deze richtlijn.
Een risicofactor is een eigenschap, omstandigheid of omgevingsinvloed die de kans vergroot dat een kind psychosociale problemen (of andere negatieve uitkomsten) ontwikkelt [17];[240]. Risicofactoren kunnen zich bevinden op verschillende niveaus, zoals het individu (bijv. impulsiviteit), het gezin en school (bijv. conflicten), of de bredere omgeving (bijv. armoede, negatieve schoolomgeving).Een risicofactor veroorzaakt niet per se een probleem, maar verhoogt de waarschijnlijkheid dat een probleem ontstaat, doorgaans in combinatie met andere risicofactoren.
Beschermende factoren zijn eigenschappen, omstandigheden of omgevingsinvloeden die de kans verkleinen dat kinderen psychosociale problemen ontwikkelen, en die hun veerkracht, gezonde ontwikkeling en welzijn bevorderen. Beschermende factor werken vaak bufferend tegen risicofactoren, maar kunnen ook op zichzelf een positieve invloed hebben op ontwikkeling.
Er is veel meer onderzoek gedaan naar risicofactoren dan naar beschermende factoren. In het verleden lag in wetenschappelijk vooral de focus op het voorkomen van problemen. Bovendien zijn beschermende factoren wat lastiger te meten omdat ze in interactie werken met risicofactoren, waardoor het effect van beschermende factoren niet altijd zichtbaar is.
In deze paragraaf onderscheiden we risicofactoren op drie niveaus.
Individueel niveau: factoren/eigenschappen van het kind en de ouder zelf;
Nabije omgeving: ouder-kind interactie, gezinsfactoren, en de school;
Bredere omgeving: factoren in de grotere omgeving zoals de sociaaleconomische omstandigheden, cultuur en de maatschappij als geheel.
Hieronder wordt in een tabel een overzicht gegeven van de risico- en beschermende factoren met het oog op de ontwikkeling van psychosociale problemen bij kinderen.
Alleen die risicofactoren besproken waarvan in onderzoek is aangetoond dat ze samenhangen met het ontstaan of het voortbestaan van psychosociale problemen bij kinderen. Waarschijnlijk spelen er meer risicofactoren een rol bij het ontstaan van psychosociale problemen. Over deze factoren is te weinig onderzoek gedaan, waardoor het beschikbare bewijs beperkt of ontbrekend is.
Tabel 3: Samengevat risico- en beschermende factoren
|
Bedreigend |
Beschermend |
|
Kind |
|
|
|
|
Ouders |
|
|
|
|
Nabije omgeving: Gezin en School |
|
|
|
|
Macroniveau |
|
|
|
| * geen eenduidig bewijs | |
Beschermende factoren zijn eigenschappen, omstandigheden of omgevingsinvloeden die de kans verkleinen dat kinderen psychosociale problemen ontwikkelen, en die hun veerkracht, gezonde ontwikkeling en welzijn bevorderen. Beschermende factor werken vaak bufferend tegen risicofactoren, maar kunnen ook op zichzelf een positieve invloed hebben op ontwikkeling.
Er is veel meer onderzoek gedaan naar risicofactoren dan naar beschermende factoren. In het verleden lag in wetenschappelijk onderzoek de focus vooral op het voorkomen van problemen. Bovendien zijn beschermende factoren methodologisch lastiger te onderzoeken in vergelijking met risicofactoren. Beschermende factoren werken doorgaans indirect, in samenhang met andere variabelen en verschillen per context, waardoor hun effect nauwelijks eenduidig vastgesteld kan worden. Hierdoor is de kennisbasis over beschermende factoren kleiner, terwijl deze factoren in de praktijk wel een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen van een gezonde psychosociale ontwikkeling.
In dit hoofdstuk bespreken we de beschermende factoren, waarvan in onderzoek is vastgesteld dat ze de negatieve invloed van risicofactoren op de psychosociale ontwikkeling van kinderen daadwerkelijk inperken.
Intelligentie en zelfvertrouwen worden beschouwd als belangrijke beschermende factoren binnen het kind zelf [65];[107]. Kinderen met een hogere intelligentie beschikken doorgaans over meer veerkracht (resilience) en zijn beter in staat om problemen op te lossen dan hun minder intelligente leeftijdsgenoten. Zij hebben vaak sterkere sociale vaardigheden en een groter vermogen tot emotieregulatie.
Vanuit het veerkrachtperspectief wordt veerkracht gezien als het vermogen van kinderen om zich positief aan te passen, ondanks de aanwezigheid van (complexe) problematiek. Veerkracht speelt een belangrijke rol bij het al dan niet ontstaan van psychosociale problemen. In tegenstelling tot eerdere opvattingen wordt veerkracht tegenwoordig gezien als een dynamisch proces dat in de loop van de tijd kan veranderen. Factoren zoals een ondersteunend sociaal netwerk, duidelijke structuur en regels in het gezin, en hoge maar realistische ouderlijke verwachtingen blijken bij te dragen aan het versterken van de veerkracht van kinderen [160]. Ook werkt zelfvertrouwen beschermend tegen de ontwikkeling van psychopathologie [107]. Daarnaast kan een sterk zelfvertrouwen in combinatie met een positieve etnische identiteit, een gevoel van verbondenheid met de eigen etniciteit, bescherming bieden tegen depressieve gevoelens en angst bij jongeren die opgroeien in moeilijke omstandigheden [108].
Onderzoek laat zien dat positieve ouderlijke interacties een buffer kunnen vormen tegen verschillende risicofactoren [110];[109]. Een veilige gehechtheid tussen ouder (of verzorger) en kind vormt de basis voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling [81];[211];[212] (zie ook JGZ-richtlijn Ouder-kindrelatie).
Een warme opvoedingsstijl en een hechte ouder-kindband kunnen kinderen beschermen tegen emotionele en gedragsproblemen, bijvoorbeeld in situaties van pesten, hoge stress of ingrijpende gebeurtenissen zoals het verlies van een ouder [109];[110]. Het wetenschappelijke bewijs is echter niet altijd consistent. Recente studies tonen aan dat gezinsfunctioneren en regelmaat niet in alle gevallen een beschermende werking hebben tegen de aanwezigheid van meerdere risicofactoren. Verschillen in onderzoeksopzet en meetmethoden kunnen deze variatie in bevindingen deels verklaren [111].
Uit verschillende studies blijkt dat steun uit het sociale netwerk (familie, vrienden, op school of in de wijk) een belangrijke beschermende factor is voor de mentale gezondheid van jongeren [112];[172]. De aanwezigheid van een (stabiel) sociale netwerk blijkt beschermend te zijn voor het ontwikkelen van internaliserende problemen bij jongeren, zeker bij aanwezigheid van andere risicofactoren.
Hierbij blijkt ook dat de kwaliteit van steun belangrijker is dan de kwantiteit. De rol van online sociale netwerken blijkt steeds groter te worden [113]. Naast de risico’s die sociale mediagebruik met zich mee kunnen brengen, zijn er ook positieve gevolgen van het gebruik van sociale media onder jongeren. Zo blijkt het gebruik van sociale medianetwerken effectief te kunnen zijn voor het bevorderen van het psychisch welbevinden van jongeren met internaliserende problemen [115];[114]. Ook voor ouders blijkt het gebruik van sociale netwerken gunstig voor het omgaan met moeilijk of lastig gedrag van hun kinderen. Sociale steun van het informele sociale netwerk blijkt als buffer te kunnen fungeren tussen stress voor de moeder, inadequaat opvoedgedrag en de ontwikkeling van internaliserend en externaliserend probleemgedrag van kinderen [116].
Kinderen die te vroeg (< 37 weken zwangerschapsduur) en/of te licht (< 1500 gram) geboren worden, hebben een grotere kans op psychosociale problemen dan kinderen die à terme geboren worden, of met een normaal gewicht. Dit blijkt voor zowel matig- (32 – 37 weken) als ernstig prematuur (<32 weken) geboren kinderen, hoewel de ernst van prematuriteit wel een rol lijkt te spelen in de kans op ontwikkeling van problematiek [20][23][22][19][21][18].De hoge mate van stress waarmee prematuur geboren kinderen te maken krijgen, leidt ertoe dat ze sneller geprikkeld en negatief reageren op hun omgeving en dat ze minder goed hun emoties leren te reguleren, in vergelijking met voldragen kinderen [25].
De term ‘temperament’ verwijst naar een aangeboren gedragsstijl die over de levensloop grotendeels stabiel blijft. Kinderen verschillen bijvoorbeeld in de intensiteit van hun emoties, hun reactie op nieuwe prikkels, aandachtsspanne, sociabiliteit, activiteitsniveau en aanpassingsvermogen [26].
Baby's met een prikkelbaar temperament hebben een grotere kans op sociale problemen op de basisschool en op psychiatrische symptomen in de adolescentie [30];[27];[28]. Peuters met een teruggetrokken of geremd temperament lopen een verhoogd risico op emotionele problemen in de puberteit [29];[28]. Kleuters met een korte aandachtsspanne blijken als tieners vaker externaliserend gedrag te vertonen [30][28]. Kinderen met een extravert en ongeremd temperament laten juist vaker hyperactief of agressief gedrag zien [31]; [32].
Welke psychosociale problemen kinderen en jongeren ervaren, verschilt per leeftijd en geslacht. Zowel internaliserende problemen (zoals angst) als externaliserende problemen (zoals agressie en druk gedrag) komen bij beide geslachten voor. Toch worden internaliserende problemen vaker bij meisjes gezien (volgens ouderrapportages), terwijl jongens vaker externaliserende problemen laten zien [9][10]. Deze verschillen kunnen al in de eerste levensjaren ontstaan en blijven meestal stabiel tijdens de kleutertijd. Vanaf de basisschoolleeftijd worden de verschillen vaak nog groter, en komen beide typen problemen soms ook samen voor.
Uit zelfrapportages van jongeren blijken dezelfde patronen. In de TRAILS-studie (jongeren van 11–19 jaar, N=2230) was een piek te zien in externaliserende problemen bij jongens in de vroege adolescentie [127]. Internaliserende problemen nemen bij jongeren over het algemeen af tijdens de puberteit, maar komen in deze periode vaker voor bij meisjes. De oorzaak van deze verschillen is nog niet duidelijk.
Kinderen met een chronische aandoening, zoals astma en Cystische Fibrose, hebben een verhoogd risico op psychosociale problemen ten opzichte van kinderen zonder chronische aandoeningen [33];[34];[35]. Naast de directe impact van het ziek zijn blijkt dat het hebben van een zichtbare, chronische lichamelijke ziekte of beperking, zoals gezichts- en schedelaandoeningen (bijv. hazenlip, gespleten gehemelte), epilepsie, gehoorproblemen, huidaandoeningen of visuele beperkingen, indirect een verhoogd risico geeft op psychosociale problemen (o.a. door gepest worden, zie JGZ-richtlijn Pesten) [163];[188]. Ook het doormaken van een ernstige ziekte als kind geeft een verhoogde kans op het ontwikkelen van psychosociale problemen. Zo blijken kinderen die kanker hebben gehad vaker emotionele problemen te hebben [42]; [41]. Opvoeding en ouderlijke stress tijdens het ziekteproces spelen hierbij een belangrijke rol.
Verder blijkt dat kinderen met een verstandelijke beperking ruim 2 keer zo vaak psychische problemen hebben dan kinderen met een gemiddeld verstand [36]; [37]. Bij kinderen met een Licht Verstandelijke Beperking (LVB, IQ 50-85 en sociale redzaamheid problemen) worden zeer hoge prevalenties van psychosociale problemen vastgesteld: maar liefst 61% van de 6-12 jarigen met een licht verstandelijke beperking hadden een verhoogde score op de SDQ [38]. Jongeren die te kampen hebben met zowel LVB als een chronische aandoening, hebben bovendien een nog grotere kans op psychosociale problemen: bijna de helft van deze jongeren (45%) had psychosociale problemen. Bij LVB jongeren (zonder een chronische ziekte) lag de prevalentie van psychosociale problemen op 17% [39].
Een neurogene syndromale aandoening is een erfelijke aandoening van het zenuwstelsel en kan leiden tot moeilijkheden met leren, denken of bewegen. Bij kinderen met deze aandoeningen blijken psychosociale en psychiatrische diagnoses aanzienlijk vaker dan gemiddeld voor te komen. Het type psychosociaal probleem is afhankelijk van het soort syndroom en daarbij horende sociale vaardigheden. Zo komen internaliserende problemen vaker voor bij bijvoorbeeld Prader-Willie en Williams syndroom, terwijl externaliserende problemen vaker bij kinderen met Down syndroom voorkomen [40].
Wat ouders zelf meegemaakt hebben als kind, heeft invloed op de ontwikkeling van kinderen. Kinderen van ouders die relatief veel ‘adverse childhood experiences’ (ACEs) hebben meegemaakt, lopen een aantoonbaar verhoogd risico op psychosociale problemen. Veel negatieve jeugdervaringen bij de ouders hangt samen met meer internaliserende en externaliserende gedragsproblemen bij hun kinderen [261][262][263][264]. Deze bevindingen onderstrepen het belang van systematische aandacht voor ouderlijke ACEs in de JGZ .
Kinderen van moeders die in hun jeugd slachtoffer waren van emotionele, fysieke of seksuele mishandeling vertonen vaker externaliserend gedrag dan kinderen van moeders zonder dergelijke ervaringen — ook wanneer rekening wordt gehouden met achtergrondkenmerken zoals leeftijd, opleidingsniveau, samenlevingsvorm, partnergeweld en het geslacht van het kind [73]. Vrouwen die als kind mishandeling meemaakten en tijdens de zwangerschap een depressie ervaren, lopen bovendien een verhoogd risico om hun eigen kinderen te verwaarlozen of mishandelen. Hun kinderen hebben op hun beurt een grotere kans op het ontwikkelen van psychopathologie [74].
Depressie, angst en stress bij de moeder tijdens de zwangerschap vergroten de kans op psychosociale problemen en psychopathologie bij het kind [50][51] [52]. Deze psychische klachten kunnen invloed hebben op de biologische, cognitieve en gedragsmatige ontwikkeling van het kind [[50]. Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap depressief of angstig waren, hebben tot wel twee keer zoveel kans op gedragsproblemen. Ook blijkt prenatale stress samen te hangen met ontwikkelingsstoornissen. Zo laten studies zien dat migrantenouders die verhoogde stress ervaren tijdens de zwangerschap een grotere kans hebben op kinderen met autisme (ASS), een verband dat in de literatuur wordt beschreven als de migratietheorie van autisme [53][54].
Het onderliggende biologische mechanisme lijkt te maken te hebben met een verstoring van psychofysiologische processen bij het ongeboren kind, zoals een disbalans in de activiteit van de hypothalamus-hypofyse-bijnier (HPA)-as. Dit kan leiden tot een ontregeling van het stresshormoonsysteem [55]. Zo’n disregulatie kan zowel in de prenatale periode als in de vroege kindertijd ontstaan (Early Life Stress) en heeft mogelijk langdurige invloed op de psychische gezondheid en ontwikkeling van het kind [57] [130].
Kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP) en/of verslavingsproblematiek (KOV) hebben een aanzienlijk verhoogd risico op het ontwikkelen van psychosociale of verslavingsproblemen;[58][59][60][61][62][63]. In Nederland groeit ongeveer één op de vier kinderen op met een ouder die psychische problemen of een verslaving heeft [131]. De psychosociale problemen bij deze kinderen kunnen voortkomen uit genetische kwetsbaarheid, maar ook uit opvoedgedrag dat beïnvloed wordt door de psychische toestand van de ouder [45][65][64]. Of een kind daadwerkelijk problemen ontwikkelt, hangt af van meerdere factoren, zoals kenmerken van het kind zelf, de kwaliteit van de ouder-kindrelatie, de aanwezigheid van sociale steun, en de mate waarin de ouder in staat is adequaat opvoedgedrag te tonen [132].
Depressie bij de moeder wordt in het bijzonder in verband gebracht met meer psychosociale problemen bij kinderen [32][62]. Een postpartumdepressie verhoogt het risico op gebrekkige zelfregulatie, een laag zelfbeeld en langdurige emotionele of gedragsproblemen [59] [66]. Daarnaast is er een verband tussen postpartumdepressie en een onveilige gehechtheidsrelatie tussen moeder en kind [67] [64]. Ook psychische problemen bij de vader blijken van invloed te zijn. Depressie bij vaders hangt samen met een verhoogd risico op zowel internaliserende, externaliserende als sociale problemen bij het kind [68][69].
Kinderen van ouders met een chronische lichamelijke aandoening vertonen vaker internaliserend en externaliserend probleemgedrag dan kinderen van gezonde ouders [70]. Door de langdurige zorglast en de zorgen om de ouder ervaren adolescenten meer klachten als angst, somberheid, teruggetrokken gedrag en gevoelens van machteloosheid [70], Daarnaast worden zwakkere schoolprestaties gerapporteerd bij basisschoolkinderen en tienermeisjes die opgroeien met een ouder met kanker. Dit hangt vooral samen met schoolverzuim en concentratieproblemen [72].
Ouders met een (licht) verstandelijke beperking (LVB; IQ 50–85) hebben vaak te maken met beperkte sociale steun, een lage sociaaleconomische status, armoede en/of psychische problemen [75][133]. Deze combinatie van factoren kan een vicieuze cirkel van ongunstige omstandigheden creëren, die het opvoedgedrag beïnvloedt en de kans op psychosociale problemen bij hun kinderen vergroot [76]. Hoewel het aantal studies beperkt is, wijzen onderzoeksresultaten erop dat kinderen van ouders met een LVB vaker tekorten ervaren op fysiek en sociaal-emotioneel gebied, wat kan leiden tot verwaarlozing of mishandeling [77][78][133]. Bij ongeveer de helft van deze ouders signaleren hulpverleners tekenen van verwaarlozing of mishandeling, en is ondersteuning van jeugdbeschermingsinstanties noodzakelijk [79][133].
Middelengebruik tijdens de zwangerschap hangt samen met een verhoogd risico op psychosociale problemen bij kinderen [129]. Vooral roken en alcoholgebruik rondom de zwangerschap worden in verband gebracht met zowel externaliserende als internaliserende problemen ([48] [45][44][46][47]. De kans op negatieve gevolgen neemt toe naarmate de moeder meer alcohol gebruikt. Cannabisgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vooral samen te hangen met internaliserende problemen bij kinderen. Deze relatie is echter complex, omdat ook omgevings- en genetische factoren hierin een rol spelen [129][49].
Langdurige of extreme stress kan invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen en hun gevoeligheid voor het ontstaan van psychosociale problemen [57]. Het ervaren van chronische stress of ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd – ook wel Early Life Stress genoemd – wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op psychosociale problemen op latere leeftijd [130]. Onderzoek laat zien dat schoolstress, zoals spanning door school, huiswerk of sociale omgang met klasgenoten, een van de belangrijkste bronnen van stress is onder jongeren [144]. Jongeren die veel schoolstress ervaren, rapporteren een lager welbevinden en een verminderd mentaal welzijn [144]. Bovendien blijkt dat meisjes vaker schoolstress en prestatiedruk ervaren dan jongens [210]. Schoolstress heeft niet alleen met school te maken, maar wordt ook beïnvloed door toegenomen maatschappelijke verwachtingen. Jongeren ervaren druk om ‘bovenaan de ladder’ te staan, hebben vaak angst voor het oordeel van anderen en hebben zelf hoge verwachtingen van hun eigen prestaties.
De interactie tussen ouder en kind speelt een belangrijke rol bij het ontstaan van psychosociale problemen [80]. In gezinnen waar deze interactie minder sensitief of warm verloopt, komen bij kinderen vaker psychosociale problemen voor. De gehechtheidsrelatie tussen ouder en kind is een belangrijke bepalende factor voor het psychosociaal functioneren van het kind.
In zo’n gedesorganiseerde relatie is de ouder voor het kind tegelijkertijd een bron van steun én een bron van angst, wat kan leiden tot verwarring en stress in de ontwikkeling.
De opvoedstijl van ouders heeft vanaf de vroege kindertijd een grote invloed op de cognitieve en psychosociale ontwikkeling van het kind [83] Een sensitieve en ondersteunende opvoeding helpt kinderen bij het aanleren van emotieregulatie en gewenst gedrag. Verschillende opvoedstijlen kunnen echter samenhangen met het ontstaan van psychosociale problemen:
Een opvoedstijl die bedreigend, gewelddadig of verwaarlozend is, kan ernstige psychische en lichamelijke gevolgen hebben voor het kind (zie JGZ-richtlijn Kindermishandeling).
Onderzoek laat zien dat kinderen in éénoudergezinnen vaker last hebben van stress, angst en andere psychosociale problemen dan kinderen die opgroeien in tweeoudergezinnen [88][89][134]. Eenoudergezinnen die ontstaan door scheiding of overlijden heben vaak minder financiële en sociale steun dan tweeoudergezinnen. Daarnaast hebben eenoudergezinnen te maken met extra uitdagingen, zoals omgaan met een ex-partner of het rouwproces na het overlijden van een ouder. De kwaliteit van de ouder-kindrelatie blijkt daarbij een belangrijke beschermende of risicofactoren [166]. Dit geldt ook voor samengestelde gezinnen met stiefouders en/of stiefkinderen, een gezinsvorm die steeds vaker voorkomt [136].
Wat ouders zelf meegemaakt hebben als kind, heeft invloed op de ontwikkeling van kinderen. Kinderen van ouders die relatief veel ‘adverse childhood experiences’ (ACEs) hebben meegemaakt, lopen een aantoonbaar verhoogd risico op psychosociale problemen. Veel negatieve jeugdervaringen bij de ouders hangt samen met meer internaliserende en externaliserende gedragsproblemen bij hun kinderen [261][262][263][264]. Deze bevindingen onderstrepen het belang van systematische aandacht voor ouderlijke ACEs in de JGZ .
Adverse childhood experiences (ACEs) bij kinderen zelf spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van psychosociale problemen. Uit recente studies blijkt dat kinderen en adolescenten die blootstaan aan fysieke mishandeling [265] of armoede [266] meer internaliserende en externaliserende gedragsproblemen laten zien. Ook kinderen die een scheiding of relatiebreuk van hun ouders meemaken, hebben een verhoogd risico op internaliserende -, externaliserende – en sociale problemen [91][122]. Dit risico lijkt niet alleen samen te hangen met de scheiding zelf, maar vooral met de stress en onrust die eromheen ontstaat. De mate van ouderlijk conflict is een belangrijke gezinsfactor bij het ontstaan van psychosociale problemen. Wees erop alert dat conflict tussen ouders kan resulteren in partnergeweld, wat een vorm van kindermishandeling is. Partnergeweld heeft een grote impact op de kinderen.
Ook andere ingrijpende levensgebeurtenissen – zoals het overlijden van een familielid, een ziekenhuisopname of een verhuizing – vergroten de kans op emotionele en gedragsproblemen [167] Dergelijke gebeurtenissen kunnen bovendien het voortbestaan van probleemgedrag in stand houden [91].
Kinderen en jongeren die opgroeien in een kwetsbare wijk (voorheen ‘achterstandswijk’) in de stad of op het platteland hebben vaker psychosociale problemen dan gemiddeld [137]. Kwetsbare wijken worden gekenmerkt door hogere werkloosheid, lage inkomens, een groter aandeel bewoners met een uitkering en een overwegend sociale-huursector [137]. De samenstelling van de buurt speelt hierbij een belangrijke rol. Factoren zoals armoede, sociale isolatie, stigmatisering en een gebrek aan sociale controle vergroten de kwetsbaarheid van jongeren. Vooral externaliserende problemen – zoals agressie of delinquent gedrag – komen vaker voor bij kinderen die opgroeien in dergelijke wijken.
Schermgebruik en sociale media zijn een vast onderdeel van het dagelijks leven van kinderen en jongeren. Verschillende studies hebben laten zien dat veel schermgebruik negatieve gevolgen kan hebben op zowel psychische als fysieke gezondheid [58] [98][99] [100]. Bij jonge kinderen (<5 jaar) hangt schermgebruik samen met meer gedragsproblemen; terwijl bij oudere kinderen meer internaliserende, externaliserende en sociale problemen worden gezien [94].
Het effect van smartphones en sociale media op de mentale gezondheid van jongeren is nog niet eenduidig vastgesteld. Door het ontbreken van eenduidig wetenschappelijk bewijs zijn concrete leeftijdsgrenzen lastig aan te geven [208]. Onderzoek laat zien dat het gebruik van sociale media op zichzelf geen directe positieve of negatieve effecten heeft [255]. De impact hangt af van wat jongeren online doen en zien, van hun persoonlijke kenmerken en kwetsbaarheden en van de context waarin zij opgroeien.
Hoewel verschillende studies een verband laten zien tussen schermgebruik bij jonge kinderen en het ontstaan van psychosociale problemen – zoals agressief gedrag, hyperactiviteit en moeilijkheden in sociale relaties – is het bewijs hiervoor nog niet consistent. Dat geldt eveneens voor de mogelijke invloed van snelle mediavormen (zoals korte video’s, sociale media en games) op het ontwikkelen van aandachtsproblemen [187] . Verdere studie is nodig om hier meer zekerheid over te krijgen [177].
Naast de inhoud speelt ook de hoeveelheid schermtijd en het gebruik van sociale media een rol als risicofactor voor psychosociale problemen, met name van internaliserende aard, zoals angst en somberheid [97]. Het wetenschappelijke bewijs hiervoor is echter nog niet eenduidig, mede door verschillen in onderzoeksmethoden [98][99] [100]. Bovendien bestaan veel moderne mediavormen, zoals sociale media en streamingdiensten, nog maar relatief kort, waardoor de mogelijke langetermijneffecten pas in de toekomst duidelijk zullen worden.
Zowel pesten als gepest worden verhogen de kans op internaliserende problemen, zoals (sociale) angst, depressie en eenzaamheid [151] [186]. Het verband tussen pesten en internaliserend gedrag is bovendien bi-directioneel: kinderen die gepest worden, lopen een groter risico op het ontwikkelen van internaliserende problemen, terwijl dergelijke problemen op hun beurt het risico vergroten om slachtoffer van pesten te worden [157]. Zie ook JGZ-richtlijn Pesten.
Pesten schaadt niet alleen het slachtoffer, maar ook de pester. Pesters leren conflicten op een agressieve of manipulatieve manier op te lossen. Ze missen zo de kans om gezonde sociale vaardigheden zoals empathie te ontwikkelen. Dit kan later leiden tot sociale problemen en verhoogt het risico op depressieve gevoelens [267].
Binnen het thema pesten valt ook discriminatie, bijvoorbeeld op basis van seksuele oriëntatie, genderidentiteit of afkomst. Uit onderzoek blijkt dat lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender, intersekse en queer (LHBTIQ+) jongeren vaker slachtoffer zijn van pesten en discriminatie dan hun heteroseksuele leeftijdsgenoten [234][235].
Kinderen en jongeren uit gezinnen met een lage Sociaal Economische Status (SES) hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van internaliserende en externaliserende problemen [100];[101];[102]. Een lage SES wordt opgevat als een laag opleidingsniveau van de ouder(s), al dan niet in combinatie met een laag inkomen (dat wil zeggen: ouders hebben een laag inkomen doordat ze werkloos zijn of ongeschoold werk verrichten).Hoewel een lage SES het risico op psychosociale problemen vergroot, hangt dit risico sterk samen met andere risicofactoren zoals psychische problemen of verslavingsproblematiek bij ouders, of een complexe gezinssituatie en een klein sociaal netwerk [139];[240].
Onderzoek naar de relatie tussen migratieachtergrond en het ontstaan van psychosociale problemen laat geen eenduidig beeld zien. Kinderen uit migrantengezinnen vormen een diverse groep, met uiteenlopende achtergronden, zoals die van vluchtelingen of arbeidsmigranten.
Vluchtelingenkinderen worden beschouwd als een kwetsbare, maar tegelijkertijd ook veerkrachtige groep [209];[106]. De psychische gezondheid van deze jeugdigen wordt sterk beïnvloed door de stress die binnen vluchtelingengezinnen wordt ervaren. Deze stress komt vaak voort uit de ervaringen van ouders die zelf een (stressvol) vluchtproces hebben doorgemaakt, als volwassene of als kind, en kan intergenerationeel worden overgedragen. Kinderen die zelf gevlucht zijn, blootgesteld zijn geweest aan geweld, of een moeder hebben met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) of depressie, lopen een verhoogd risico op psychische klachten [106].
Naast de specifieke stressoren rondom vluchten, kunnen ook algemene ervaringen van het ‘migrant zijn’ invloed hebben op de mentale gezondheid. Factoren zoals ervaren discriminatie, taalbarrières, culturele verschillen en veranderingen in gezinsdynamiek na migratie spelen hierbij een belangrijke rol [151];[105];[196]. Verschillende vormen van discriminatie – waaronder racisme en microagressie – kunnen de ontwikkeling belemmeren en worden in verband gebracht met een verhoogd risico op zowel internaliserende als externaliserende problemen [183].
Somatische klachten kunnen zowel een kenmerk als een oorzaak zijn van psychosociale problematiek. Zo blijkt dat aandoeningen zoals astma, een licht verstandelijke beperking of slaapproblemen het risico op psychosociale problemen kunnen verhogen [117];[34];[39]. Omgekeerd kunnen psychosociale problemen de cognitieve ontwikkeling beïnvloeden, bijvoorbeeld door het ontstaan van spraak-, taal- of leerproblemen [118];[119].
De ontwikkeling van kinderen vindt plaats binnen verschillende domeinen (zoals fysiek, motorisch, taal en cognitief) en wordt bepaald door een voortdurende interactie tussen het kind, de ouders en de omgeving. Psychosociale problemen en bijbehorende opvoedingsproblemen staan altijd in wisselwerking met deze ontwikkelingsdomeinen. De impact van psychosociale problematiek op andere ontwikkelingsgebieden hangt af van de aard, duur en frequentie van de problemen, evenals van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind.
Ernstige psychosociale problemen kunnen ook invloed hebben op de ontwikkeling van hersenstructuren, zoals de prefrontale cortex, hippocampus en amygdala [57]. Er is een duidelijk verband tussen ernstige psychosociale problemen en verstoringen in de stressreactie van het lichaam, vooral in de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as). Dit kan bijdragen aan problemen in de ontwikkeling van het zenuwstelsel [55]. Een ontregelde HPA-as veroorzaakt onevenwichtige stresshormoonspiegels, waaronder cortisol, en kan resulteren in een permanente staat van verhoogde alertheid, gericht op een snelle vecht-of-vluchtreactie bij stress [121];[122]. Deze verstoringen kunnen zowel prenataal als in de kindertijd optreden en hebben mogelijk invloed op temperament en emotieregulatie [152].
Ook verstoringen in de sensorische informatieverwerking (prikkelverwerking) blijken samen te hangen met psychosociale problemen en psychiatrische aandoeningen (zie JGZ-richtlijn ASS en ADHD). Problemen in de prikkelverwerking kunnen het emotioneel, gedragsmatig en sociaal functioneren beïnvloeden [235]. Hyper- of hyporeactief reageren op zintuiglijke prikkels is hierbij kenmerkend: kinderen met een lage prikkeldrempel kunnen door bepaalde prikkels opvallend druk, fel of emotioneel reageren, terwijl kinderen met een hoge prikkeldrempel juist meer stimulatie nodig hebben om adequaat te reageren [235]. Bepaalde somatische aandoeningen kunnen bovendien bijdragen aan verstoringen in de sensorische informatieverwerking.
Psychosociale problemen in de vroege kinderleeftijd kunnen voorspellend zijn voor latere problemen. Zowel externaliserend als internaliserende problemen op jonge leeftijd worden geassocieerd met psychische stoornissen in de (vroeg)volwassenheid [141]. Het bewijs hiervoor is echter niet eenduidig. Kinderen met (co-ontwikkeling van) externaliserende problemen blijken vaker agressief of delinquent gedrag te vertonen als jongvolwassenen [5];[123]. Internaliserende en externaliserende psychosociale problemen worden gerelateerd aan DSM-diagnoses op latere leeftijd [124]. Ook wordt de kans op suïcide zowel door internaliserende als externaliserende problemen in de kinderleeftijd verhoogd (zie ook JGZ-richtlijn Depressie) [125]. Bovendien blijkt opgroeien met psychosociale problemen ook invloed te hebben op latere inkomsten en sociale netwerken [142][126].
Psychosociale problemen bij kinderen hebben niet alleen invloed op hen, maar ook op hun broers en zussen, ouders en de bredere familie en omgeving. Broers en zussen kunnen vatbaarder zijn voor het ontwikkelen van eigen emotionele en gedragsproblemen, mogelijk door veranderde gezinsdynamiek en stress [182]. De aanwezigheid van psychosociale problemen en de mogelijk onzekerheid bij ouders kunnen spanningen binnen het gezin veroorzaken of verergeren (zie ook JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning en Ouder-kind relatie). Ouders kunnen te maken krijgen met verhoogde stress, angst en gevoelens van ontoereikendheid, vooral als ze niet over de nodige middelen en ondersteuning beschikken om met de problemen van hun kind om te gaan. Dit kan leiden tot een vicieuze cirkel waarin de psychosociale problemen van het kind verergeren door de stress en spanningen binnen het gezin.
De JGZ helpt psychosociale problemen bij kinderen en jongeren te voorkomen door ouders te informeren over normale ontwikkeling en zo alledaagse zorgen te normaliseren. Bij vastgestelde problemen kan de JGZ lichte interventies inzetten of, indien nodig, doorverwijzen. In deze module staat per leeftijdsfase beschreven hoe de JGZ de psychosociale ontwikkeling kan stimuleren en preventie kan toepassen. Het signaleren van psychosociale problemen en bijbehorende instrumenten worden in een aparte module behandeld.
Hoe en wanneer kan preventie van psychosociale problemen (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals het beste plaatsvinden?
Jonge kinderen (0-4 jaar) hebben de taal nog niet om hun gevoelens onder woorden te brengen. Ze uiten hun gevoelens via hun lichaam, stem en gedrag [193]. Een baby gaat huilen wanneer hij/zij schrikt, een peuter kan gaan stampvoeten of op de grond liggen krijsen als iets niet lukt of niet naar wens gaat, en een kind in de basisschoolleeftijd laat enthousiasme zien door te springen of in de handen te klappen als iets heel spannends gaat gebeuren. Deze gedragingen zijn normaal en passend bij de leeftijd.
Ouders en andere opvoeders geven betekenis aan het gedrag van hun kind en reageren daarop. Zo spelen zij een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de emotieregulatie van hun kind. Emotieregulatie is het vermogen om met gevoelens om te gaan: het gaat om het herkennen, begrijpen en op een passende manier uiten of bijsturen van emoties. Voor kinderen betekent dit bijvoorbeeld dat ze leren hoe ze zichzelf kunnen kalmeren bij stress of hoe ze met teleurstellingen omgaan. Zie ook JGZ-richtlijn Ouder-kind relatie.
Wanneer je als JGZ-professional in gesprek gaat met ouders over het gedrag van hun kind, nodig hen dan uit om samen te onderzoeken welke behoefte er mogelijk achter dit gedrag schuilgaat. Vraag bijvoorbeeld wat het kind met zijn of haar gedrag probeert duidelijk te maken, of in welke situaties het gedrag vooral voorkomt. Door stil te staan bij de mogelijke oorzaken of betekenis van het gedrag, help je ouders om met meer begrip naar hun kind te kijken en de gevoelens van hun kind serieus te nemen.
Meer praktische tips voor ouders/opvoeders zijn te vinden op deze pagina van het Nederlands Jeugdinstituut.
Meer praktische tips voor ouders zijn te vinden op deze pagina van het Nederlands Jeugdinstituut.
Meer praktische tips voor ouders zijn te vinden op deze pagina van het Nederlands Jeugdinstituut.
Voor tips over schermgebruik en digitale media: zie Module Begeleiden van deze richtlijn.
Door ouders, jongeren en andere opvoeders te informeren over de normale psychosociale ontwikkeling, worden veel voorkomende vragen en zorgen van ouders en jeugdigen over gedrag en emoties genormaliseerd. Zie ook JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning (Preventie en signaleren).
De ontwikkeling van kinderen brengt telkens nieuwe uitdagingen voor ouder/opvoeder en kind met zich mee, die voortkomen uit biologische veranderingen, motorische en cognitieve ontwikkelingen, maar ook sociale verwachtingen en (cultureel bepaalde) keuzes. Als kinderen naar de basisschool gaan, wordt van hen verwacht dat ze overdag zindelijk zijn bijvoorbeeld. Ontwikkelingspsychologen spreken van ‘ontwikkelingsopgaven’ van een kind of jongere. Het voltooien van de ontwikkelingsopgaven is belangrijk voor de psychosociale ontwikkeling van een kind. In elke ontwikkelingsfase stemmen ouders hun gedrag af op wat het kind al kan, of nog moet leren. Dat vraagt aanpassing van ouders en kind of jongere: zie het O&O schema van het NCJ met per leeftijdsfase veelvoorkomende uitdagingen.
Een belangrijke taak van de JGZ is het voorkomen van psychosociale problemen bij kinderen en jongeren. Dat doet de JGZ-professional in de eerste plaats door ouders te informeren over de normale (psychosociale) ontwikkeling van kinderen. Zo worden alledaagse vragen en problemen rond de psychosociale ontwikkeling genormaliseerd. Daarnaast heeft de JGZ een belangrijke rol bij het vroegsignaleren van psychosociale problemen of het risico daarop bij kinderen en jeugdigen. Dat is het centrale thema in deze module. Per leeftijdsfase wordt besproken hoe de JGZ-professional psychosociale problemen kan signaleren. Het stellen van een diagnose behoort niet tot de taak van de JGZ
Hoe en wanneer kan signaleren van psychosociale problemen (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals het beste plaats vinden?
Wanneer ouders/opvoeders zich zorgen maken over de manier waarop hun kind zich sociaal en emotioneel ontwikkelt, dan is het de taak van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige om hier samen met de ouders/opvoeders zorgvuldig naar te kijken. Denk aan zorgen dat een kind weinig vriendjes heeft, druk gedrag laat zien of erg verlegen is. Ook wanneer jongeren zelf aangeven dat ze niet goed in hun vel zitten, dat ze somber zijn of niet naar school willen, verdienen zij de zorgvuldige aandacht van de JGZ-professional.
De JGZ-professional voert gesprekken met ouders en/of de jongere om signalen te identificeren die kunnen wijzen op (beginnende) sociaal-emotionele, gedrags- of psychische problemen. Deze problemen kunnen variëren van lichte ontwikkelingsproblemen tot ernstigere psychosociale problemen die soms kunnen leiden tot psychiatrische aandoeningen.
Naast gesprekken is de observatie van het gedrag van het kind of de jongere een belangrijke informatiebron. De JGZ-professional kan letten op gedragsuitingen zoals:
In de verkennende fase is het belangrijk dat zowel ouders/jongere als leerkrachten op school of medewerkers in de kinderopvang informatie geven over het gedrag van het kind/jongere. Kinderen kunnen thuis en op school, kinderdagverblijf of peuterspeelzaal verschillend gedrag vertonen, omdat verschillende omgevingen verschillende eisen stellen. Soms is een lichamelijk onderzoek noodzakelijk om somatische aandoeningen, zoals visus- of gehoorproblemen, uit te sluiten.
De JGZ-professional bekijkt het kind in samenhang met gezin, school, omgeving en de maatschappij. Er wordt gekeken naar de relaties en interacties in het gezin en hoe deze het welzijn en de ontwikkeling van het kind beïnvloeden. De professional helpt deze verhoudingen te begrijpen en biedt passende ondersteuning.
Het is belangrijk dat de JGZ-professional alle verzamelde informatie zorgvuldig vastlegt in het digitaal dossier. Dit zorgt ervoor dat een volledig beeld beschikbaar is, waardoor een weloverwogen beslissing over eventuele vervolgstappen mogelijk is.
Uit onderzoek blijkt dat veel psychosociale problemen bij kinderen en jongeren niet opgemerkt worden wanneer de JGZ-professional geen gebruik maakt van een instrument: bijna driekwart (72%) van de kinderen tussen de leeftijd van 21 maanden en 4 jaar [6][4] en bijna de helft van de 5- tot 15-jarigen met psychosociale problemen wordt niet opgemerkt door de JGZ [92] [205] [259]. In deze studies wordt een klinische score op de Child Behavior Checklist (CBCL) gehanteerd als criterium voor psychosociale problemen. In de paragraaf over diagnostische instrumenten van deze module, wordt de CBCL verder toegelicht.
De inzet van betrouwbare en gevalideerde instrumenten zoals de SDQ of een andere vragenlijst (zie Tabel met overzicht) kan de signalering van deze problemen aanzienlijk verbeteren [204];[199]. Ook gevalideerde gespreksmethodieken zoals de GIZ [153][268] en de SPARK-methode [224] zorgen ervoor dat er meer zorgen van ouders besproken worden.
Daarnaast worden binnen de JGZ verschillende methodieken ingezet waarin het signaleren van psychosociale problemen bij de jeugdige een centrale rol speelt, zoals ‘Gezond leven? Check het even!’ en Jij en je Gezondheid. In beide methodieken wordt een digitale vragenlijst (samengesteld uit diverse lijsten) klassikaal op het VO afgenomen, waarna de leerlingen digitale tips en adviezen krijgen en eventueel een gesprek met de JGZ-professional.
Onderzoek toont aan dat psychosociale problemen bij kinderen en jongeren nauwkeuriger worden ingeschat wanneer meerdere informanten, zoals ouders en leerkrachten, betrokken zijn [149]. Kinderen vertonen verschillend gedrag afhankelijk van de context. Meerdere perspectieven zorgen voor een betrouwbaardere inschatting. De studie van Theunissen [7] benadrukt de meerwaarde van het combineren van de SDQ ouderversie en zelfrapportage versie. Instrumenten vervangen echter nooit het klinisch oordeel van JGZ-professionals; ze vormen een aanvulling. Professionele inschatting blijft essentieel, gebaseerd op observatie, gespreksvaardigheden en expertise.
In een studie van Theunissen en collega's [198][214][229] is onderzocht of de SDQ zelfrapportage geschikt is voor adolescenten uit het praktijkonderwijs (Pro) en het VMBO basis/kader. De resultaten toonden aan dat deze jongeren iets hogere SDQ scores hebben dan theoretisch opgeleide adolescenten. Praktisch opgeleide jongeren hebben dus iets meer psychosociale problemen. Wel bleken de interne consistenties en schaalstructuur van de SDQ-scores acceptabel te zijn voor de praktisch opgeleide jongeren. Interviews met JGZ-professionals en adolescenten gaven aan dat het taalgebruik van de SDQ sowieso moeilijk te begrijpen is voor alle adolescenten (ongeacht hun opleidingsnivo). De SDQ zelfrapportage kan zowel bij jongeren die praktijkonderwijs of VMBO basis/kader volgen, als bij theoretisch opgeleide jongeren ingezet worden om psychosociale problemen vast te stellen. Dit bevestigt de validiteit van het instrument
Van Grieken heeft onderzocht op welke leeftijden van het kind het essentieel is om een vragenlijst voor het signaleren van psychosociale problemen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt aanbevolen om voor alle relevante leeftijdsfasen in de JGZ (0-4 jaar, 4-7 jaar, 8-12 jaar, 13-14 jaar) een gevalideerd instrument in te zetten om psychosociale problemen bij de jeugdige te identificeren.
Hieronder beschrijven we per instrument de uitkomsten van de literatuursearches en de search via de Databank van het NJi. In Bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van alle gevonden instrumenten, gerangschikt naar leeftijdsfase en type instrument (gespreksmethodiek, oudervragenlijst, zelfrapportage instrument).
De GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften) [153] [268] wordt gebruikt om systematisch de zorgbehoeften van kinderen en gezinnen in kaart te brengen. Het is geschikt voor (aanstaande) ouders met kinderen van -9 maanden tot 22 jaar. Vanaf 8 jaar kan de JGZ-professional de GIZ samen met het kind afnemen.
De JGZ-professional en ouder/jongere bepalen samen de zorgbehoeften en vervolgstappen, met vragen als: Hoe gaat het? Wat is er aan de hand? Wat is er nodig? Hebben de acties geholpen? Twee leeftijdsspecifieke visuele schema’s met pictogrammen ondersteunen het gesprek. Samen onderzoeken ze de sterke kanten en zorgbehoeften van het kind en gezin, en beslissen over passende ondersteuning. Onderzoek toont aan dat de GIZ-methodiek een brede en relevante set ontwikkelingsdomeinen en omgevingsfactoren bevat, wat goed aansluit bij de JGZ. Het helpt professionals systematisch risico- en beschermende factoren in kaart te brengen. Er is redelijke tot goede overeenstemming tussen professionals bij het beoordelen van zorgbehoeften, wat wijst op consistente toepassing. Hoewel beperkt onderzoek naar de onderliggende structuur van de GIZ-methodiek is gedaan, suggereren eerste bevindingen dat de methode effectief is in het onderscheiden van verschillende niveaus van zorgbehoefte [153]. Er is nog geen onderzoek naar de voorspellende validiteit en de impact op zorguitkomsten voor kinderen en gezinnen.
De SPARK–methode (Signaleren van Problemen en Analyseren van het Risico bij opvoeden en opgroeien van Kinderen) is een gevalideerd vraaggesprek dat de ervaring van ouders combineert met de expertise van de jeugdverpleegkundige [224][225][226][227]. De methode kan prenataal worden ingezet en op de leeftijd van 18, 36 en 60 maanden. De methode geeft aan of een kind een laag, verhoogd of hoog risico op opvoed- en ontwikkelingsproblemen heeft en biedt inzicht in de zorgen en zorgbehoeften van ouders. De predictieve validiteit van de SPARK is goed tot uitstekend [224][225][226][227] en kan latere meldingen bij Veilig Thuis voorspellen. Er is geen onderzoek beschikbaar dat de SPARK vergelijkt met een criterium zoals de CBCL.
De ASQ:SE (Ages & Stages Questionnaires: Social-Emotional) is een Amerikaanse oudervragenlijst voor het herkennen van sociaal-emotionele problemen bij kinderen van 4 weken tot 6 jaar. Internationaal toont de ASQ-SE goede psychometrische uitkomsten bij kinderen van 0-24 maanden [219]. In Nederland bleek de overeenkomst met de CBCL laag op 6, 14, 24, 36 en 48 maanden. Ouders vonden de ASQ-SE gebruiksvriendelijk, maar het is geen valide instrument voor 0-4 jarigen in Nederland [213][200].
De Brief-Infant-Toddler-Social-Emotional-Assessment (BITSEA) is een korte Amerikaanse oudervragenlijst voor kinderen van 12 tot 36 maanden. Het meet emotionele en gedragsproblemen (Probleemschaal) en sociale vaardigheden (Competentieschaal). Twee studies bevestigen dat de BITSEA valide is voor het identificeren van psychosociale problemen bij 24 maanden [173][213]. Het kan goed onderscheid maken tussen tweejarigen met en zonder problemen [213]. Voor 14 maanden is het echter niet valide in Nederland [213]. Internationale studies tonen sterke psychometrische eigenschappen voor gebruik in de eerstelijnsgezondheidszorg bij kinderen van 0-24 maanden [219].
De Psycat [238] is een online oudervragenlijst voor het meten van psychosociale problemen bij kinderen (internaliserende, externaliserende problemen en hyperactiviteit) met behulp van computerized adaptive testing (CAT). Deze techniek stelt na elk antwoord de zwaarte van de problematiek vast en bepaalt de volgende vraag, waardoor irrelevante vragen worden overgeslagen. Er zijn versies voor ouders van kinderen van 2-4 jaar en 7-12 jaar.
Voordelen van de Psycat ten opzichte van bestaande vragenlijsten zoals de SDQ:
De Psycat is een valide instrument dat goed onderscheid maakt tussen kinderen met en zonder psychosociale problemen, zoals aangetoond in simulatieonderzoek bij ouders van 2-4 jaar (Theunissen et al., 2024) en 7-11 jaar (Vogels et al., 2011), en in de JGZ-praktijk bij ouders van 7-11 jaar (Theunissen et al., 2020). De resultaten tonen validiteit voor de 'Totale probleem' schaal en de subschalen internaliserende, externaliserende problemen en hyperactiviteit, vergeleken met de Child Behavior Checklist (CBCL).
De Pediatric Symptom Checklist (PSC) is een screeningsinstrument voor het identificeren van psychosociale en emotionele problemen bij kinderen en adolescenten in de eerstelijnszorg zoals de JGZ. Het bevat 35 items en heeft een versie voor ouders van kinderen van 4-11 jaar en een zelfrapportage versie voor 11-18 jaar. Internationale reviews tonen uitstekende psychometrische eigenschappen, waarbij de PSC goede correleert met de CBCL en SDQ [218] [175]. In Nederland is de validiteit onderzocht bij ouders van 7-11 jarigen, waarbij de sensitiviteit goed was, maar lager dan de SDQ [204]. Ook was de item non-response lager dan bij de SDQ.
De Strengths & Difficulties Questionnaires (SDQ) is een Brits instrument [62] dat psychosociale problemen, sterke kanten en de invloed van problemen op het dagelijks functioneren meet. De oudervragenlijst bevat 25 items verdeeld over vijf subschalen: Hyperactiviteit/aandachtstekort, Emotionele problemen, Problemen met leeftijdsgenoten, Gedragsproblemen en Pro-sociaal gedrag. De eerste vier subschalen vormen samen de Totale probleemschaal; de vijfde schaal wordt niet meegenomen in de totaalscore. Daarnaast is er een impactschaal die de invloed van problemen op het dagelijks leven meet.
De SDQ heeft twee ouderversies:
Nederlandse studies laten zien dat de uitkomst van de SDQ een uitstekende overeenkomst heeft met de uitkomst van de CBCL voor kinderen van 3-17 jaar [199] [215] [228] [204] [237]. Dit betekent dat de SDQ goed onderscheid maakt tussen kinderen met en zonder psychosociale problemen. Door de SDQ af te nemen bij ouders en/of jongeren verbetert de signalering van psychosociale problemen door de JGZ [236] [200] De SDQ is ook effectief voor subgroepen op basis van geslacht, opleidingsniveau van ouders en etniciteit [184]. Dat wil zeggen: de SDQ kan ook psychosociale problemen signaleren bij kinderen van ouders met bijvoorbeeld een laag opleidingsniveau [198] of bij ouders met een migratie achtergrond.
De SDQ 2-4 werd oorspronkelijk ontwikkeld voor kinderen van 3-4 jaar en later uitgebreid naar 2-4 jaar. Er is nog geen onderzoek naar de betrouwbaarheid en validiteit voor kinderen jonger dan 3 jaar in Nederland, maar internationale studies tonen wisselende resultaten voor kinderen van 1-2 jaar [220] [221] [222] [223]. De betrouwbaarheid en validiteit verbeteren bij oudere kinderen (2 en 3 jaar), vooral voor de subschaal Gedragsproblemen [222] [223].
De subschalen van de SDQ hebben soms een lage betrouwbaarheid [199] [236] [198] [199], maar de subschalen Emotionele problemen en Hyperactiviteit/aandachtstekort zijn voldoende betrouwbaar en valide voor kinderen van 12-17 jaar [214]. Vanwege de wisselende resultaten dienen JGZ-professionals voorzichtig te zijn bij de interpretatie van subschalen, zelfs bij een verhoogde totaalscore. De impactscore heeft geen toegevoegde waarde voor kinderen van 3-11 jaar ten opzichte van de totaalscore, maar wel voor 12-14 jarigen.
Er is een leerkrachtversie van de SDQ voor kinderen van 4 tot 7 jaar. Deze vragenlijst wordt ingevuld door de leerkracht en geeft een beeld van het gedrag en de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen. Uit onderzoek [184][228] blijkt dat deze versie goed overeenkomt met het CBCL-criterium (Teacher Report Form), een goed gevalideerd en uitgebreid instrument om gedragsproblemen te meten via de leerkracht. Daarnaast liet Mieloo[184][215] dat de totaalscore van de SDQ-leerkrachtversie bij 5- en 6-jarigen voldoende onderscheid maakt tussen verschillende groepen kinderen, bijvoorbeeld op basis van geslacht, opleidingsniveau van ouders en etniciteit. Dit betekent dat de leerkrachtversie van de SDQ niet alleen betrouwbaar is, maar ook gevoelig voor relevante verschillen tussen kinderen.
Theunissen en collega's [7] en Vugteveen [237] [214] onderzochten de validiteit en betrouwbaarheid van de SDQ zelfrapportage voor 11-17 jaar bij 500 adolescenten van 13-14 jaar. Naast de SDQ vulden de jongeren de YSR in, en hun ouders de SDQ Ouderversie en de CBCL. De SDQ zelfrapportage bleek valide voor het vinden van psychosociale problemen. Niet alleen de SDQ totaalscore, maar ook de subschalen Emotionele problemen en Hyperactiviteit/aandachtstekort zijn voldoende betrouwbaar en valide bevonden [214] [230] [231]. De SDQ Ouderversie biedt aanvullende informatie, waardoor het nuttig is om ouders ook te betrekken bij de identificatie van psychosociale problemen.
De KIVPA, ontwikkeld in 1997 voor het voortgezet onderwijs, kreeg in 2004 een nieuwe versie op basis van onderzoek [217] en veldervaring. De afkorting KIVPA staat voor: Korte Indicatieve Vragenlijst voor Psychosociale problematiek bij Adolescenten..Deze versie is gevalideerd voor 13- en 14-jarigen in Nederland [216]. De KIVPA komt goed overeen met de Youth Self-report, de zelfrapportage vragenlijst uit het Achenbach System of Empirically Based Assessment (ASEBA). en verbetert de signalering van psychosociale problemen door JGZ-medewerkers [216].
Op basis van de uitkomsten van de signalering kan het nodig zijn voor nadere diagnostiek uitgebreidere generiek signaleringsinstrumenten te gebruiken, zoals één van de Achenbach System of Empirically Based Assessment (ASEBA) vragenlijsten. Deze lijsten kunnen door ouders of verzorgers (de Child Behavior Check List, CBCL), leerkrachten (Teacher Report Form, TRF) of door het kind zelf (Youth Self Report, YSR) ingevuld worden. Deze lijsten zijn door hun lengte niet standaard te gebruiken in de JGZ. Zij zijn wel gevalideerd en genormeerd en daarbij geschikt als assessment instrument, als nadere stap van probleemverkenning na gebruik van bijvoorbeeld de SDQ [4]. In het schema richtinggevende diagnostiek (NCJ) wordt aangegeven welke diagnostische instrumenten ingezet kunnen worden bij een vermoeden van bijv. angst, ADHD, autismespectrumstoornis of depressie.
De Child Behavior Checklist (CBCL) is een veelgebruikte, diagnostische vragenlijst voor ouders en verzorgers om gedragsproblemen, emotionele problemen en competenties van kinderen en jongeren (1,5-18 jaar) in kaart te brengen. De CBCL maakt deel uit van het Achenbach System of Empirically Based Assessment (ASEBA). De CBCL helpt clinici en onderzoekers om inzicht te krijgen in het brede functioneren van een kind, met schalen voor onder meer internaliserende, externaliserende en aandachtsproblemen. Er bestaat een versies voor jonge kinderen (1,5-5 jaar) met 100 vragen en een versie voor oudere kinderen/jongeren (6-18 jaar) met 140 vragen. De CBCL is zeer goed gevalideerd met een hoge betrouwbaarheid (Cronbach’s alpha vaak boven 0,90) en wordt wereldwijd gebruikt in onderzoek en klinische settings. Voor gebruik zijn licentiekosten vereist.
Daarnaast zijn de Teacher Report Form (TRF) voor leerkrachten en de Youth Self-Report (YSR) beschikbaar voor jongeren vanaf 11 jaar. Ook de TRF en YSR beogen een breed beeld van het psychosociaal functioneren van een kind/jongere te geven. Wat betreft de onderlinge verschillen tussen de CBCL, TRF en de YSR:
Deze module beschrijft hoe samenwerking en verwijzing bij psychosociale problemen vorm krijgen. Voor goede samenwerking is het belangrijk dat JGZ-professionals weten welke taken en rollen andere betrokken professionals en netwerkorganisaties hebben bij het signaleren en begeleiden van psychosociale problemen. De informatie in deze module is gebaseerd op gepubliceerde (grijze) literatuur, de expertise van de werkgroep en praktijkonderzoek.
Van JGZ-professionals wordt verwacht dat zij psychosociale problemen tijdig signaleren, het gezin ondersteunen en – wanneer sprake is van (mogelijk) complexere problematiek – netwerkpartners betrekken of doorverwijzen naar specialistische zorg (zie Tabel 2 Netwerkpartners).
De JGZ komt psychosociale problematiek vaak tegen in een vroeg stadium. Bij slechts een klein deel van de (jonge) kinderen is de problematiek direct duidelijk te benoemen. Het vinden van passende ondersteuning of zorg is een gezamenlijk proces met ouders en jeugdigen. Dit proces begint met het bespreken van hun vragen, wensen en zorgen, waarna samen wordt verkend wat nodig is om de psychosociale problemen te verlichten of op te lossen.
Het signaleren van psychosociale problemen kan plaatsvinden op basis van informatie van ouders of jeugdigen, signalen van netwerkpartners, of de eigen observaties en professionele inzichten van de JGZ-professional tijdens contacten. Wanneer gedrag niet goed te verklaren is vanuit normale ontwikkelingsfasen of bestaande (psycho)somatische problemen, kunnen signaleringsinstrumenten worden ingezet om de aanwezigheid van psychosociale problemen te beoordelen.
Vooral bij jonge kinderen is het belangrijk om een betrouwbaar (screenings)instrument te gebruiken en informatie te verzamelen van meerdere bronnen, zoals ouders, het JGZ-team, het dossier en de kinderopvang (of de school bij oudere kinderen) [239]. Beschikbare signaleringsinstrumenten worden beschreven in de module Preventie en Signaleren van deze richtlijn.
Wanneer een kind één of meer symptomen van psychosociale problemen laat zien, is het belangrijk eerst na te gaan of het gedrag past binnen de normale variatie van ontwikkeling. Als het gaat om een enkel symptoom dat het dagelijks functioneren niet belemmert of niet wijst op een onderliggende aandoening, kan de JGZ bekijken hoe ouders het best kunnen worden ondersteund, bijvoorbeeld bij de opvoeding (zie module Begeleiden en de JGZ-richtlijn Opvoedondersteuning).
Wanneer een kind meerdere psychosociale symptomen vertoont die niet passen bij de leeftijd, kan de JGZ in extra contacten ondersteuning bieden. Als er meer hulp nodig is dan alleen advies vanuit de JGZ, kunnen beschikbare interventies worden ingezet, eventueel in samenwerking met netwerkpartners. (zie module Begeleiden voor meer informatie). De JGZ heeft hierbij een uitvoerende rol en betrekt netwerkpartners ter ondersteuning.
Bij signalen van mogelijke kindermishandeling of huiselijk geweld moet de KNMG meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling worden gevolgd. Als er twijfel is over het starten van de meldcode, kan overleg plaatsvinden met een aandachtsfunctionaris of anoniem met Veilig Thuis.(zie ook JGZ-richtlijn Kindermishandeling).
Bij vermoedens van complexere problematiek, zowel psychosociaal als multifactorieel (bijv. door onderliggende aandoeningen, de situatie van ouders of de omgeving), kan worden besloten netwerkpartners (tabel 1) te betrekken of door te verwijzen, omdat dit vaak de beste ondersteuning biedt.
Daarnaast wordt gekeken of de symptomen het functioneren van het kind belemmeren (zie richtlijn ADHD) of kenmerkend zijn voor psychiatrische aandoeningen (zie JGZ-richtlijnen Angst, ASS, Depressie), zoals weergegeven in Figuur 1.
Bij een eventuele verwijzing is het belangrijk gestructureerd en transparant te werken in overleg met ouders en jongeren. Zij worden daarom actief betrokken bij het besluitvormingsproces (shared decision-making). De JGZ speelt hierbij een coördinerende rol.
De JGZ-professional verwijst door wanneer:
Daarnaast kan doorverwijzing nodig zijn wanneer aanvullende contacten binnen de JGZ niet voldoende zijn. Binnen JGZ-organisaties kunnen hierover afspraken bestaan, bijvoorbeeld over een maximaal aantal extra momenten van contact.
Figuur 1. Stroomdiagram samenwerken en verwijzen bij psychosociale problemen
Kenmerkend voor de JGZ-professional is zijn/haar integrale visie, dat wil zeggen: de JGZ-professional kijkt niet alleen naar lichamelijke, psychische en sociale aspecten van het kind, maar ook naar het sociale en fysieke leefmilieu van de jeugdige. De JGZ werkt samen met andere professionals die betrokken zijn bij de jeugdige en/of zijn leefomgeving (tabel 1).
Goede taakverdeling, aansluiting en samenwerking binnen de JGZ en met verschillende netwerkpartners is hierbij noodzakelijk. Naast specifieke taken van netwerkpartners heeft iedere gemeente de plicht om jeugdhulp en ondersteuning toegankelijk aan te bieden. De manier waarop dit vorm gegeven wordt, verschilt per gemeente.
Tabel 1. Taakverdeling binnen de JGZ
(aangepast van GGZ standaard Psychische klachten in de kindertijd en JGZ richtlijn Psychosociale Problemen 2016).
| Titel | Taken |
| Jeugdartsen* |
|
| Verpleegkundig specialist |
|
| Jeugdverpleegkundigen |
|
| (Dokters)assistenten |
|
| (JGZ) pedagoog |
|
Tabel 2. Taakverdeling buiten de JGZ
(aangepast van GGZ standaard Psychische klachten in de kindertijd en de eerdere versie van de JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen uit 2016). N.B. beschikbaarheid en taakverdeling kunnen per regio verschillen.
| Titel | Taken |
| Maatschappelijk werk en jeugd- en gezinsprofessionals (algemeen en school) |
Opvoedingsondersteuning door psychosociale hulpverlening, signalering en preventie:
|
| Gedragswetenschapper |
|
| Jeugdconsulenten – OKAs |
Jeugdconsulenten binnen de Ouder en Kind Advies Team (OKA, multidisciplinair team met professionals in de verloskundige zorg, kraamzorg, jeugdgezondheidszorg en opvoedhulp).
|
| Huisartsen |
|
| Praktijkondersteuning huisarts (POH)- jeugd |
|
| Verloskundige |
|
| Leerkrachten |
|
| Leerplichtambtenaar |
|
| Intern begeleider (IB) |
|
| Zorg- en adviesteam (ZAT) |
|
| Pedagogisch medewerker kindercentra |
|
| Jeugdhulp |
|
| Residentiële jeugdhulp |
|
| Jeugdbescherming |
|
| Jeugdreclassering |
|
| Pleegzorg |
|
| Veilig Thuis |
|
| Zorgcoördinator |
|
| Generalistische-basis-jeugd-GGZ (GB GGZ Jeugd) |
|
| Gespecialiseerde jeugd-GGZ (S GGZ jeugd) |
|
| Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) van de GGD |
Gratis toegankelijke hulp voor jongeren onder de 25 jaar mbt:
|
|
* niet bij elke JGZ organisatie aanwezig ** gespecialiseerd pedagogisch medewerker |
|
Scholen hebben de wettelijke plicht om passend onderwijs te bieden. Dit houdt in dat ieder kind recht heeft op een zo passend mogelijke plek binnen het onderwijs, ongeacht eventuele extra ondersteuningsbehoeften van de leerling. Daarnaast hebben scholen een zorgplicht: zij zijn verantwoordelijk voor het bieden van een geschikte onderwijsplek, hetzij op de eigen school, hetzij op een andere school. Het is scholen niet toegestaan om een leerling te weigeren of te verwijderen vanwege diens ondersteuningsbehoefte, tenzij er eerst een passende alternatieve onderwijsplek is geregeld.
Voor de JGZ is het belangrijk dat de ondersteuning die JGZ-professionals bieden goed aansluit bij het onderwijs en de ondersteuning die aangeboden wordt op school. De JGZ kan intensief met scholen samenwerken in de uitvoering van haar taken, zoals het adviseren over collectieve gezondheidszorg.
Een sterke samenwerking tussen onderwijs, JGZ, zorgaanbieders en hulpverleners vormt de basis voor het bieden van passende ondersteuning aan jeugdigen. Wanneer deze samenwerking goed is ingericht, is de school niet alleen een vindplaats van problemen, maar ook de plek waar daadwerkelijk hulp wordt geboden. Politie en justitie kunnen ook betrokken worden indien noodzakelijk. Het verstrekken van informatie in het kader van samenwerking moet voldoen aan de geldende wettelijke bepalingen.
Het is van belang dat er vanuit de netwerkpartner een terugkoppeling naar de JGZ plaatsvindt. Zo nodig vraagt de JGZ actief om een terugkoppeling vanuit de (netwerk)partner.
Een JGZ-professional mag bij het verwijzen naar een netwerkpartner alleen informatie delen die:
Let op: In uitzonderlijke situaties, zoals acute bedreiging van de veiligheid van een kind, kan het delen van informatie zonder toestemming gerechtvaardigd zijn (Zie JGZ-richtlijn Kindermishandeling.) Dit moet wel zorgvuldig worden afgewogen en onderbouwd.
De PrivacyApp Sociaal Domein is een web‑app die antwoorden geeft op veelgestelde vragen over privacyrechten en gegevensuitwisseling binnen het sociaal jeugddomein, met name rondom jeugd, jeugdhulp en jeugdbescherming. Professionals – maar ook ouders en jongeren – kunnen in deze app heldere uitleg krijgen over hun rechten en plichten rond privacy, bijvoorbeeld welke gegevens gedeeld mogen worden, wie toegang heeft tot dossiers en onder welke voorwaarden gegevensuitwisseling is toegestaan. De app helpt zo om complexe privacyregels toepasbaar en begrijpelijk te maken in de praktijk.
Deze module beschrijft de rol van de JGZ bij de begeleiding van ouders en jongeren wanneer bij een jeugdige psychosociale problemen zijn vastgesteld. Daarnaast geeft de module een overzicht van beschikbare interventies die ingezet kunnen worden.
Hoe kunnen JGZ-professionals jeugdigen met psychosociale problemen en hun ouders/opvoeders begeleiden?
JGZ-professionals stimuleren ouders en jeugdigen om zelf actief bij te dragen aan het vinden van oplossingen voor hun zorgen/problemen en betrekken hen actief bij preventie en hulp. Dat wil zeggen: als ouders hun vragen of zorgen over de psychosociale ontwikkeling van hun kind voorleggen, luister dan heel goed, vraag na wat de ouder zelf ervan denkt en wat hij/zij al gedaan heeft en nodig de ouder uit om andere oplossingen te bedenken. Benadruk daarbij de deskundigheid van de ouders; en koppel terug wat je als professional opvalt of waarneemt. Daarbij past een wijze van bejegening, zoals die in de NCJ Handreiking ‘Aansluiting bij de ouders van vandaag’ is aangereikt.
Neem tijdens het contact voldoende tijd om het verhaal van de ouder(s) en/of de jeugdige goed in beeld te krijgen. Een open en respectvolle communicatie tussen professional, ouders en kinderen draagt eraan bij dat zij zich gehoord, gezien en begrepen voelen. Zie ook praktijkmodule Gespreksvoering in de JGZ.
Er zijn diverse programma’s voor scholen die een gezonde leefstijl van de leerlingen stimuleren èn aandacht besteden aan het signaleren van leefstijl- of gezondheidsproblemen, waaronder psychosociale problemen. Gezonde School is daar een bekend voorbeeld van. De Gezonde School aanpak (een samenwerking van het RIVM, GGD GHOR, en de PO-, VO- en MBO-raad) is een werkwijze voor scholen om structureel te werken aan gezondheid. Dat gebeurt onder andere met concrete lesprogramma's en/of projecten die ingezet worden op school.
De digitale vragenlijst ‘Jij en Je Gezondheid (JEJG)’ kan onderdeel zijn van de Gezonde School aanpak en wordt via de JGZ op school afgenomen. In het basisonderwijs vullen de ouders de vragenlijst in, in het voortgezet onderwijs vullen leerlingen zelf de lijst in, waarna een gesprek met een JGZ-professional kan volgen.
Ook ‘Gezond leven? Check het even!’ (GLCE) is een gezondheidsinterventie voor jongeren op het regulier voortgezet onderwijs (klas 1 tot en met 4) die vanuit de JGZ wordt aangeboden. Jongeren worden gestimuleerd te reflecteren op hun gezondheid en de keuzes die zij daarin maken. Zij krijgen toegang tot betrouwbare informatie en online hulp over verschillende thema’s. GLCE richt zich op de individuele leerling die een vragenlijst invult, gepersonaliseerde gezondheidsinformatie ontvangt en eventueel een gesprek voert met een JGZ-professional. De interventie is ook bedoeld voor de hele school; scholen krijgen collectieve gezondheidsinformatie waarmee zij hun schoolgezondheidsbeleid kunnen versterken.
De JGZ-professional informeert ouders/opvoeders over de normale psychosociale ontwikkeling en veelvoorkomende klachten van jeugdigen zoals druk gedrag, angst of somberheid. Ook geeft de JGZ-professional uitleg over hoe deze klachten op een gezonde manier kunnen worden benaderd. Zo helpt de JGZ om alledaagse problemen rondom de psychosociale ontwikkeling te normaliseren. Bruikbare adviezen voor ouders zijn te vinden op Thuisarts.nl en op deze website van het Nederlands Jeugdinstituut.
Elke ouder/opvoeder die vragen heeft of zich zorgen maakt over de psychosociale ontwikkeling van zijn/haar kind, verdient zorgvuldige aandacht van de JGZ-professional. Neem tijdens het contact voldoende tijd om het verhaal van de opvoeder en/of jongere goed te begrijpen. Goede communicatie tussen de professional en ouder(s)/opvoeders en jeugdigen is belangrijk. Door positieve aandacht en een respectvolle benadering voelen ouders/opvoeders en jeugdigen zich gehoord en begrepen. Zie ook de praktijkmodule Gespreksvoering in de JGZ.
Op basis van de andere JGZ-richtlijnen (ASS, ADHD, Angst en Depressie) werden onderstaande adviezen opgesteld ter preventie van emotionele, gedrags- en sociale problemen bij kinderen en jeugdigen.
Ouders/opvoeders krijgen voorlichting over de ontwikkeling van de jeugdige en over ‘normale’ angsten tijdens in de kindertijd of tienerjaren. Daarnaast kan de jeugdarts/verpleegkundige ouders adviseren over strategieën om het angstige of sombere gedrag van de jeugdige om te buigen.
Leg de ouder uit dat angst een normale emotie is die bij de ontwikkeling hoort, vooral bij jonge kinderen. Bepaalde angsten zijn typerend voor bepaalde leeftijden (bijv. scheidingsangst rond de leeftijd van 1en 2 jaar) angst voor monsters bij kleuters en verlegenheid/ sociale angst op de basisschoolleeftijd.
Stimuleer als ouder/opvoeder zelfstandigheid bij de jeugdige. Help het kind kleine stapjes te zetten buiten de comfortzone, en beloon dat met complimenten.
Leg ouders/opvoeders uit dat het helpend is voor kinderen en jongeren wanneer…
Zie ook: JGZ-richtlijn angst
Bij het voorkomen en verminderen van emotionele problemen bij jeugdigen maken veel interventies gebruik van cognitieve gedragstherapie (CGT) waarin de jongere leert om negatieve of ongezonde denkpatronen te herkennen en te veranderen, zodat ze beter met hun emoties kunnen omgaan.
Ze ontwikkelen vaardigheden om situaties vanuit een ander perspectief te bekijken en daar op een meer helpende manier op te reageren. daarnaast worden vaak ook andere belangrijke vaardigheden aangeleerd, zoals:
Deze combinatie van cognitieve en gedragsmatige technieken helpt jongeren om beter met hun emoties en sociale uitdagingen om te gaan.
Normaliseer gedrag: Uitleggen welk gedrag past bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind (bijv. peuterdriftbuien zijn normaal, maar zouden moeten afnemen naarmate het kind ouder wordt).
Gedrag is communicatie: help ouders/opvoeders het gedrag te zien als uiting van onderliggende emoties of behoeften (vermoeidheid, frustratie, aandacht of angst).
Stimuleer ouders/opvoeders om …
Ouders kunnen samen met hun kind werken aan verminderen van gedragsproblemen door:
Bij het voorkomen en verminderen van gedragsproblemen maken de meeste interventies gebruik van (cognitieve) gedragstherapie, waarbij positieve feedback gegeven wordt op het gewenste, positieve gedrag van jeugdigen. Ongewenst gedrag wordt zoveel mogelijk genegeerd. Hierdoor neemt het positieve gedrag van jeugdigen vaak toe en het ongewenste gedrag af. Gedragstherapie kan zowel individueel als in groepen worden aangeboden.
Zeker bij jongere kinderen worden gedragsproblemen in de regel aangepakt via de ouders. Ouders krijgen vaardigheden aangeleerd om positief gedrag bij hun kind te stimuleren en negatief gedrag te negeren. Verderop in deze richtlijn komen deze programma’s aan bod. Enkele kenmerken van effectieve ouderprogramma’s zijn [244]:
Ouders die zich zorgen maken over het schermgebruik van hun kind, kunnen gewezen worden op de nieuwe richtlijn gezond schermgebruik 2025 voor ouders en andere opvoeders. De term ‘schermgebruik’ wordt dan breed opgevat als: “Het gebruik van (digitale) schermen, zoals smartphones, tablets, computers, televisies of spelconsoles in het dagelijkse leven.” De richtlijn Gezond schermgebruik is bedoeld voor alle opvoeders van kinderen (0-16 jaar) en wil opvoeders te ondersteunen bij het stimuleren van gezond schermgebruik van hun kinderen. De richtlijn is gebaseerd op vragen van opvoeders over hoe kinderen veilig kunnen omgaan met digitale media. De richtlijn is tot stand gekomen op basis van wetenschappelijke kennis.
Hieronder sommen we beknopt de adviezen op voor ouders en opvoeders, gerangschikt naar vier thema’s uit deze richtlijn [207]:
1. Verbinden & Vertrouwen
2. Mediawijs & Weerbaar
3. Balans & Structuur
4. Eigen gedrag & mediagebruik
Sociale problemen – zoals moeite met vriendschappen, pesten, verlegenheid of onzekerheid in sociale situaties – zijn in het voorgaande al aan bod gekomen. Hieronder nog enkele algemene adviezen voor ouders die zich zorgen maken over eventuele sociale problemen bij hun kind.
Zie ook de JGZ Richtlijn Pesten
In de NJi Databank Effectieve Jeugdinterventies worden interventies beschreven die in Nederland beschikbaar zijn en tenminste theoretisch goed onderbouwd. Een onafhankelijke commissie beoordeelt op basis van nationaal en internationaal onderzoek de effectiviteit van deze interventies. De resultaten van deze beoordeling worden gepubliceerd op de website van het Nederlands Jeugdinstituut.
Voor deze richtlijn is gebruikgemaakt van de NJi-databank om beschikbare interventies te vinden voor de preventie of behandeling van psychosociale problemen bij kinderen en jongeren. Daarbij zijn interventies geselecteerd die volgens de databank gericht zijn op ‘psychosociale problemen’, ‘angst problemen’, ‘psychische problemen’, ‘gedragsproblemen’, ‘emotionele problemen’, sociale problemen’ en ‘weerbaarheid’. En als aanvullend criterium dat de interventie inzetbaar is door JGZ-professionals, wijkteams, Centra voor Jeugd en Gezin (CJG), of professionals die op school werkzaam zijn.
In de bijlagen zijn overzichten te vinden van de beschikbare interventies, gebaseerd op de dataank van het NJI. Zie:
Er zijn vijf (preventieve) interventies die erop gericht zijn de opvoedvaardigheden van de ouder en het contact met hun jonge kind te verbeteren: Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD), Kortdurende Video Hometraining (K-VHT) in gezinnen met jonge kinderen, Triple P niveau 3, Triple P niveau 4 en 5, en de Gordon training. Deze interventies worden ook beschreven in de JGZ-Richtlijn Opvoedondersteuning.
Drie interventies voor deze leeftijdsgroep staan in de databank vermeld als ‘effectief’: de VIPP-SD, Triple P niveau 3 en Triple P niveau 4 en 5. De VIPP-SD is een individueel huisbezoekprogramma waar video-interactie begeleiding wordt ingezet om ouders te ondersteunen in het vergroten van sensitiviteit en het verbeteren van opvoedvaardigheden De VIPP SD heeft aantoonbaar effect op zowel het gedrag van de ouder (het gebruik van sensitieve disciplineringstrategieën) als op het gedrag van het kind[245].
Triple P niveau 3 is een opvoedtraining waarin lichte, veelvoorkomende opvoedvragen van ouders behandeld worden. De training maakt dat ouders zich meer competent gaan voelen als ouder en hun kinderen rapporteren een toename in welbevinden [241][242].
Triple P niveau 4 en 5 biedt meer intensieve opvoedondersteuning aan ouders wanneer het kind meer of ernstiger gedrags- en emotionele problemen laat zien. De programmaonderdelen zijn flexibel en afgestemd op de ontwikkelingsfase van het kind. Naast opvoedvaardigheden wordt hier ook gewerkt aan het verminderen van belemmerende factoren binnen het gezin, zoals relatieproblemen of ouderlijke stress. Er zijn eerste aanwijzingen gevonden voor effectiviteit: probleemgedrag van de jeugdige, dysfunctioneel opvoedgedrag en psychische klachten bij ouders nemen af [241];[242].
Voor kinderen in de basisschoolleeftijd zijn er diverse interventies beschikbaar die zich richten op het bevorderen van hun sociaal-emotionele ontwikkeling, het verminderen van gedragsproblemen, en het versterken van opvoedvaardigheden bij ouders.
Een goed onderzochte interventie is de VIPP-SD (Video-feedback Intervention to Promote Positive Parenting and Sensitive Discipline), gericht op ouders van jonge kinderen tot 6 jaar. Deze methode, waarbij ouders thuis begeleid worden met behulp van video-opnames, stimuleert sensitief opvoedgedrag en effectieve disciplinering en blijkt effectief in het verminderen van gedragsproblemen[245].
Een vergelijkbare (maar minder onderzochte) aanpak is Kortdurende Video-hometraining (K-VHT) voor gezinnen met kinderen van 4 tot 12 jaar. Via korte video-opnames van alledaagse interacties leren ouders/opvoeders hun kinderen beter begrijpen en reageren ze sensitiever, wat leidt tot een positievere opvoedrelatie.
Voor ouders van kinderen van 4 tot en met 8 jaar die opgroeien met veel spanning en stress als gevolg van ziekte, psychosociale, psychische of verslavingsproblemen in het gezin bestaat de interventie Piep zei de muis. Het programma bevat ouderbijeenkomsten en gezinsbegeleiding. Ouders leren hun kind beter leren begrijpen en ondersteunen. De interventie beoogt het risico op psychische problemen bij deze kinderen te verkleinen.
Kindgerichte interventies die de sociale en emotionele vaardigheden van kinderen in deze leeftijdsgroep versterken zijn Minder Boos en Opstandig en Alles Kidzzz.
Voor kinderen met angstklachten zijn er de programma’s VRIENDEN en Denken + Doen = Durven (DDD). Deze trainingen zijn gebaseerd op cognitieve gedragstherapie, een methode waarbij kinderen leren hoe hun gedachten, gevoelens en gedrag elkaar beïnvloeden en hoe ze hier op een helpende manier mee om kunnen gaan. VRIENDEN is bedoeld voor kinderen van 4 tot 16 jaar en DDD voor de leeftijd van 8 tot 18 jaar. Beide programma’s leren kinderen omgaan met angstige gedachten, lichamelijke reacties en gedrag, en hebben bewezen effect op het verminderen van angstklachten.
Opvoedinterventies voor ouders/opvoeders zijn onder andere Triple P (Positive Parenting Program) niveau 3 biedt korte ondersteuning bij lichte opvoedvragen, terwijl niveau 4 en 5 zich richten op gezinnen met ernstiger gedragsproblemen en bijkomende gezinsfactoren. Beide blijken effectief in het verbeteren van opvoedgedrag en het verminderen van probleemgedrag.
Incredible Years is een groepstraining voor ouders van kinderen met (risico op) gedragsproblemen, gericht op het versterken van positief opvoedgedrag. Ouders leren via rollenspellen en oefeningen hoe ze positief gedrag kunnen stimuleren en negatief gedrag kunnen begrenzen. De interventie heeft effect op zowel de ouder als het kind: tegendraads en agressief gedrag nemen af.
Verder is voor deze leeftijdsgroep de oudercursus Praten met kinderen beschikbaar. De oudercursus verbetert de communicatie tussen ouders en kinderen met licht probleemgedrag, hoewel er geen bewijs is voor gedragsverandering bij het kind zelf.
Het lesprogramma PAD (Programma Alternatieve Denkstrategieën) is ene lesprogramma voor de basisschool. Kinderen leren vaardigheden op vier verschillende gebieden: Zelfbeeld (Wie ben ik en hoe waardeer ik mijzelf?), Zelfcontrole (Hoe ga ik om met heftige emoties?), Emoties (Hoe voel ik mij en hoe voelt de ander zich?) en Probleem oplossen (Hoe kunnen we op een constructieve wijze een probleem oplossen?). PAD bestaat uit 161 klassikale lessen die verdeeld over acht leerjaren worden aangeboden. Hoofddoel van PAD is het versteken van sociaal-emotionele vaardigheden om zo gedragsproblemen te voorkomen.
Voor jongeren vanaf 12 jaar en ouder zijn er diverse interventies beschikbaar die zich richten op het bevorderen van hun mentale gezondheid en het ondersteunen van hun opvoeders.
Het programma’s VRIENDEN is bedoeld voor kinderen en jongeren van 4 tot en met 16 jaar en zich richt op het voorkomen en behandelen van angstige en depressieve gevoelens. Door middel van tien groeps- of individuele bijeenkomsten leren deelnemers vaardigheden om met angst en depressie om te gaan, met aandacht voor lichamelijke reacties, gedachten en gedrag. Het programma is effectief bevonden in Nederlands onderzoek.
Een vergelijkbare interventie is Denken + Doen = Durven (DDD), voor kinderen van 8 tot 18 jaar. Deze cognitieve gedragstherapie besteedt aandacht aan psycho-educatie, cognitieve herstructurering, exposure en terugvalpreventie. In de preventieve vorm wordt het groepsgewijs aangeboden, en in de curatieve context kan het ook individueel worden ingezet. Onderzoek toont aan dat de angstklachten bij kinderen significant afnemen na deelname.
Voor ouders zijn er verschillende opvoedondersteunende programma’s. Triple P niveau 3 is voor ouders van kinderen van 0 tot 18 jaar met lichte opvoedvragen. Deze korte training helpt ouders om meer vertrouwen in hun opvoedvaardigheden te krijgen en gedragsproblemen bij hun kinderen te verminderen. Triple P niveau 4 en 5 zijn intensievere vormen van dezelfde interventie, bedoeld voor ouders van kinderen tot 16 jaar met ernstigere gedragsproblemen. Naast opvoedvaardigheden wordt hier ook gewerkt aan het verminderen van belemmerende factoren binnen het gezin, zoals relatieproblemen of ouderlijke stress. Beide niveaus zijn effectief gebleken in het verminderen van probleemgedrag bij kinderen en het verbeteren van het functioneren binnen het gezin.
Praten met Kinderen is een interventie voor ouders gericht op het verbeteren van de communicatie tussen ouders en hun kinderen van 10 tot 15 jaar. In deze oudercursus leren ouders conflicten bespreekbaar te maken en op te lossen, wat bijdraagt aan een betere relatie met hun kind. Hoewel het programma positieve effecten heeft op de communicatie, is niet vastgesteld dat het daadwerkelijk gedragsproblemen voorkomt.
Naast gezinsgerichte interventies zijn er ook schoolprogramma’s. Het programma Levensvaardigheden is bedoeld voor jongeren van 13 tot 17 jaar. Het lesprogramma leert hen vaardigheden om met gedachten, gevoelens en conflicten om te gaan. Thema’s als pesten, seksualiteit en weerbaarheid komen aan bod. Internationaal onderzoek toont aan dat dit programma gedrag en schoolprestaties verbetert, al zijn de Nederlandse studies nog kleinschalig.
Deze richtlijntekst is gebaseerd op de JGZ-richtlijn ‘Psychosociale problemen’, die gepubliceerd is in 2016. Deze vorige richtlijn is herzien door de subgroep ‘Psychosociale problemen’ en het TNO-projectteam. De subgroep bestond uit zowel JGZ-professionals met praktijkervaring als kennisdeskundigen op het gebied van psychosociale problemen bij kinderen en jongeren. Gedurende het gehele herzieningsproces zijn de leden van de subgroep betrokken geweest via plenaire bijeenkomsten en schriftelijke feedbackrondes, waarbij hun opmerkingen en suggesties zijn verzameld en verwerkt in de richtlijnmodules.
Naast de subgroep heeft de clusterkerngroep, die uitsluitend uit JGZ-professionals bestond, alle richtlijnen van het cluster ‘Psychosociaal en Gedrag’ plenair besproken, zodat de richtlijnen op elkaar aansluiten en er geen overbodige overlap is.
Bij de samenstelling van de Cluster-subgroep is gelet op een goede balans tussen wetenschappers, inhoudelijke experts en uitvoerende JGZ professionals. De Cluster-subgroep bestond uit zes personen:
|
Naam |
Functie |
Organisatie |
|
Anouk van den Berg |
Jeugdarts |
GGD Holland Midden |
|
Wenda Berends |
Jeugdarts |
GGD Zeeland |
| Anne-Marie Dekker | Jeugdverpleegkundige |
GGD Holland Midden |
|
Yvonne Stikkelbroek |
Onderzoeker, universitair docent orthopedagogiek en klinisch psycholoog |
GGZ Oost Brabant en Universiteit Utrecht |
|
Petra Pronk |
Oudervertegenwoordiger; |
Balans |
|
Marie-José Theunissen – Lamers |
Jeugdarts, Voorzitter |
GGD Zuid-Oost Brabant |
Vanuit TNO zijn daar de volgende mensen bij aangesloten:
Renate van Zoonen, projectleider bij TNO
Emma Dickinson, jeugdarts, richtlijnontwikkelaar
Meinou Theunissen, inhoudsdeskundige en richtlijnontwikkelaar
Marianne de Wolff, inhoudsdeskundige en richtlijnontwikkelaar
Naast de Cluster-subgroep die zich focuste op de richtlijn Psychosociale Problemen, was er een bredere Cluster-kerngroep. Deze Cluster-kerngroep bestond uit JGZ- professionals die betrokken waren bij het herzien van de verschillende richtlijnen binnen het cluster ‘Psychosociaal en gedrag’.
|
Naam |
Functie |
Organisatie |
|
Anita Vroegop |
Jeugdarts |
AJN |
|
Anne-Marie Dekker |
Jeugdverpleegkundige |
V&VN |
|
Anouk van den Berg |
Jeugdarts |
AJN |
|
Gonnie Epema (tot februari 2025) |
Jeugdverpleegkundige |
V&VN |
|
Malu van Vredegem |
Jeugdverpleegkundige |
V&VN |
|
Marieke Vonk |
Jeugdarts |
AJN |
|
Wenda Berends |
Jeugdarts |
AJN |
|
Monique van Eijkelenburg |
Oudervertegenwoordiging |
Balans |
De klankbordgroep binnen het cluster ‘Psychosociaal en gedrag’, samengesteld uit aanpalende beroepsgroepen, was verantwoordelijk voor het bewaken van de implementatie-aspecten voor alle richtlijnen binnen het cluster.
|
Naam |
Functie |
|
Betty Bakker |
Expert opleiding jeugdverpleegkundige |
|
Gea Vrieze |
Expert opleiding – Jeugdarts KNMG |
|
Janine Bezem |
JGZ manager |
|
Joli Luijckx |
Balans (ouder/jeugdige vertegenwoordiging) |
|
Margreet de Wolff |
Implementatie functionaris |
|
Minke Diepenbach |
JGZ manager |
|
Sanne Niemer |
Pharos |
Zowel ouders als jongeren zijn op twee momenten actief betrokken bij de herziening van de JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen: aan het begin van het herzieningstraject en in de eindfase, toen de conceptaanbevelingen gereed waren.
Bij de start van de herziening hebben we ouders en jongeren gevraagd naar hun ervaringen met de zorg van de JGZ en naar de knelpunten die zij zien rond psychosociale problemen. De ervaringen van ouders zijn verzameld via vragenlijsten en een focusgroepgesprek. Bij de jongeren is gekozen voor een focusgroepgesprek om hun knelpunten in kaart te brengen.
In de eindfase zijn de conceptaanbevelingen uit de herziene richtlijn voorgelegd aan ouders en jongeren. Hun mening hierover is opgehaald in twee afzonderlijke focusgroepinterviews. In deze paragraaf beschrijven we welke knelpunten ouders en jongeren ervaren in hun contacten met JGZ-professionals. In een volgende paragraaf komen de meningen van ouders en jongeren over de aanbevelingen aan bod. De aanbevelingen zijn vervolgens zoveel mogelijk aangepast aan de wensen van de ouders en jongeren.
We hebben ouders benaderd om hun ervaringen met de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) rond eventuele psychosociale problemen van hun kind met ons te delen door middel van een online vragenlijst. In totaal vulden 50 ouders (drie vaders) de vragenlijst in. De helft van deze ouders werd geworven via een oproepje op sociale media -‘de algemene oudergroep’ – de andere helft via oudervereniging Balans. Ouders die via Balans geworven werden, hebben kinderen met ondersteuningsbehoeften bij leren en/of gedrag.
Het grootste deel van de ouders in deze peiling was hoogopgeleid (n=33, 66%), had een kind in de leeftijd van 11-18 jaar (n=33, 66%) en had ook wel eens vragen over (problematisch) gedrag of de emoties van hun zoon/dochter (n=33, 66%). Van de 33 ouders die vragen hadden over het gedrag of emoties van hun kind, gaf de meerderheid (n=21) aan dat zij deze zorgen hadden besproken met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Dit contact werd door de ouders gemiddeld beoordeeld met een rapportcijfer 5. Opvallend is het verschil tussen beide subgroepen: ouders uit de algemene groep gaven gemiddeld een 6, terwijl ouders uit de ‘Balans-groep’ een 4 gaven.
Ouders waarderen het wanneer zij zich gehoord voelen en merken dat de JGZ-professional tijd voor hen neemt, goed luistert en met de ouder meedenkt. In de algemene oudergroep werden praktische tips, het signaleren van zorgen in een vroeg stadium en betrokkenheid positief benoemd. Ook werd het als prettig ervaren wanneer een professional herkende wat ouders zelf al langere tijd zagen, en hen vervolgens goed op weg hielp. In de ‘Balans-groep’ waren ouders tevreden over het overleg rond medicatie of een verwijzing naar de kinderarts.
Beide groepen ouders zagen ruimte voor verbetering. In de algemene oudergroep vond men dat er te weinig werd doorgevraagd naar het totaalplaatje van problemen, dat adviezen weinig concreet of toepasbaar waren, en dat verwijzingen niet altijd passend waren. Ook gaven ouders aan dat er meer aandacht mocht zijn voor het individuele kind in plaats van het werken volgens ‘het gemiddelde’. Daarnaast werden het ontbreken van vervolgafspraken en de lange wachttijden als knelpunten ervaren.
In de ‘Balans-groep’ uitten ouders zorgen over een gebrek aan kennis over complexe problematiek zoals ASS, ADHD en hoogbegaafdheid. Ook werden afspraken niet altijd nagekomen en was er soms te weinig aansluiting bij de situatie van het kind of het gezin. Ouders gaven aan behoefte te hebben aan continuïteit in de zorg en meer passende begeleiding.
Samengevat laat de schriftelijke peiling zien dat ouders over het algemeen openstaan voor ondersteuning door de JGZ, maar dat de kwaliteit van de hulp sterk wisselt. Ouders waarderen betrokkenheid en een luisterend oor, maar zien tegelijkertijd ruimte voor verbetering in deskundigheid, opvolging, gerichte verwijzingen en continuïteit van zorg.
De eerste focusgroep bestond uit zes ouders van kinderen in de leeftijd van 20 maanden tot 16 jaar. De deelnemers waren werkzaam in verschillende sectoren die nauw verbonden zijn met jeugd en opvoeding, zoals het onderwijs, maatschappelijk werk en de kinderopvang. Het gesprek richtte zich op de knelpunten die ouders ervaren in hun contacten met de JGZ in het algemeen en specifiek wanneer zij zorgen hebben over psychosociale problemen bij hun kind.
Uit de gesprekken met ouders komt naar voren dat de meeste ouders in de basis positief zijn over hun ervaringen met de jeugdgezondheidszorg, vooral wanneer het gaat om de reguliere consulten in de eerste levensjaren. Veel ouders beschrijven de contacten met het consultatiebureau als prettig, laagdrempelig en ondersteunend. Professionals denken vaak goed mee, verwijzen indien nodig door en bieden ruimte voor vragen zonder druk op bepaalde gespreksonderwerpen. Vooral bij fysieke en vroeg-ontwikkelingsgerichte vragen, zoals voedingsproblemen of motorische achterstanden, voelen ouders zich doorgaans goed geholpen.
Tegelijkertijd blijkt dat de ondersteuning bij vragen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind minder vanzelfsprekend is. Ouders hebben behoefte aan meer kennis over wat normaal gedrag is per leeftijd en wanneer gedrag reden tot zorg is. Vooral bij het eerste kind missen ouders referentiekaders, bijvoorbeeld rond emoties, prikkelverwerking, agressief gedrag of gedragsveranderingen bij grote overgangen, zoals de start op school. Juist in die overgangsperiodes ervaren ouders minder aansluiting bij de JGZ, omdat het consultatiebureau dan geen standaard contactmoment meer biedt.
Verder geven ouders aan dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind minder systematisch wordt gevolgd dan de fysieke ontwikkeling. Sommige thema’s – zoals nachtangsten of sociaal gedrag – komen volgens ouders nauwelijks aan bod in de groeigids of in consulten. Ouders willen weten bij wie ze terecht kunnen met vragen over gedrag, zonder dat er direct een diagnose (zoals ADHD) gesteld wordt. Ouders benadrukken dat ze behoefte hebben aan duidelijke, praktische informatie, bij voorkeur in toegankelijke vormen zoals een “groeiboekje” over sociaal-emotionele ontwikkeling, uitgebreide informatie in de groeigids-app, of laagdrempelige bijeenkomsten waarin vragen gesteld kunnen worden. Extra contactmomenten – bijvoorbeeld rond 18 maanden of tussen 3 en 4 jaar – zouden helpen om gedrag en emoties beter te bespreken. Huisbezoeken kunnen vooral bij kwetsbare gezinnen een waardevolle aanvulling zijn, al geven sommige ouders aan dat de vragenlijsten die daarbij gebruikt worden soms onprettige of te zware vragen bevatten.
Daarnaast vinden deze ouders dat de JGZ nog onvoldoende aansluit bij de diversiteit in gezinnen. Ouders ervaren dat de taal in folders en brieven niet altijd begrijpelijk is voor mensen met een lager taalniveau, en dat sommige thema’s cultureel gevoelig kunnen liggen. Meer neutrale bewoordingen en persoonlijk contact zouden helpen om taboes te doorbreken. Ook expat-ouders bereiken de JGZ minder goed omdat zij het systeem niet kennen, waardoor kansen voor vroegsignalering gemist worden.
Het gesprek met de jongeren richtte zich op de knelpunten die jongeren ervaren wanneer zijzelf vragen of zorgen hebben over psychosociale problemen. Aan deze bijeenkomst namen zes jongeren deel in de leeftijd van 13 tot 20 jaar.
Jongeren weten niet precies weten waar ze terechtkunnen wanneer ze niet lekker in hun vel zitten. In de praktijk zoeken ze vooral steun bij familie en vrienden, of bij docenten en studieadviseurs wanneer stress of schooldruk een rol speelt. De huisarts wordt wel gezien als een mogelijke ingang, maar niet iedereen voelt zich daar genoeg op zijn gemak. Ook vertrouwenspersonen op school blijken soms moeilijk te vinden of zitten op plekken waar het te zichtbaar is dat je hulp zoekt, wat de drempel verhoogt. Veel jongeren geven aan dat ze onduidelijk vinden bij wie ze terecht kunnen, en dat ze niet weten dat ze voor verschillende soorten problemen bij één persoon kunnen aankloppen.
Volgens jongeren zou het helpend zijn voor hun mentale gezondheid als er minder prestatiedruk wordt uitgeoefend vanuit school én de ouders. Ouders moeten bewust gemaakt worden van de druk die jongeren tegenwoordig ervaren. Verder zouden jongeren graag meer 1-op-1 gesprekken willen voeren met docenten en professionals. Ze vinden het prettig als gesprekken al vroegtijdig worden aangeboden, zonder dat daar direct een label of diagnose aan hangt. Wat zij missen, is duidelijke, toegankelijke informatie over waar ze hulp kunnen krijgen en wat die hulp precies inhoudt. Op school is er vaak weinig of oppervlakkige voorlichting over mentale gezondheid, terwijl jongeren juist behoefte hebben aan echte gesprekken en aan iemand van buitenaf , bijvoorbeeld een jeugdverpleegkundige van de JGZ, die het taboe kan helpen doorbreken.
Jongeren benoemen dat zij niet in hokjes geplaatst willen worden, en dat diagnoses zoals autisme te makkelijk worden vergeleken tussen jongeren terwijl deze zich bij iedereen anders uiten. Vooral onder jongens is het taboe groot; klachten zijn niet altijd zichtbaar en worden minder snel besproken. Toch geven jongeren aan dat voorlichting, zelfs als ze er niet volledig voor openstaan, vaak wel iets losmaakt of normaliseert.
Wanneer het specifiek gaat om de rol van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige, willen jongeren vooral duidelijkheid: waar kunnen ze terecht, hoe herken je stress of mentale klachten, wat kun je zelf doen en hoe werkt het zoeken van hulp? Vertrouwen blijkt hierbij doorslaggevend. Jongeren geven aan dat ze alleen praten als ze zich veilig en serieus genomen voelen. Ze hebben liever geen standaardlijst met vragen, maar een gesprek waarin professionals doorvragen naar hun verhaal en helpen om te begrijpen wat er achter bepaald gedrag kan zitten.
Bij de afronding van de JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen zijn weer twee focusgroep-gesprekken georganiseerd met ouders en jongeren. Dit keer om hun mening te horen over de conceptaanbevelingen rond preventie, signalering en begeleiding bij psychosociale problemen, zoals verwoord in de herziene JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen. Drie ouders (van kinderen in de leeftijd van 2-12 jaar) deden mee. De ouders onderschrijven het belang van open gesprekken met ouders en jeugdigen, waarin niet alleen gedrag maar ook de achterliggende behoeftes worden onderzocht. Het normaliseren van alledaagse zorgen en het serieus nemen van emoties wordt gezien als essentieel voor een goede emotieregulatie.
Het gebruik van vragenlijsten per leeftijdsfase als hulpmiddel bij vroegsignalering wordt door de ouders in principe positief beoordeeld. Zij zien het invullen ervan als nuttig en niet belastend, mits de vragen passend zijn voor de ontwikkelingsleeftijd of eventuele beperkingen van het kind. Wel vragen sommige ouders zich af of één keer een vragenlijst invullen per leeftijdsfase voldoende is en of de resultaten van de vragenlijst daadwerkelijk worden opgevolgd.
Tot slot geven deze ouders aan dat de aanbevelingen voor begeleiding per leeftijdsfase duidelijker en consistenter geformuleerd mogen worden. Zo is onduidelijk waarom bij de ene leeftijdsgroep gesproken wordt over “effectieve programma’s” en bij de andere slechts over “programma’s”, terwijl de intentie vergelijkbaar lijkt. Ouders waarderen de onderverdeling per leeftijd, maar vragen om meer uniformiteit en concreetheid in de adviezen.
Samenvattend laat dit gesprek zien dat deze ouders betrokken en overwegend positief zijn over de aanbevelingen. De formulering van de aanbevelingen voor begeleiding per leeftijdsfase is vervolgens aangepast, zodat het taalgebruik meer consistent is over de verschillende leeftijdsfases.
Zeven jongeren, in de leeftijd van 13 tot 19 jaar, gaven hun mening over de voorgestelde aanbevelingen in een groepsgesprek. De jongeren zijn kritisch maar ook constructief over de aanbevelingen. Ze vinden dat een vragenlijst nuttig kan zijn, maar het zou beter zijn om een vragenlijst bij de JGZ vaker in te vullen dan één keer per leeftijdsfase. Er zit immers een groot verschil in de ontwikkeling tussen 12 en 17 jaar. Ook moet de setting waarin de vragenlijst wordt afgenomen veilig zijn: niet in de klas, want “iedereen ziet daarna de uitslag met rood of groen, afhankelijk van de antwoorden”. Als jongeren samen met ouders vragenlijsten moeten invullen, gaan ze waarschijnlijk liegen over dingen zoals mishandeling of depressieve gevoelens.
Samenwerking en doorverwijzing in de JGZ vragen volgens jongeren om duidelijke uitleg. Ze willen weten welke opties er zijn en wat ze kunnen verwachten, en vooral dat er geen onverwachte extra kosten zijn die zorg kunnen belemmeren. Ook willen ze zelf kunnen kiezen wie hen ondersteunt en of ouders wel of niet meegaan. Bereikbaarheid speelt eveneens een rol: verwijzingen moeten praktisch uitvoerbaar zijn, zonder lange reistijden.
In de begeleiding verwachten jongeren dat professionals maatwerk leveren. Niet elke interventie past bij elke jongere, en het is belangrijk dat er wordt gekeken naar de individuele situatie. Jongeren geven daarnaast aan dat een vertrouwd gezicht essentieel is: ze willen weten dat ze iemand opnieuw kunnen spreken en dat ze mogen wisselen van professional als de klik er niet is.
Samengevat laat dit gesprek zien dat jongeren vooral behoefte hebben aan duidelijkheid, veiligheid en echte aandacht. Ze willen laagdrempelig en zonder oordeel in gesprek kunnen gaan, op een plek waar ze zich veilig voelen. De JGZ kan volgens hen een belangrijke rol spelen bij het normaliseren van mentale gezondheid, het vroegtijdig signaleren van problemen en het bieden van betrouwbare begeleiding – mits jongeren weten waar ze aan toe zijn en zich gezien en gehoord voelen.
De uitgangsvragen waar een systematisch literatuursearch voor is uitgevoerd zijn samengevoegd in drie thema’s:
Per thema staat hieronder beschreven op welke wijze de literatuur is verzameld.
Uitgaande van de uitgangsvragen is door de projectgroep met hulp van de informatiespecialist van TNO, een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd betreffende risico- en beschermende factoren voor de ontwikkeling van psychosociale problemen in relevante databases: PubMed en PsychInfo. De volgende zoektermen werden onder andere gebruikt: risk factors, predictor, protective factors, screening, identification, internalizing, externalzing, psychosocial health, – wellbeing. – problems, – dysfunction, affective symptoms, affective problems, behavioral problems, emotional problems.
De literatuursearch richtte zich op de periode 2008 tot 2015 en resulteerde in een lijst met 613 referenties: 377 artikelen binnen PsychInfo en 236 referenties van PubMed. Vervolgens hebben we de abstracts handmatig geselecteerd op relevantie, waarna 126 publicaties overbleven. Er zijn afzonderlijke searches gedaan naar prenatale risico- en beschermende factoren. Deze searches leverden aanvankelijk 257 publicaties op in PsychInfo en Pubmed. Na kritische lezing van deze abstracts bleven hiervan 54 artikelen over.
Studies die betrekking hebben op psychiatrische problematiek zoals ADHD of autisme, post-traumatische stress, drugs- of alcohol problematiek, suïcidaal gedrag, geweld, kindermishandeling, pesten, behandelingen en epilepsie werden buiten beschouwing gelaten. Daarnaast werd aan deze lijst m.b.v. de sneeuwbalmethode artikelen en aangedragen literatuur door werk- en klankbordgroepleden toegevoegd. De geselecteerde artikelen zijn beoordeeld op relevantie voor de uitgangsvraag en op hun methodologische kwaliteit volgens EBRO-methode. Na deze selectie bleven de artikelen over die als onderbouwing bij de verschillende conclusies in de richtlijn staan vermeld. De evidence is samengevat in ‘evidentietabellen’ (zie bijlage).
Uitgaande van de uitgangsvragen is door de projectgroep met hulp van de informatiespecialist van TNO, een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd betreffende gevalideerde vroegsignaleringsinstrumenten in Nederland voor de opsporing van psychosociale problemen bij kinderen in relevante databases: PubMed en PsychInfo. De literatuursearch richtte zich op de periode 2008 tot 2015, en de search was beperkt tot validatie onderzoek van signaleringsinstrumenten voor de opsporing van psychosociale problemen. Het onderzoek diende in Nederland uitgevoerd te zijn en de studie diende gebruik te hebben gemaakt van een community-based steekproef. De volgende zoektermen werden onder andere gebruikt: screening, identification, internalizing, externalIzing, psychosocial health, – wellbeing. – problems, – dysfunction, affective symptoms, affective problems, behavioral problems, emotional problems.
De literatuursearch resulteerde in een lijst met 134 referenties: 80 artikelen binnen PsychInfo en 54 referenties van PubMed. De abstracts zijn handmatig geselecteerd op relevantie, waarna 13 publicaties overbleven. Deze search is aangevuld met de zogenaamde ‘sneeuwbal methode’. Onder andere de resultaten van zes relevante proefschriften afkomstig uit Nederland zijn geanalyseerd [204][236][215][173][237][243]. Instrumenten die bruikbaar zijn in de prenatale periode, zijn overgenomen van de JGZ richtlijn kindermishandeling. De geselecteerde artikelen zijn beoordeeld op hun methodologische kwaliteit volgens EBRO-methode en als onderbouwing bij de verschillende conclusies in de richtlijn vermeld. De evidence is samengevat in ‘evidentietabellen’ (zie bijlage).
Bij de beantwoording van de vraag ‘Wat kunnen JGZ-professionals doen bij psychosociale problemen als interventies ontbreken?’ is gebruik gemaakt van recente overzichtsstudies, zoals de documenten in de Databank ‘Wat werkt’, en programmeringsstudies, naastliggende richtlijnen, handreikingen en studies over algemeen werkzame elementen, competenties van professionals en beleidsonderzoek. De uitgangsvraag ‘Wat zijn collectieve en individuele preventieve adviezen aan ouders en de omgeving van het kind om de psychosociale ontwikkeling van het kind te stimuleren?’ is beantwoord aan de hand van reviews in de zogenaamde ‘Wat werkt’- Databank (o.a. Wat werkt bij angst- en stemmingsproblemen, Wat werkt bij opvoedingsondersteuning, Wat werkt bij gedragsproblemen en Wat werkt bij pesten) van het Nederlands Jeugdinstituut. In deze documenten wordt een overzicht geboden van de laatste stand van zaken in wetenschappelijke literatuur rondom werkzame elementen. De overzichten zijn gebaseerd op systematische reviews en meta-analyses die zijn gevonden via searches in internationale wetenschappelijke databanken (o.a. PsycInfo, ERIC, Cochrane en Campbell Collaboration).
Voor beantwoording van de uitgangsvraag ‘Wat zijn (bewezen effectieve) interventies die de JGZ-professionals kunnen toepassen bij psychosociale problemen?’ is gebruik gemaakt van de beschrijvingen van in Nederland beschikbare interventies ter preventie van psychosociale problemen, die zijn opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies, op sommige punten aangevuld met gegevens uit een recent review. De interventies zijn in tabelvorm weergeven inclusief de onderbouwing van de NJI databank.
Taken JGZ
De vraag hoe de JGZ ouders, kinderen en jongeren maximaal kunnen ondersteunen, om gezond en veilig opvoeden en opgroeien mogelijk te maken staat centraal. De JGZ professional volgt de kinderen en kan zo de aanwezige risicofactoren wegen. Daarom wordt in het begin van de richtlijn (zie Taken JGZ) aandacht besteedt aan gezond opgroeien en opvoeden, en voorkomen van risico’s en problemen. Ofwel bevorderen van positieve ontwikkeling.
Thema 1: risico- en beschermende factoren
Een opsomming van risicofactoren, die je in de praktijk kan afvinken is niet wenselijk. Het is belangrijk om te weten of er een evenwicht is tussen risico- en beschermende factoren. Daarbij is het nodig dat het kind in zijn omgeving gezien wordt.
Thema 2: Vroegsignalering
Er dient voorzichtig te worden omgegaan met het interpreteren van scores/ instrumenten die niet met de ouders zijn nabesproken. Het is belangrijk dat de duiding van het instrumenten in combinatie met een klinische observatie en in gesprek met de ouders/jeugdige plaatsvindt.
Thema 3: Advisering en interventies
Eén van de uitgangsvragen is: ‘Wat kunnen JGZ-professionals doen bij psychosociale problemen als interventies ontbreken?’ Als een bepaalde expertise niet aanwezig is bij de JGZ, dan dient de JGZ professional zorg te dragen voor een adequate verwijzing.
Thema 4: samenwerking
Als ouders psychiatrische problemen hebben, dan is het belangrijk om een gesprek te houden over de opvoeding. En van daaruit eventuele moeilijkheden of spanningen bespreekbaar te maken. In de samenwerking met ouders, worden problemen eerst besproken met de ouders, voordat informatie wordt ingewonnen bij andere hulpverleners van de ouder.
In het kader van de herziening van de modules Preventie & Signaleren en Begeleiden is gestart met oriënterend literatuuronderzoek. Startpunt voor de search was de JGZ-richtlijn ‘Psychosociale problemen’ uit 2016. In eerste instantie werd gezocht naar systematische reviews en (inter)nationale evidence-based richtlijnen. Daarnaast werd in een aparte search gezocht naar artikelen over het perspectief van ouders en jeugdigen m.b.t. dit onderwerp. Aan de hand van de resultaten van dit literatuuronderzoek oriënteerden de richtlijnontwikkelaars zich op het richtlijnonderwerp.
Vervolgens werd een specifieke systematische zoekactie uitgevoerd aan de hand van door de clusterwerkgroep vastgestelde uitgangsvragen (zie Uitgangsvragen in module 2 en module 4) met als doel het vinden van wetenschappelijk literatuur om deze vragen te beantwoorden. Op basis van de uitgangsvragen werden twee PICO’s gemaakt (zie Zoekstrategie). Zoekstrategieën die eerder door anderen zijn gebruikt in systematische reviews diende als voorbeeld.
Hiërarchische aanpak
Stap A: Met het oog op efficiëntie werd hiërarchisch gezocht. Dat wil zeggen: allereerst uitgaande van bestaande geaggregeerde literatuur (bijvoorbeeld andere evidence-based richtlijnen, systematische reviews en meta-analyses)
Stap B: Als dit niet genoeg opleverde of als de gevonden literatuur niet toepasbaar was in Nederland of de JGZ, werd de search uitgebreid met RCTs en observationeel.
Stap C: Ten slotte werd ook leden uit de clusterwerkgroep gevraagd om literatuur aan te leveren die buiten de selectie is gevallen. Vervolgens heeft het projectteam sleutelpublicaties en andere relevante aangeleverde artikelen doorgenomen om te zien of er nog belangrijke artikelen ontbreken (‘sneeuwbalmethode’)
Stap D: Bij onvoldoende onderzochten methoden of onderwerpen werd uitgegaan van in de clusterwerkgroep beschikbare kennis en praktijkervaring.
Stap E: Voor een overzicht van in de Nederlandse praktijk toegepaste signaleringsinstrumenten werd gezocht in de Databank Instrumenten | Nederlands Jeugdinstituut aangevuld met betreffende beoordelingen door de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN).
Voor een overzicht van de in de Nederlandse praktijk toegepaste interventies en behandelingen werd gezocht in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi Databank Effectieve jeugdinterventies | Nederlands Jeugdinstituut en het Loketgezondleven. Loket Gezond Leven | Loketgezondleven.nl
Criteria voor inclusie van een instrument in de databank Instrumenten NJI (https://www.nji.nl/instrumenten/criteria-opname-databank-instrumenten):
De NJi databank Effectieve jeugdinterventies bevat beschrijvingen van programma's voor steun en hulp bij opgroeien en opvoeden. Deze interventies zijn door een onafhankelijke erkenningscommissie beoordeeld. Lees hier Erkenningstraject | Nederlands Jeugdinstituut hoe het erkenningstraject verloopt en welke criteria gehanteerd worden voor de vier niveaus van erkenning (1. Goed onderbouwd; 2. Effectief volgens eerste aanwijzingen; 3. volgens goede aanwijzingen; en 4. volgens sterke aanwijzingen voor effectiviteit). De resultaten van deze beoordeling worden gepubliceerd op de website van het Nederlands Jeugdinstituut.
Voor deze richtlijn zijn interventies geselecteerd die
Kwaliteit is geen inclusiecriterium voor instrumenten in de Databank Instrumenten van het NJI, daarom werden in aanvulling de beoordelingen door de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) geraadpleegd (https://www.cotandocumentatie.nl). Deze commissie beoordeelt de kwaliteit van psychodiagnostische instrumenten in Nederland op basis van 7 criteria: 1. uitgangspunten van de testconstructie, 2. kwaliteit van het testmateriaal, 3. kwaliteit van de handleiding, 4. normen, 5. betrouwbaarheid. 6. begripsvaliditeit, 7. Criteriumvaliditeit.
Op basis van de vastgestelde uitgangsvragen (zie Uitgangsvragen in module 2 en module 4) zijn twee PICO’s opgesteld. De zoekstrategieën zijn in Pubmed en in PsycInfo gedraaid. Met PICO 1 werd gezocht naar methoden en interventies om psychosociale problemen bij kinderen en jongeren te voorkomen of bij psychosociale problemen hen te begeleiden. PICO 2 werd ingezet om een overzicht te krijgen in de manieren waarop JGZ-professionals psychosociale problemen of de risico’s daarop bij kinderen en jongeren kunnen signaleren.
PICO 1: Interventies gericht op het stimuleren van gezonde psychosociale ontwikkeling of de preventie van psychosociale problemen
| Uitgangsvraag: 1. Welke interventie(s) kunnen JGZ-professionals inzetten om bij jeugdigen psychosociale ontwikkeling te stimuleren of psychosociale problemen te voorkomen? | |
| Vraag volgens PICO-systematiek |
Dient interventie [X] (I) in vergelijking met [interventie Y/ geen interventie] (C) aan (aanstaande) ouders of jeugdigen (P) te worden geadviseerd? Patiënten: Algemene populatie (aanstaande) ouders en kinderen (0-18 jaar) Interventie: [interventie X] Controle: [interventie Y]/ geen interventie Uitkomsten: emotionele problemen, gedragsproblemen, sociale problemen |
| Welke typen onderzoek zijn geschikt? | (Meta-analyses van) RCTs |
| Domein: | Interventie |
| Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
| Databases (s): | PubMed |
| Datum search | juli 2024 |
| Publicatie periode | 2016-2024 |
| Talen | Engels en Nederlands |
|
Toelichting en opmerkingen:: (Preventieve) interventies. Denk hierbij aan voorlichting over de ontwikkeling van hun kind en over ‘normale’ angsten en gedrag tijdens de kindertijd. Het aanleren van vaardigheden en strategieën om positief gedrag te stimuleren en negatief gedrag te verminderen. Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van psychosociale problemen zijn: het temperament van het kind, de gezinssituatie en ouder-kind interactie, de sociaal economische status van het gezin, migratieachtergrond, etc. Uit epidemiologisch onderzoek komen relaties naar voren (al dan niet causaal) van psychosociale problemen met o.a.: slechte mentale gezondheid op volwassen leeftijd, levenskwaliteit en academische prestaties, eetstoornis symptomen Mogelijke interventies bij psychosociale problemen zijn (naast voorlichting over een normale psychosociale ontwikkeling), o.a. Triple P, Video-hometraining (VHT) in gezinnen met kinderen in de Basisschoolleeftijd, Gordon-training “Effectief communiceren met kinderen.”, Kanjertraining, KiVa, etc. In de zoekstrategie is aandacht voor kwetsbare gezinnen al dan niet met lage SES en/of een niet-Nederlands achtergrond en/of lage gezondheidsvaardigheden. |
|
| Database | Zoektermen |
| PubMed |
De volgende concepten worden betrokken:
|
PICO 2: Instrumenten en methoden om psychosociale problemen te signaleren
Artikelen gevonden: 137
De reviewers selecteerden de studies in vier fases:
De selectiecriteria berustten op:
Inhoudelijke criteria: onderverdeeld in patiënten (P), interventies (I), gewenste vergelijkingen (C) en uitkomsten (O).
Publicatieperiode: 2016-2024.
Publicatie taal: Engels en Nederlands.
Methodologische criteria: Deze zijn afhankelijk van de uitgangsvraag (gericht op interventie, preventie, diagnostiek, prognose, etiologie, etc.). Voor interventie vragen wordt bijvoorbeeld in eerste instantie gezocht naar (meta-analyses van) RCTs omdat hier de minste kans is op vertekening. Voor etiologische en diagnostische vragen is een observationeel onderzoeksdesign meestal meer van toepassing.
Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn (e.g. vertaald en/of materialen beschikbaar).
Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die binnen de JGZ toepasbaar en uitvoerbaar zijn.
Om de kwaliteit van de uitkomst in te schatten werd GRADE gebruikt
In deze Bijlagen is de volgende informatie te vinden:
Aanbevolen vroegsignaleringsinstrumenten en gespreksmethodieken
(Tot stand gekomen via internationale reviews, Databank NJI (april 2025) en relevante proefschriften/primaire studies).
|
Leeftijd |
Instrument |
Doelgroep |
Doel |
Psychometrische eigenschappen |
Sterke/zwakke punten |
| 0-4 jaar | |||||
|
|
BITSEA Brief-Infant-Toddler-Social-Emotional-Assessment |
Ouders/ opvoeders van kinderen (12 -36 maanden) |
Oudervragenlijst voor eerste indicatie van emotionele of gedrags-problemen, vertragingen en competenties |
Gevalideerd voor de leeftijd van 24 maanden. Op de leeftijd van 14 maanden niet valide bevonden in Nederland |
|
|
SDQ 2-4 Ouderversie Strengths and Difficulties Questionnaire |
Ouders/opvoeders van 2-4 jarigen |
Oudervragenlijst voor snelle screening van 5 domeinen: hyperactiviteit; emotionele problemen; problemen met leeftijdsgenoten; gedragsproblemen; prosociaal gedrag. |
Goede validiteit en betrouwbaarheid. In Nederlandse setting validiteit alleen onderzocht voor 3-4 jarigen. |
|
|
|
Psycat 2-4 jaar |
Ouders/opvoeders van 2-4 jarigen |
Adaptieve oudervragenlijst waarbij vragen uit een grotere database gesteld worden |
Goede validiteit en betrouwbaarheid. |
|
|
| 4-12 jaar |
|
||||
|
SDQ 4-17 Ouderversie |
Ouders/ opvoeders van kinderen tussen 4- 7 jaar |
Vragenlijst voor snelle screening van 5 domeinen: hyperactiviteit; emotionele problemen; problemen met leeftijdsgenoten; gedragsproblemen; prosociaal gedrag. |
Goede validiteit en betrouwbaarheid |
|
|
|
Psycat 7-11 jaar |
Ouders/ opvoeders van 7-11 jarigen |
Adaptieve vragenlijst waarbij vragen uit een grotere database gesteld worden |
Goede validiteit en betrouwbaarheid. |
|
|
|
SDQ 4-7 Leerkrachtversie |
Leerkrachten in het PO |
Leerkracht vragenlijst voor snelle screening van 5 domeinen: hyperactiviteit; emotionele problemen; problemen met leeftijdsgenoten; gedragsproblemen; prosociaal gedrag. |
Goede validiteit en betrouwbaarheid |
|
|
| 12+ |
|
|
|
|
|
|
SDQ 11-17 Zelfrapportage versie |
Jongeren vanaf 11 jaar |
Vragenlijst voor snelle screening van 5 domeinen: hyperactiviteit; emotionele problemen; problemen met leeftijdsgenoten; gedragsproblemen; prosociaal gedrag. |
Goede validiteit en betrouwbaarheid |
|
|
| Bredere gespreksmethodieken | |||||
|
-9 mnd tot 5 jaar |
SPARK
|
(aanstaande) ouders/opvoeders van kinderen tussen -9 maanden en 5 jaar |
Gestructureerd vraaggesprek om gezinnen te identificeren die meer steun nodig hebben. Er zijn vier SPARK-versies: vóór de geboorte en wanneer het kind 18, 36 en 60 maanden. Afname duurt gemiddeld 30 minuten. |
Goede validiteit en betrouwbaarheid, onderzocht bij ouders . |
|
|
-9 maanden tot 22 jaar |
GIZ-methodiek |
(aanstaande) ouders/opvoeders van kinderen tussen -9 maanden tot 18 jaar; en jeugdigen van 8-22 jaar |
Gespreksmethode om samen met ouders en kinderen/jongeren ontwikkel- en zorgbehoeften in kaart te brengen. Geschatte afname duur is 30-40 minuten, afhankelijk van de complexiteit van eventuele problemen. |
Goede validiteit en betrouwbaarheid onderzocht bij ouders |
|
Beschikbare interventies bij psychosociale problemen. (NB: peildatum van alle hier vermelde interventies is april 2025)
|
Interventie |
Omschrijving van de werkzaamheid |
|
Preventieve interventies voor ouders van jonge kinderen (0-4 jaar) |
|
|
Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD) Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Zeven huisbezoeken bij ouders van kind (0-6 jaar) waarin video opnames gemaakt worden van alledaagse interacties, die met de ouder nabesproken worden. De focus ligt op positieve interactie en sensitieve disciplineringstrategieën. De interventie heeft aantoonbaar effect op zowel de doelen op kindniveau als op ouderniveau. |
|
Kortdurende Video Goed onderbouwd |
Acht huisbezoeken waarin video opnames gemaakt worden van alledaagse interacties die met de ouder nabesproken worden. De focus ligt op de initiatieven van het kind (0-4 jaar) en het sensitieve contact tussen ouders en kind. |
|
Effectief volgens eerste |
Een opvoedworkshop of vier individuele gesprekken voor ouders (0-18 jaar) waarbij de focus ligt op een daadkrachtige en consistente aanpak van het ongewenste gedrag door samenwerking tussen partners te bevorderen.. |
|
Effectief volgens eerste |
Opvoedtraining voor gezinnen met kinderen tot 16 jaar, gericht op het voorkomen van ernstige gedrags- en emotionele problemen. De interventie bestaat uit 8 tot 10 sessies van 1,5 uur en duurt ongeveer 2,5 maand (niveau 4). Gerapporteerde effecten zijn: Afname van problematisch gedrag bij kinderen, minder dysfunctioneel opvoedgedrag bij ouders, vermindering van psychische klachten bij ouders (zoals depressie, angst, stress) en afname van partnerconflicten. |
|
Gordon-training |
Een groepstraining voor ouders van kind (2-12 jaar) met. Er zijn tien wekelijkse bijeenkomsten van drie uur waarin het verwerven van communicatievaardigheden en conflictoplossing centraal staan. |
|
Interventies voor de leeftijdsgroep 4-12 jaar |
|
|
Goed onderbouwd |
Groepsbijeenkomsten voor kinderen van 4-8 jaar en hun ouders in stressvolle thuissituaties door ziekte of psychosociale problemen. Kinderen volgen 14 groepsbijeenkomsten gericht op coping, zelfvertrouwen en sociale steun. Ouders krijgen vier bijeenkomsten en gezinsbegeleiding met focus op psycho-educatie, ouder-kind interactie en opvoedingsondersteuning. Doel is het verkleinen van het risico op psychische problemen bij kinderen. |
|
Video-hometraining Goed onderbouwd |
Huisbezoeken bij ouders met kind (4-12 jaar) waarin video opnames gemaakt worden van alledaagse interacties, die met de ouder na besproken worden. De aanpak wordt afgestemd op de specifieke ontwikkelingsbehoeftes van het kind. Indien nodig wordt één keer gefilmd in de schoolsituatie. De methodiek omvat acht huisbezoeken, met drie video-opnames en drie reviews |
|
Goed onderbouwd |
Zes groepsbijeenkomsten waarin laagopgeleide ouders van kind (4-12 jaar) basale opvoedingsvaardigheden leren om een positieve band met hun kind op te bouwen, gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te reguleren. |
|
Video-feedback Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Zeven huisbezoeken bij ouders van kind (0-6 jaar) waarin video opnames gemaakt worden van alledaagse interacties, die met de ouder nabesproken worden. De focus ligt op positieve interactie en sensitieve disciplineringstrategieën. De interventie heeft aantoonbaar effect op zowel de doelen op kindniveau als op ouderniveau. |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen
|
(Groeps- of individuele) interventie gericht op het vergroten van emotie-regulerende en sociale vaardigheden bij kinderen (8- 12 jaar) met gedragsproblemen. Daarnaast beoogt de interventie ook de opvoedingsvaardigheden van de ouders te vergroten. Bij de kinderbijeenkomsten worden vaardigheden besproken en geoefend, zoals het herkennen en reguleren van emoties, verbeteren van sociale probleemoplossing en sociale vaardigheden in het contact met andere kinderen. Bij de ouderbijeenkomsten worden opvoedingsvaardigheden besproken en geoefend. |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen
|
Individuele gedragsinterventie op school voor bovenbouwleerlingen met externaliserend probleemgedrag. Een getrainde professional voert 11 wekelijkse sessies uit: 8 met het kind en 3 met kind, ouders en leerkracht. |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen
|
Interventie bestaande uit tien groeps- of individuele bijeenkomsten waarin jongeren vaardigheden leren om met angst en depressie om te gaan. De oefeningen richten zich op lichamelijke reacties, gedachten en gedrag. Ook zijn er ouderbijeenkomsten inbegrepen. |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen
|
Een cognitieve gedragstherapie die kinderen en jongeren met angstklachten (8-18 jaar) helpt beter om te gaan met angst. Ze leren wat angst is (psycho-educatie), hoe ze anders kunnen denken, hun angst stap voor stap aan te gaan (exposure), beter met spanning om te gaan (coping) en hoe terugval te voorkomen. In de preventieve context gaat het om een groepsinterventie; in de curatieve context kan de interventie individueel of in een groep ingezet worden. |
|
Effectief volgens eerste aanwijzingen |
Een opvoedworkshop of vier individuele gesprekken voor ouders (0-18 jaar) waarbij de focus ligt op een daadkrachtige en consistente aanpak van het ongewenste gedrag door samenwerking tussen partners te bevorderen. |
|
Effectief volgens eerste aanwijzingen
|
Opvoedtraining voor gezinnen met kinderen tot 16 jaar, gericht op het voorkomen van ernstige gedrags- en emotionele problemen. De interventie bestaat uit 8 tot 10 sessies van 1,5 uur en duurt ongeveer 2,5 maand. Gerapporteerde effecten zijn: Afname van problematisch gedrag bij kinderen, minder dysfunctioneel opvoedgedrag bij ouders, vermindering van psychische klachten bij ouders (zoals depressie, angst, stress) en afname van partnerconflicten. |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
Oudercursus waarin ouders leren de communicatie met hun kind te verbeteren, zodat ouders en kind conflicten beter kunnen oplossen en externaliserend gedrag bij kind afneemt. |
|
Effectief volgens sterke aanwijzingen
|
Opvoedtraining waarin opvoedingsvaardigheden getraind worden zoals kindgericht spelen; sociale, emotionele en schoolse vaardigheden coachen; en gewenst gedrag bij kinderen stimuleren via complimenten en beloningen. Ook leren ouders hoe ze ongewenst gedrag kunnen verminderen. |
|
Coach je kind |
Individuele opvoedtraining aan huis door een gezinscoach met dezelfde cultuur- en taalachtergrond. De training versterkt eerst de opvoedsituatie, met aandacht voor zowel Nederlandse als eigen opvoedwaarden. Daarna leren ouders opvoedvaardigheden via oefeningen en rollenspellen. De interventie duurt gemiddeld 46 weken met 23 huisbezoeken, gevolgd door 3 maanden nazorg. |
|
Gordon-training |
Een opvoedtraining voor ouders van kind (2-12 jaar) met. Er zijn tien wekelijkse bijeenkomsten van drie uur waarin het verwerven van communicatievaardigheden en conflictoplossing centraal staan. |
|
Omgaan met Pubers |
Oudercursus die helpt omgaan met de uitdagingen van de puberteit. In zes bijeenkomsten worden opvoedingsvragen genormaliseerd en passende vaardigheden aangereikt en geoefend, onder andere via rollenspellen en ervaringsuitwisseling. De cursus versterkt het zelfvertrouwen en de opvoedingscompetentie van ouders. |
|
Opvoeden & zo |
Oudercursus met zes groepsbijeenkomsten waarin ouders basale opvoedingsvaardigheden leren om een positieve band met hun kind op te bouwen, gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te reguleren. |
|
Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD) Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Lesprogramma voor de basisschool dat sociaal-emotionele vaardigheden versterkt om gedragsproblemen te voorkomen. Kinderen leren over zelfbeeld, zelfcontrole, omgaan met emoties en probleemoplossing. Het programma bevat 161 klassikale lessen verspreid over acht leerjaren. |
|
School-Wide Positive Behavior Support Goed onderbouwd |
Schoolbreed programma Schoolbreed programma dat sociaal gedrag stimuleert en gedragsproblemen vermindert via een driejarige, gelaagde aanpak: preventieve gedragsstrategieën, structurele signalering en gerichte interventies voor risicoleerlingen. |
|
Goed onderbouwd |
Training op de basisschool gericht op het verminderen van sociale problemen. In kleine groepen oefenen leerlingen in een bewegingsruimte met sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en positief contact. Ouders en leerkrachten nemen ook deel aan ondersteunende bijeenkomsten. |
|
Goed onderbouwd |
Lesprogramma voor het basisonderwijs met minimaal twintig lessen van 45 minuten per jaar. Via werkvormen zoals kringgesprekken, rollenspellen en liedjes leren kinderen over hun innerlijke wereld praten. Met behulp van 75 emotiewoorden, aangeboden door Kwink, worden zij gestimuleerd deze gevoelens onder woorden te brengen. |
|
Interventies voor de leeftijdsgroep vanaf 12 jaar en ouder |
|
|
Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Interventie bestaande uit tien groeps- of individuele bijeenkomsten waarin jongeren vaardigheden leren om met angst en depressie om te gaan. De oefeningen richten zich op lichamelijke reacties, gedachten en gedrag. Ook zijn er ouderbijeenkomsten. |
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
Een cognitieve gedragstherapie die kinderen en jongeren met angstklachten (8-18 jaar) helpt beter om te gaan met angst. Ze leren wat angst is (psycho-educatie), hoe ze anders kunnen denken, hun angst stap voor stap aan te gaan (exposure), beter met spanning om te gaan (coping) en hoe terugval te voorkomen. In de preventieve context gaat het om een groepsinterventie; in de curatieve context kan de interventie ook individueel ingezet worden. |
|
Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Een opvoedworkshop of vier individuele gesprekken voor ouders (0-18 jaar) waarbij de focus ligt op een daadkrachtige en consistente aanpak van het ongewenste gedrag door samenwerking tussen partners te bevorderen. |
|
Effectief volgens eerste aanwijzingen
|
Opvoedtraining voor gezinnen met kinderen tot 16 jaar, gericht op het voorkomen van ernstige gedrags- en emotionele problemen. De interventie bestaat uit 8 tot 10 sessies van 1,5 uur en duurt ongeveer 2,5 maand. Gerapporteerde effecten zijn: Afname van problematisch gedrag bij kinderen, minder dysfunctioneel opvoedgedrag bij ouders, vermindering van psychische klachten bij ouders (zoals depressie, angst, stress) en afname van partnerconflicten. |
|
Praten met kinderen |
Oudercursus waarin ouders leren de communicatie met hun kind te verbeteren, zodat ouders en kind conflicten beter kunnen oplossen en externaliserend gedrag bij kind afneemt. |
|
Coach je kind |
Individuele opvoedtraining aan huis door een gezinscoach met dezelfde cultuur- en taalachtergrond. De training versterkt eerst de opvoedsituatie, met aandacht voor zowel Nederlandse als eigen opvoedwaarden. Daarna leren ouders opvoedvaardigheden via oefeningen en rollenspellen. De interventie duurt gemiddeld 46 weken met 23 huisbezoeken, gevolgd door 3 maanden nazorg |
|
Omgaan met Pubers |
Oudercursus die helpt omgaan met de uitdagingen van de puberteit. In zes bijeenkomsten worden opvoedingsvragen genormaliseerd en passende vaardigheden aangereikt en geoefend, onder andere via rollenspellen en ervaringsuitwisseling. De cursus versterkt het zelfvertrouwen en de opvoedingscompetentie van ouders. |
|
School-Wide Positive Behavior Support Goed onderbouwd |
Schoolbreed programma dat sociaal gedrag bevordert en gedragsproblemen vermindert via een driejarige, systematische aanpak met gedragsbeïnvloeding, signalering en gerichte interventies voor risicoleerlingen. |
|
Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Lesprogramma voor VO klas 2 en 3, bestaande uit 17 basislessen en drie extra modules. Leerlingen leren omgaan met gedachten, gevoelens en gedrag, en passen deze vaardigheden toe in conflictsituaties. Thema’s zijn o.a. weerbaarheid, pesten, roddelen, conflicten en seksualiteit. Uitgevoerd door schooldocenten. |
|
Goed onderbouwd |
Lesprogramma voor vmbo-leerjaar 1 en 2 dat tijdens de gymlessen werkt aan gedragsbewustzijn en -verandering. Thema’s zijn o.a. zelfinzicht, omgaan met anderen, keuzes maken en het voorkomen van pesten. Uitgevoerd door daarvoor getrainde gymdocenten. |
|
Goed onderbouwd |
Lesprogramma voor vmbo- en mbo-leerlingen gericht op het versterken van mentale fitheid en het voorkomen van depressieklachten. Na een klassikale startles vullen jongeren een online vragenlijst in, gevolgd door twee e-lessen die hen laten reflecteren op geluk, sociale relaties, toekomstdromen en probleemoplossing. In de afsluitende les blikken ze terug op hun inzichten. Tot slot krijgen ze een persoonlijk gesprek met de trainer, die indien nodig doorverwijst naar extra hulp |
In deze bijlage vind je een uitgebreid overzicht van beschikbare interventies (overgenomen van de Databank effectieve jeugdinterventies) die ingezet kunnen worden bij psychosociale problemen. De interventies zijn gerangschikt naar drie leeftijdsgroepen:
NB: peildatum van alle hier vermelde interventies is april 2025
|
Interventie |
Kwaliteit van Bewijs |
Doelgroep |
Doel (in de interventie beschrijving) |
Beknopte beschrijving |
Uitkomsten in onderzoek of nagestreefde uitkomstmaten |
|
Video-feedback |
Effectief volgens sterke |
Ouders met |
|
Individuele video-interactiebegeleiding thuis om gedragsproblemen te voorkomen of te verminderen door opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken, met aandacht voor positieve interactie en sensitieve disciplineringstrategieën. Tijdens de bezoeken worden filmopnames gemaakt, die worden nabesproken. Bekrachtigen van sensitief opvoedgedrag (positief ouderschap), het stellen van grenzen en reguleren van lastig kindgedrag staan centraal. Circa 7 bezoeken van twee uur |
De effectiviteit van de VIPP-SD methode op het bevorderen van sensitief opvoedingsgedrag werd aangetoond in twaalf RCT’s in Nederland en diverse andere landen [245]. |
|
Kortdurende Video |
Goed onderbouwd |
Ouders met kinderen (0-4), die spanning ervaren in de opvoeding |
|
Individuele video-interactiebegeleiding om opvoedvaardigheden en de ouder-kind interactie te verbeteren. Korte video-opnames van de ‘alledaagse omgang’ thuis worden bekeken en besproken, waarbij de nadruk ligt op de initiatieven van het kind en het contact tussen ouders en kind. Ouders leren de behoeftes van hun kind beter te begrijpen en zijn beter in staat zijn om sensitief te reageren op hun kind. Dit bevordert de gezonde (sociaal-emotionele) ontwikkeling bij het kind. De methodiek omvat acht huisbezoeken, met drie video-opnames en drie reviews. |
Een meta-analyse (Fukkink et al., 2008) van (inter) nationale studies laat positieve effecten zien van ‘video feedback’ interventies: Ouders worden vaardiger in de interactie met hun jonge kind en ervaren minder problemen en meer plezier in hun rol als ouder. |
|
|
Effectief volgens eerste
|
Ouders van kinderen (0-18 jaar) met specifieke opvoedvragen (enkelvoudig probleem-gedrag dat niet langer dan zes maanden bestaat) |
Vergroten van de competentie en het zelfvertrouwen bij ouders om gedrags- en emotionele problemen bij kinderen en jongeren te voorkomen, te verhelpen of te verminderen. |
Een gerichte opvoedtraining (2 uur) gericht op lichte, veelvoorkomende opvoedvragen. Er zijn twee versies: – 12 en 12+. Kan ook individueel in vier gesprekken (15-30 min). De interventie is kosteneffectief gebleken. |
Onderzoek heeft laten zien dat de interventie leidt tot… 1. Toegenomen |
|
|
Effectief volgens eerste |
Kinderen tot 16 jaar met milde tot ernstige emotionele en gedragsproblemen hun ouders |
Het voorkomen en/of verminderen van ernstige gedrags-, emotionele en ontwikkelingsproblemen bij kinderen door de kennis, vaardigheden en het zelfvertrouwen van ouders te verbeteren. |
Opvoedtraining die ernstige gedrags-, en emotionele problemen wil voorkomen. De interventie bestaat uit acht tot tien sessies. Het doorlopen van niveau 4 duurt ongeveer 2,5 maand, en de opvoedtraining is kosteneffectief gebleken. Ouders werken aan een goede band met hun kind en leren omgaan met ongewenst gedrag. |
Onderzoek heeft laten zien dat de interventie leidt tot afname van • problematisch kindgedrag; |
|
Goed onderbouwd |
Ouders van kinderen (2-12), die problemen in de ouder-kindrelatie ervaren |
Het verbeteren van de onderlinge communicatie tussen ouders en kinderen |
Een oudertraining met tien wekelijkse bijeenkomsten van drie uur waarin het verwerven van communicatievaardigheden en een democratische conflictoplossing centraal staan. De training biedt informatie, vaardigheidstraining zoals 'actief luisteren' en het formuleren van 'ik-boodschappen', uitwisseling van ervaringen en meningsvormende discussies. |
Een Nederlands review (van Nederlands en buitenlands onderzoek) laat positieve invloeden op de opvoedingshouding en beperkte effecten op het opvoedingsgedrag van de ouder en het gedrag van het kind zien. |
|
Interventie voor leeftijd 5-12 jaar |
Kwaliteit van Bewijs |
Doelgroep |
Doel (in de interventie beschrijving) |
Beknopte beschrijving |
Uitkomsten in onderzoek of nagestreefde uitkomstmaten |
|
Video-feedback |
Effectief volgens sterke |
ouders met |
|
Individuele video-interactiebegeleiding thuis om gedragsproblemen te voorkomen of te verminderen door opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken, met aandacht voor positieve interactie en sensitieve disciplineringstrategieën. Tijdens de bezoeken worden filmopnames gemaakt, die worden nabesproken. Bekrachtigen van sensitief opvoedgedrag (positief ouderschap), het stellen van grenzen en reguleren van lastig kindgedrag staan centraal. Circa 7 bezoeken van twee uur. |
De effectiviteit van de VIPP-SD methode op het bevorderen van sensitief opvoedingsgedrag werd aangetoond in twaalf RCT’s in Nederland en diverse andere landen [245] |
|
Video-hometraining |
Goed onderbouwd |
Kinderen (4-12 jaar) in gezinnen, waarvan de ouders lichte tot matige opvoedingsproblemen ervaren. |
Hoofddoel is het verbeteren van de opvoedvaardigheden en interactievaardigheden van de ouders, waardoor de ouders weer positief leiding kunnen gaan geven aan de ontwikkeling van hun kinderen. |
Individuele video-interactiebegeleiding om opvoedvaardigheden en de ouder-kind interactie te verbeteren. Korte video-opnames van de ‘alledaagse omgang’ thuis worden bekeken en besproken, waarbij de nadruk ligt op de initiatieven van het kind en het contact tussen ouders en kind. Ouders leren de behoeftes van hun kind beter te begrijpen en zijn beter in staat zijn om sensitief te reageren op hun kind. Dit bevordert de gezonde (sociaal-emotionele) ontwikkeling bij het kind. De methodiek omvat acht huisbezoeken, met drie video-opnames en drie reviews. |
Een meta-analyse (Fukkink et al., 2008) van (inter) nationale studies laat positieve effecten zien van ‘video feedback’interventies: Ouders worden vaardiger in de interactie met hun jonge kind en ervaren minder problemen en meer plezier in hun rol als ouder. |
|
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
kinderen 8-11 jaar |
Vergroten van emotie-regulerende en sociale probleemoplossende vaardigheden bij kinderen van 8 tot 12 jaar met gedragsproblemen en het vergroten van opvoedingsvaardigheden van hun ouders |
(Groeps- of individuele) interventie gericht op het vergroten van emotie-regulerende en sociale probleemoplossende vaardigheden bij kinderen van 8 tot 12 jaar met gedragsproblemen en op het vergroten van opvoedingsvaardigheden van hun ouders. Bij de kinderbijeenkomsten worden vaardigheden besproken en geoefend, zoals het herkennen en reguleren van emoties, verbeteren van sociale probleemoplossing en sociale vaardigheden in het contact met andere kinderen. Bij de ouderbijeenkomsten worden opvoedingsvaardigheden besproken en geoefend. |
Groepsvariant: Nederlands onderzoek laat een korte termijn effect zien op ouder gerapporteerd openlijk agressief gedrag van het kind en een langetermijneffect op nicotine- en cannabisgebruik. Voor de individuele variant ontbreekt Nederlands onderzoek. |
|
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
kinderen van 9 tot 12 jaar die een verhoogde mate van externaliserend probleemgedrag laten zien |
Het doel is verminderen van agressief en bevorderen van pro-sociaal gedrag. Langetermijn doel is reduceren van de kans op ontwikkeling van een gedragsstoornis.
|
Een individuele gedragsinterventie (op school) van wekelijkse sessies gericht op kinderen in de bovenbouw van het basisonderwijs die een verhoogde mate van externaliserend probleemgedrag laten zien. Een getrainde professional voert de training op school uit volgens een vaste structuur en betrekt ouders en leerkracht. Het gaat om in totaal 11 sessies, opgebouwd uit acht sessies voor het kind en drie sessies voor het kind, de ouders en de leerkracht. |
Nederlandse studies hebben aangetoond dat Alles Kidzzz leidde tot minder agressie, gerapporteerd door kinderen, moeders, vaders of leerkrachten.
|
|
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
kinderen en jongeren van 14 tot en met 16 jaar |
Voorkomen en behandelen van angstige en depressieve gevoelens bij kinderen en jongeren |
Tien groeps- of individuele bijeenkomsten waarin vaardigheden en technieken aangeleerd worden om angst en depressie om te gaan. De oefeningen hebben betrekking op de drie gebieden die van invloed zijn op het ontwikkelen en in stand blijven van angst of depressie: lichamelijke reacties, gedachten, en leer- en gedragsprocessen. VRIENDEN maakt gebruik van leren in groepsverband en van ervarend leren. De interventie kan ook individueel worden toegepast. Er zijn ook bijeenkomsten voor ouders. |
Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat het VRIENDEN effectief is in het verminderen van angststoornissen bij kinderen en jongeren (Liber et al., 2008; van der Leeden et al., 2011).
|
|
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
kinderen van 8 tot en met 18 jaar |
Verminderen en behandelen van angstklachten bij kinderen en jongeren |
Een cognitieve gedragstherapie waarbij aandacht wordt besteed aan psycho-educatie, cognitieve herstructurering, exposure, het versterken van coping vaardigheden en terugvalpreventie. In de preventieve context gaat het om een groepsinterventie voor kinderen van 8 tot 12 jaar met angstklachten. In de curatieve context kan de interventie zowel individueel als in een groep ingezet worden, voor kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar met een angststoornis. |
Verschillende Nederlandse studies hebben aangetoond dat angstsymptomen significant afnemen na DDD.
|
|
|
Effectief volgens eerste Voor de leeftijd 9-11 jaar: effectief volgens goede aanwijzingen |
Ouders van kinderen (0-18 jaar) met specifieke opvoedvragen (enkelvoudig probleemgedrag dat niet langer dan zes maanden bestaat) |
|
Opvoedtraining (2 uur) gericht op lichte, veelvoorkomende opvoedvragen. Er zijn twee versies: – 12 en 12+. Kan ook individueel in vier gesprekken (15-30 min). De interventie is kosteneffectief gebleken. |
Onderzoek heeft laten zien dat de interventie leidt tot… 1. Toegenomen |
|
|
Effectief volgens eerste |
Kinderen tot 16 jaar met milde tot ernstige emotionele en gedragsproblemenDe intermediaire doelgroep zijn ouders van deze kinderen die het gedrag van hun kind moeilijk hanteerbaar vinden. |
|
Opvoedtraining die ernstige gedrags-, en emotionele problemen wil voorkomen. De interventie bestaat uit acht tot tien sessies. Het doorlopen van niveau 4 duurt ongeveer 2,5 maand, en de opvoedtraining is kosteneffectief gebleken. Ouders werken aan een goede band met hun kind en leren omgaan met ongewenst gedrag. |
Onderzoek heeft laten zien dat de interventie leidt tot afname van • problematisch kindgedrag; |
|
Effectief volgens goede |
Ouders die |
|
Oudercursus waarin ouders leren hoe zij meningsverschillen met hun kind kunnen bespreken. Hoofddoel is het verbeteren van de communicatie tussen ouder en kind en het vergroten van de vaardigheden van ouders om problemen op te lossen. Uiteindelijk is het doel om hiermee een afname van licht externaliserend gedrag bij het kind te bereiken. Het doel is bereikt wanneer ouders in staat zijn conflicten naar tevredenheid aan te pakken en op te lossen. |
Onderzoek geeft goede aanwijzingen voor positieve effecten op de kwaliteit van de communicatie van zowel ouders als kinderen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat Praten met kinderen gedragsproblemen kan helpen voorkomen. |
|
|
|
Effectief volgens sterke aanwijzingen |
Ouders van kinderen van 3 tot en met 8 jaar met (risico op) gedragsproblemen, of een diagnose van ernstige gedragsproblemen. |
Stimuleren van opvoedingsvaardigheden om gewenst gedrag bij kinderen te stimuleren en ongewenst gedrag te verminderen |
Opvoedtraining waarin opvoedingsvaardigheden getraind worden zoals kindgericht spelen; sociale, emotionele en schoolse vaardigheden coachen; en gewenst gedrag bij kinderen stimuleren via complimenten en beloningen. Ook leren ouders hoe ze ongewenst gedrag kunnen verminderen. |
Diverse Nederlandse en internationale studies hebben aangetoond dat IY leidt tot
|
|
Goed onderbouwd |
Lager opgeleide ouders (4-18 jaar) met een migratieachtergrond die spanning ervaren bij het opvoeden in de Nederlandse samenleving |
|
Individuele opvoedtraining aan huis. Een gezinscoach met dezelfde cultuur- en taalachtergrond ondersteunt ouders vraaggericht en coachend. In het eerste deel wordt de opvoedsituatie van de ouders versterkt, met oog voor de Nederlandse en de eigen opvoedidealen. Het tweede deel richt zich op het aanleren en oefenen van opvoedvaardigheden. Dit gebeurt aan de hand van meerdere werkvormen, zoals kleine opdrachten en rollenspelen. De interventie duurt gemiddeld 46 weken, waarbij er gemiddeld 23 huisbezoeken plaatsvinden. Daarnaast is er een periode van nazorg van 3 maanden. |
Er zijn enkele procesevaluaties uitgevoerd: de ondervraagde ouders en de coaches rapporteerden verbeteringen in het gezinsfunctioneren en de opvoeding.
|
|
|
Goed onderbouwd |
Ouders van kinderen tussen 2 en 12 jaar die problemen in de ouder-kindrelatie ervaren |
Het verbeteren van de onderlinge communicatie tussen ouders en kinderen |
Opvoedcursus met tien wekelijkse bijeenkomsten van drie uur waarin het verwerven van communicatievaardigheden en een democratische conflictoplossing centraal staan. De training biedt onder andere informatie, vaardigheidstraining zoals leren 'actief luisteren' en het formuleren van 'ik-boodschappen', uitwisseling van ervaringen en meningsvormende discussies. In de Gordontraining wordt gebruik gemaakt van het 'gedragsraam': een schema met drie vakken om de toekenning van problemen te classificeren (kind heeft probleem, ouder heeft probleem, of er is geen probleem aanwezig) dat van belang is voor de keuze van in te zetten vaardigheden. |
Een Nederlands review (van Nederlands en buitenlands onderzoek) laat positieve invloeden op de opvoedingshouding en beperkte effecten op het opvoedingsgedrag van de ouder en het gedrag van het kind zien.
|
|
|
Goed onderbouwd |
Ouders van kinderen |
|
Oudercursus om te leren omgaan met de uitdagingen die de puberteit met zich meebrengt. De cursus beoogt het zelfvertrouwen en de competentie van ouders versterken door het normaliseren van opvoedingsvragen en het aanreiken van bij deze nieuwe ontwikkelingsfase passende opvoedingsvaardigheden. In de zes cursusbijeenkomsten staat er telkens een ander onderwerp of opvoedings- vaardigheid centraal. Vaardigheden worden besproken en geoefend in een rollenspel Ook het uitwisselen van ervaringen is een belangrijk onderdeel van de cursus. |
Er zijn enkele procesevaluaties uitgevoerd: ouders rapporteerden op een vragenlijst verbeteringen in op hun opvoedgedrag en een beter contact met hun zoon/dochter. |
|
|
Goed onderbouwd |
Laagopgeleide ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar. (Hoger opgeleide ouders worden echter niet uitgesloten). |
|
Oudercursus met zes groepsbijeenkomsten waarin ouders basale opvoedingsvaardigheden leren om een positieve band met hun kind op te bouwen, gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te reguleren. De cursus is een combinatie van kennisoverdracht, instructie aan de hand van filmbeelden, groepsdiscussies en praktische oefeningen. |
Er is geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effecten van Opvoeden & Zo |
|
|
Effectief volgens sterke |
Kinderen (4-12 jaar) op school
|
Vergroten van sociaal-emotionele vaardigheden om zo gedragsproblemen te voorkomen |
Lesprogramma voor de basisschool om de sociaal-emotionele competenties van leerlingen te vergroten om zo gedragsproblemen te voorkomen Kinderen leren vaardigheden op vier verschillende gebieden: zelfbeeld, zelfcontrole, emoties en probleem oplossen. PAD bestaat uit 161 klassikale lessen die verdeeld over acht leerjaren worden aangeboden. Gemiddeld wordt er 1 of 2 maal per week een les gegeven van 30-45 minuten. |
Diverse Nederlandse studies laten positieve effecten zien op emotiebegrip, ADHD, oppositioneel gedrag en gedragsproblemen. |
|
|
School-Wide Positive Behavior Support
|
Goed onderbouwd |
Kinderen 5 tot en met 17 jaar in het PO, VO en speciaal onderwijs |
Bevorderen van sociaal gedrag en het verminderen van gedragsproblemen |
Schoolbreed programma gericht op het bevorderen van sociaal gedrag en het verminderen van gedragsproblemen bij leerlingen. Dit doel wordt bereikt via een driejarige systematische en gelaagde gedragsaanpak die bestaat uit het schoolbreed en preventief toepassen van gedragsbeïnvloedende technieken, het schoolbreed registreren/signaleren van ongewenst gedrag en het op maat inzetten van bestaande interventies voor leerlingen met risicovol gedrag. |
Vel internationaal onderzoek naar SWPBS, met name bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Effecten gevonden voor
|
|
|
Goed onderbouwd |
Kinderen van 9 tot en met 12 jaar, in de bovenbouw van het PO
|
Het verminderen van sociale problemen bij leerlingen |
Training op de basisschool die sociale problemen van leerlingen beoogt te verminderen. De training vindt plaats in groepen van vijf leerlingen, in een bewegingsruimte op school. De kinderen oefenen met sociale vaardigheden, leren een sterke en ontspannen houding aan te nemen en doen succeservaringen op in het contact met leeftijdsgenoten. Ook de ouders en leerkrachten volgen bijeenkomsten. |
|
|
Goed onderbouwd |
kinderen van 4 tot en met 12 jaar in het PO |
|
Lesprogramma voor het basisonderwijs, omvat minimaal twintig lessen van 45 minuten per jaar. Er worden verschillende werkvormen ingezet, zoals kringgesprek, rollenspel of liedjes. Kinderen leren over hun innerlijke wereld praten. Als hulpmiddel hierbij biedt Kwink ‘emotiewoorden’ aan. Gedurende de basisschool-periode leert een kind 75 emotiewoorden aan en wordt het gestimuleerd deze te gebruiken. |
Er is nog geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit |
|
|
Goed onderbouwd |
kinderen van 8 tot en met 13 jaar op school |
. |
Individuele hulp op school, onder schooltijd en in samenwerking met ouder en leerkracht. Kind, ouders en leerkracht stellen samen met de hulpverlener algemene en persoonlijke subdoelen op. De persoonlijke subdoelen zijn gericht op het verbeteren van specifieke psychosociale vaardigheden. De algemene subdoelen zijn gericht op het versterken van het zelfvertrouwen van het kind en de rol als 'supporter' van ouder en leerkracht. Zij helpen het kind om de persoonlijke subdoelen te bereiken. De psychosociale vaardigheden worden aangeleerd via verschillende oplossingsgerichte en cognitieve gedragstherapeutische werkvormen. |
Er is een kleine, niet gepubliceerde studie uitgevoerd waarbij de interventie positieve effecten liet zien op de SDQ (door ouders en leerkracht ingevuld) . zelfvertrouwen en sociale vaardigheden |
Tabel 3. Interventies voor de leeftijdsgroep vanaf 12 jaar en ouder
|
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
kinderen en jongeren van 4 tot en met 16 jaar |
Voorkomen en behandelen van angstige en depressieve gevoelens bij kinderen en jongeren |
Tien groeps- of individuele bijeenkomsten waarin verschillende vaardigheden en technieken aangeleerd worden om met gevoelens van angst en depressie om te gaan. De oefeningen hebben onder andere betrekking op lichamelijke reacties bij angst en depressie, gedachten, en leer- en gedragsprocessen. VRIENDEN maakt gebruik van leren in groepsverband en van ervarend leren. Er zijn ook bijeenkomsten voor ouders. |
Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat het VRIENDEN effectief is in het verminderen van angststoornissen bij kinderen en jongeren (Liber et al., 2008; van der Leeden et al., 2011). |
|
|
Effectief volgens goede aanwijzingen |
kinderen van 8 tot en met 18 jaar |
Verminderen en behandelen van angstklachten bij kinderen en jongeren |
Een cognitieve gedragstherapie waarbij aandacht wordt besteed aan psycho-educatie, cognitieve herstructurering, exposure, het versterken van coping vaardigheden en terugvalpreventie. In de preventieve context gaat het om een groepsinterventie voor kinderen van 8 tot 12 jaar met angstklachten. In de curatieve context kan de interventie zowel individueel als in een groep ingezet worden, voor kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar met een angststoornis. |
Verschillende Nederlandse studies hebben aangetoond dat angstsymptomen significant afnemen na DDD.
|
|
|
Effectief volgens eerste Voor de leeftijd 9-11 jaar: effectief volgens goede aanwijzingen |
Ouders van kinderen (0-18 jaar) met specifieke opvoedvragen (enkelvoudig probleemgedrag dat niet langer dan zes maanden bestaat) |
Vergroten van de competentie en het zelfvertrouwen bij ouders om gedrags- en emotionele problemen bij kinderen en jongeren te voorkomen, te verhelpen of te verminderen. |
Opvoedtraining (2 uur) gericht op lichte, veelvoorkomende opvoedvragen. Er zijn twee versies: – 12 en 12+. Kan ook individueel in vier gesprekken (15-30 min). De interventie is kosteneffectief gebleken. |
Onderzoek heeft laten zien dat de interventie leidt tot 1. Toegenomen |
|
|
Effectief volgens eerste |
Kinderen tot 16 jaar met milde tot ernstige emotionele en gedragsproblemen en hun ouders. |
Het voorkomen en/of verminderen van ernstige gedrags-, emotionele en ontwikkelingsproblemen bij kinderen door de kennis, vaardigheden en het zelfvertrouwen van ouders te verbeteren. |
Opvoedtraining die ernstige gedrags-, en emotionele problemen wil voorkomen. De interventie bestaat uit acht tot tien sessies. Het doorlopen van niveau 4 duurt ongeveer 2,5 maand, en de opvoedtraining is kosteneffectief gebleken. Ouders werken aan een goede band met hun kind en leren omgaan met ongewenst gedrag. |
Onderzoek heeft laten zien dat de interventie leidt tot afname van • problematisch kindgedrag; |
|
Effectief volgens goede |
Ouders die |
|
Oudercursus waarin ouders leren hoe zij problemen of meningsverschillen met hun kind kunnen bespreken. Hoofddoel is het verbeteren van de communicatie tussen ouder en kind en het vergroten van de vaardigheden van ouders om problemen op te lossen. Uiteindelijk is het doel om hiermee een afname van licht externaliserend gedrag bij het kind te bereiken. Het doel is bereikt wanneer ouders in staat zijn conflicten naar tevredenheid aan te pakken en op te lossen. |
Onderzoek geeft goede aanwijzingen voor positieve effecten op de kwaliteit van de communicatie van zowel ouders als kinderen. Er zijn echter geen aanwijzingen dat Praten met kinderen gedragsproblemen kan helpen voorkomen. |
|
|
Goed onderbouwd |
Lager opgeleide ouders (4-18 jaar) met een migratieachtergrond die spanning ervaren bij het opvoeden in de Nederlandse samenleving |
|
Individuele opvoedtraining aan huis. Een gezinscoach met dezelfde cultuur- en taalachtergrond ondersteunt ouders vraaggericht en coachend. In het eerste deel wordt de opvoedsituatie van de ouders versterkt, met oog voor de Nederlandse en de eigen opvoedidealen. Het tweede deel richt zich op het aanleren en oefenen van opvoedvaardigheden. Dit gebeurt aan de hand van meerdere werkvormen, zoals kleine opdrachten en rollenspelen. De interventie duurt gemiddeld 46 weken, waarbij er gemiddeld 23 huisbezoeken plaatsvinden. Daarnaast is er een periode van nazorg van 3 maanden. |
Er zijn enkele procesevaluaties uitgevoerd: de ondervraagde ouders en de coaches rapporteerden verbeteringen in het gezinsfunctioneren en de opvoeding.
|
|
|
Goed onderbouwd |
Ouders van kinderen |
|
Oudercursus om te leren omgaan met de uitdagingen die de puberteit met zich meebrengt. De cursus beoogt het zelfvertrouwen en de competentie van ouders versterken door het normaliseren van opvoedingsvragen en het aanreiken van bij deze nieuwe ontwikkelingsfase passende opvoedingsvaardigheden. In de zes cursusbijeenkomsten staat er telkens een ander onderwerp of opvoedings- vaardigheid centraal. Vaardigheden worden besproken en geoefend in een rollenspel Ook het uitwisselen van ervaringen is een belangrijk onderdeel van de cursus. |
Er zijn enkele procesevaluaties uitgevoerd: ouders rapporteerden op een vragenlijst verbeteringen in op hun opvoedgedrag en een beter contact met hun zoon/dochter. |
|
|
School-Wide Positive Behavior Support
|
Goed onderbouwd |
Kinderen 5 tot en met 17 jaar in het PO, VO en speciaal onderwijs |
Bevorderen van sociaal gedrag en het verminderen van gedragsproblemen |
Schoolbreed programma gericht op het bevorderen van sociaal gedrag en het verminderen van gedragsproblemen bij leerlingen. Dit doel wordt bereikt via een driejarige systematische en gelaagde gedragsaanpak die bestaat uit het schoolbreed en preventief toepassen van gedragsbeïnvloedende technieken, het schoolbreed registreren/signaleren van ongewenst gedrag en het op maat inzetten van bestaande interventies voor leerlingen met risicovol gedrag. |
Er is veel internationaal onderzoek naar SWPBS gedaan, met name bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Effecten gevonden voor • positief gedrag van kind/jongere • minder gedragsincidenten op schoolniveau. • betere schoolcultuur |
|
Effectief volgens eerste aanwijzingen |
kinderen van 13 tot en met 17 jaar; in het tweede en derde leerjaar in het VO |
Het bevorderen van prosociaal gedrag van de leerlingen en verminderen of voorkomen van probleemgedrag (externaliserende én internaliserend problemen). |
Lesprogramma voor het VO (jaar 2 en 3) met een basisgedeelte van 17 lessen (50 min) en drie extra modules van ieder drie lessen. De leerlingen leren eerst het adequaat herkennen, benoemen en omgaan met gedachten, gevoelens en gedragingen. Vervolgens leren ze deze algemene vaardigheden toe te passen in conflictsituaties. Thema's die aan bod komen zijn weerbaarheid, conflicten tussen leerling, leraar of medeleerling, conflicten tussen leerling en ouders, roddelen, gepest worden en pesten, loverboys en seksualiteit. Het programma wordt gegeven door docenten van de school. |
Internationale meta-analyes laten effecten zien op gedragsproblemen (zowel externaliserend als internaliserend), verbeterde schoolprestaties, zelfbeeld en sociale vaardigheden. Nederlands onderzoek laat positieve resultaten zien, maar het betreft nog kleinschalige studies. |
|
|
Goed onderbouwd |
VMBO leerlingen in de eerste twee leerjaren (11-14 jaar) |
Het vergroten van sociale competenties van de leerlingen om zo probleemgedrag te voorkomen |
Lesprogramma voor het VMBO (jaar 1 en 2) waarbij tijdens gymnastieklessen via themalessen gewerkt wordt aan de bewustwording van het gedrag en aan attitude- en gedragsverandering. Thema’s die aan bod komen zijn: besef van jezelf; zelfhantering; besef van de ander; hanteren van relaties; keuzes kunnen maken. Er is ook aandacht voor het voorkomen en tegengaan van pesten. De interventie wordt gegeven in het gymlokaal, door docenten Lichamelijke Opvoeding, getraind in KiC. |
Evaluaties laten zien dat pestgedrag en conflicten op school afnemen en een toename van zelfinzicht en empathie
|
|
|
Goed onderbouwd |
Jongeren van |
Mentale fitheid versterken en depressie voorkomen |
Lesprogramma om de mentale fitheid van jongeren op het vmbo en mbo te versterken en depressieklachten te voorkomen. Na een klassikale introductieles vullen de jongeren in de klas een online vragenlijst is om depressiesymptomen te meten. Aansluitend volgen ze twee e-lessen die jongeren stimuleert om na te denken over waar ze (minder) gelukkig van worden en hun contact met anderen, hun toekomstdromen en de oplosbaarheid van problemen. In een afsluitende klassikale les kijken jongeren terug op wat ze hebben geleerd. Na de lessen krijgen de jongeren in een afsluitend persoonlijk gesprek met de trainer een persoonlijk advies. De trainer kan verwijzen naar aanvullende hulp. |
Pilot studies van o.a. Trimbos Instituut laten deze resultaten zien
|
[1] Zeijl, Crone, Wiefferink, Keuzenkamp, Reijneveld. Kinderen in Nederland SCP/TNO 2015
[2] Huisman J., Flapper B.C.T., Kalverdijk L.J., L’Hoir M.P., van Weel E.A.F.. Gedragsproblemen bij kinderen 2010
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-313-8657-4 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-313-8657-4[3] World Health Organization. Mental health investment case: a guidance note. 2021
https://www.who.int/publications/i/item/9789240019386[4] Klein Velderman M, Crone MR, Wiefferink CH, Reijneveld SA. Identification and management of psychosocial problems among toddlers by preventive child health care professionals European Journal of Public Health 2009;20(3):332
http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/ckp169 http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/ckp169[5] Arslan İB, Lucassen N, van Lier PAC, de Haan AD, Prinzie P. Early childhood internalizing problems, externalizing problems and their co-occurrence and (mal)adaptive functioning in emerging adulthood: a 16-year follow-up study Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol 2021/02/;56(2):193
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-020-01959-w https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32964254 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32964254[6] Reijneveld SA, Vogels AGC, Hoekstra F, Crone MR. Use of the Pediatric Symptom Checklist for the detection of psychosocial problems in preventive child healthcare BMC Public Health 2006/07/27;6():197
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2458-6-197 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16872535 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16872535[7] Theunissen MH, de Wolff MS, Reijneveld SA. The Strengths and Difficulties Questionnaire Self-Report: A Valid Instrument for the Identification of Emotional and Behavioral Problems Academic Pediatrics 2019;19(4):471
http://dx.doi.org/10.1016/j.acap.2018.12.008 http://dx.doi.org/10.1016/j.acap.2018.12.008[8] Kemper H.C.G.. Gezondheid van jongeren en jongvolwassenen in Nederland vanuit het perspectief van de voeding Informatorium voor Voeding en Diëtetiek 2013
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-0510-0_2 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-0510-0_2[9] Gutman LM, Codiroli McMaster N. Gendered Pathways of Internalizing Problems from Early Childhood to Adolescence and Associated Adolescent Outcomes J Abnorm Child Psychol 2020/05/;48(5):703
http://dx.doi.org/10.1007/s10802-020-00623-w https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32040796 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32040796[10] Zahn-Waxler C, Shirtcliff EA, Marceau K. Disorders of Childhood and Adolescence: Gender and Psychopathology Annual Review of Clinical Psychology 2008;4(1):275
http://dx.doi.org/10.1146/annurev.clinpsy.3.022806.091358 http://dx.doi.org/10.1146/annurev.clinpsy.3.022806.091358[11] Kerr DCR, Lopez NL, Olson SL, Sameroff AJ. Parental Discipline and Externalizing Behavior Problems in Early Childhood: The Roles of Moral Regulation and Child Gender Journal of Abnormal Child Psychology 2004;32(4):369
http://dx.doi.org/10.1023/b:jacp.0000030291.72775.96 http://dx.doi.org/10.1023/b:jacp.0000030291.72775.96[12] Bannink R., Broeren S., Heydelberg J., van ’t Klooster E., van Baar C., Raat H.. Proces- en effectevaluatie van een extra contactmoment in het mbo (Your Health) om de gezondheid en het gedrag van adolescenten te bevorderen JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2015;47(2):29
http://dx.doi.org/10.1007/s12452-015-0009-7 http://dx.doi.org/10.1007/s12452-015-0009-7[13] Boer, van Dorsselaer, de Looze, de Roos, Brons, van den Eijnden, Stevens. HBSC 2021. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. 2022
[14] Zijlmans J, Luijten M, van Oers H, Tieskens J, Alrouh H, Haverman L, Bartels M, Popma A, Polderman TJ. 3.78 Mental Health Problems During the COVID-19 Pandemic in Dutch Children and Adolescents With and Without Pre-existing Mental Health Problems Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2022;61(10):S253
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2022.09.357 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2022.09.357[15] van Oers HA, Alrouh H, Tieskens JM, Luijten MAJ, de Groot R, Broek E, van der Doelen D, Klip H, De Meyer R, van der Mheen M, Ruisch IH, van den Berg G, Bruining H, Buitelaar J, van der Rijken R, Hoekstra PJ, Kleinjan M, Lindauer R, Oostrom KJ, Staal W, Vermeiren R, Cornet R, Haverman L, Popma A, Bartels M, Polderman TJC, Zijlmans J. Changes in child and adolescent mental health across the COVID-19 pandemic (2018-2023): Insights from general population and clinical samples in the Netherlands JCPP Adv 2023/12/14;4(3):e12213
http://dx.doi.org/10.1002/jcv2.12213 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39411480 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39411480[16] Wade DT, Halligan PW. The biopsychosocial model of illness: a model whose time has come Clinical Rehabilitation 2017;31(8):995
http://dx.doi.org/10.1177/0269215517709890 http://dx.doi.org/10.1177/0269215517709890[17] Kraemer HC, Stice E, Kazdin A, Offord D, Kupfer D. How Do Risk Factors Work Together? Mediators, Moderators, and Independent, Overlapping, and Proxy Risk Factors American Journal of Psychiatry 2001;158(6):848
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.6.848 http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.6.848[18] van Baar AL, Vermaas J, Knots E, de Kleine MJK, Soons P. Functioning at School Age of Moderately Preterm Children Born at 32 to 36 Weeks' Gestational Age Pediatrics 2009;124(1):251
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2008-2315 http://dx.doi.org/10.1542/peds.2008-2315[19] Reijneveld SA, de Kleine MJK, van Baar AL, Kollée LAA, Verhaak CM, Verhulst FC, Verloove-Vanhorick SP. Behavioural and emotional problems in very preterm and very low birthweight infants at age 5 years Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed 2006/11/;91(6):F423
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2006.093674 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16877476 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16877476[20] Arpi E, Ferrari F. Preterm birth and behaviour problems in infants and preschool‐age children: a review of the recent literature Developmental Medicine & Child Neurology 2013;55(9):788
http://dx.doi.org/10.1111/dmcn.12142 http://dx.doi.org/10.1111/dmcn.12142[21] Talge NM, Holzman C, Wang J, Lucia V, Gardiner J, Breslau N. Late-Preterm Birth and Its Association With Cognitive and Socioemotional Outcomes at 6 Years of Age Pediatrics 2010;126(6):1124
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-1536 http://dx.doi.org/10.1542/peds.2010-1536[22] Potijk MR, de Winter AF, Bos AF, Kerstjens JM, Reijneveld SA. Higher rates of behavioural and emotional problems at preschool age in children born moderately preterm Archives of Disease in Childhood 2011;97(2):112
http://dx.doi.org/10.1136/adc.2011.300131 http://dx.doi.org/10.1136/adc.2011.300131[23] Fernández de Gamarra-Oca L, Ojeda N, Gómez-Gastiasoro A, Peña J, Ibarretxe-Bilbao N, García-Guerrero MA, Loureiro B, Zubiaurre-Elorza L. Long-Term Neurodevelopmental Outcomes after Moderate and Late Preterm Birth: A Systematic Review The Journal of Pediatrics 2021;237():168
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2021.06.004 http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2021.06.004[24] Allotey J, Zamora J, Cheong‐See F, Kalidindi M, Arroyo‐Manzano D, Asztalos E, van der Post JAM, Mol BW, Moore D, Birtles D, Khan KS, Thangaratinam S. Cognitive, motor, behavioural and academic performances of children born preterm: a meta‐analysis and systematic review involving 64 061 children BJOG: An International Journal of Obstetrics & Gynaecology 2017;125(1):16
http://dx.doi.org/10.1111/1471-0528.14832 http://dx.doi.org/10.1111/1471-0528.14832[25] Wu Y-C, Hsieh W-S, Hsu C-H, Chang J-H, Chou H-C, Hsu H-C, Chiu N-C, Lee W-T, Chen W-J, Ho Y-W, Jeng S-F. Intervention effects on emotion regulation in preterm infants with very low birth weight: A randomize controlled trial Research in Developmental Disabilities 2016;48():1
http://dx.doi.org/10.1016/j.ridd.2015.10.016 http://dx.doi.org/10.1016/j.ridd.2015.10.016[26] Goldsmith HH, Buss AH, Plomin R, Rothbart MK, Thomas A, Chess S, Hinde RA, McCall RB. Roundtable: What Is Temperament? Four Approaches Child Development 1987;58(2):505
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1987.tb01398.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1987.tb01398.x[27] Goodnight JA, Donahue KL, Waldman ID, Van Hulle CA, Rathouz PJ, Lahey BB, D'Onofrio BM. Genetic and Environmental Contributions to Associations between Infant Fussy Temperament and Antisocial Behavior in Childhood and Adolescence Behav Genet 2016/09/;46(5):680
http://dx.doi.org/10.1007/s10519-016-9794-2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27105627 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27105627[28] TEERIKANGAS OM, ARONEN ET, MARTIN RP, HUTTUNEN MO. Effects of Infant Temperament and Early Intervention on the Psychiatric Symptoms of Adolescents Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 1998;37(10):1070
http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199810000-00017 http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199810000-00017[29] SCHWARTZ CE, SNIDMAN NANCY, KAGAN JEROME. Adolescent Social Anxiety as an Outcome of Inhibited Temperament in Childhood Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 1999;38(8):1008
http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199908000-00017 http://dx.doi.org/10.1097/00004583-199908000-00017[30] Caspi A, Henry B, McGee RO, Moffitt TE, Silva PA. Temperamental Origins of Child and Adolescent Behavior Problems: From Age Three to Age Fifteen Child Development 1995;66(1):55
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1995.tb00855.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.1995.tb00855.x[31] Berdan LE, Keane SP, Calkins SD. Temperament and externalizing behavior: social preference and perceived acceptance as protective factors Dev Psychol 2008/07/;44(4):957
http://dx.doi.org/10.1037/0012-1649.44.4.957 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18605827 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18605827[32] Biederman J, Faraone SV, Hirshfeld-Becker DR, Friedman D, Robin JA, Rosenbaum JF. Patterns of Psychopathology and Dysfunction in High-Risk Children of Parents With Panic Disorder and Major Depression American Journal of Psychiatry 2001;158(1):49
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.1.49 http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.158.1.49[33] Bayer JK, Ukoumunne OC, Lucas N, Wake M, Scalzo K, Nicholson JM. Risk Factors for Childhood Mental Health Symptoms: National Longitudinal Study of Australian Children Pediatrics 2011;128(4):e865
http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0491 http://dx.doi.org/10.1542/peds.2011-0491[34] Chen J-H. Asthma and child behavioral skills: Does family socioeconomic status matter? Social Science & Medicine 2014;115():38
http://dx.doi.org/10.1016/j.socscimed.2014.05.048 http://dx.doi.org/10.1016/j.socscimed.2014.05.048[35] Runions KC, Vithiatharan R, Hancock K, Lin A, Brennan-Jones CG, Gray C, Payne D. Chronic health conditions, mental health and the school: A narrative review Health Education Journal 2019;79(4):471
http://dx.doi.org/10.1177/0017896919890898 http://dx.doi.org/10.1177/0017896919890898[36] Buckley N, Glasson EJ, Chen W, Epstein A, Leonard H, Skoss R, Jacoby P, Blackmore AM, Srinivasjois R, Bourke J, Sanders RJ, Downs J. Prevalence estimates of mental health problems in children and adolescents with intellectual disability: A systematic review and meta-analysis Australian & New Zealand Journal of Psychiatry 2020;54(10):970
http://dx.doi.org/10.1177/0004867420924101 http://dx.doi.org/10.1177/0004867420924101[37] Totsika V, Liew A, Absoud M, Adnams C, Emerson E. Mental health problems in children with intellectual disability The Lancet Child & Adolescent Health 2022;6(6):432
http://dx.doi.org/10.1016/s2352-4642(22)00067-0 http://dx.doi.org/10.1016/s2352-4642(22)00067-0[38] Kaptein S., Jansen DEMC, Vogels AGC, Reijneveld SA. Mental health problems in children with intellectual disability: use of the Strengths and Difficulties Questionnaire Journal of Intellectual Disability Research 2007;52(2):125
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2007.00978.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2007.00978.x[39] Oeseburg B., Jansen DEMC, Groothoff JW, Dijkstra GJ, Reijneveld SA. Emotional and behavioural problems in adolescents with intellectual disability with and without chronic diseases Journal of Intellectual Disability Research 2009;54(1):81
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2009.01231.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2009.01231.x[40] Glasson EJ, Buckley N, Chen W, Leonard H, Epstein A, Skoss R, Jacoby P, Blackmore AM, Bourke J, Downs J. Systematic Review and Meta-analysis: Mental Health in Children With Neurogenetic Disorders Associated With Intellectual Disability Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2020;59(9):1036
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2020.01.006 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2020.01.006[41] Wakefield CE, McLoone J., Goodenough B., Lenthen K., Cairns DR, Cohn RJ. The Psychosocial Impact of Completing Childhood Cancer Treatment: A Systematic Review of the Literature Journal of Pediatric Psychology 2009;35(3):262
http://dx.doi.org/10.1093/jpepsy/jsp056 http://dx.doi.org/10.1093/jpepsy/jsp056[42] de Winter D.T.C., Mud M.S., Neggers S.J.C.M.M., van den Heuvel-Eibrink M.M.. Kinderen en jongvolwassenen Klachten na kanker 2024
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-3023-2_37 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-3023-2_37[43] DE COCK S, DE GROOTE I, VAN ZANDWEGHE C, BAL S. Het diagnostische classificatiesysteem voor baby’s en peuters: hulpmiddel in de zorg voor jonge kinderen met psychische problemen Tijdschrift voor Geneeskunde 2015
http://dx.doi.org/10.47671/tvg.71.24.2002021 http://dx.doi.org/10.47671/tvg.71.24.2002021[44] Dolan CV, Geels L, Vink JM, van Beijsterveldt CEM, Neale MC, Bartels M, Boomsma DI. Testing Causal Effects of Maternal Smoking During Pregnancy on Offspring's Externalizing and Internalizing Behavior Behav Genet 2016/05/;46(3):378
http://dx.doi.org/10.1007/s10519-015-9738-2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26324285 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26324285[45] Ashford J, Smit F, Van Lier PA, Cuijpers P, Koot HM. Early risk indicators of internalizing problems in late childhood: a 9‐year longitudinal study Journal of Child Psychology and Psychiatry 2008;49(7):774
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2008.01889.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2008.01889.x[46] Monshouwer K, Huizink AC, Harakeh Z, Raaijmakers QA, Reijneveld SA, Oldehinkel AJ, Verhulst FC, Vollebergh WA. Prenatal Smoking Exposure and the Risk of Behavioral Problems and Substance Use in Adolescence: the TRAILS Study European Addiction Research 2011;17(6):342
http://dx.doi.org/10.1159/000334507 http://dx.doi.org/10.1159/000334507[47] Motlagh MG, Sukhodolsky DG, Landeros-Weisenberger A, Katsovich L, Thompson N, Scahill L, King RA, Peterson BS, Schultz RT, Leckman JF. Adverse effects of heavy prenatal maternal smoking on attentional control in children with ADHD J Atten Disord 2011/10/;15(7):593
http://dx.doi.org/10.1177/1087054710374576 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20616372 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20616372[48] Alvik A, Aalen OO, Lindemann R. Early Fetal Binge Alcohol Exposure Predicts High Behavioral Symptom Scores in 5.5‐Year‐Old Children Alcoholism: Clinical and Experimental Research 2013;37(11):1954
http://dx.doi.org/10.1111/acer.12182 http://dx.doi.org/10.1111/acer.12182[49] Roncero C, Valriberas-Herrero I, Mezzatesta-Gava M, Villegas JL, Aguilar L, Grau-López L. Cannabis use during pregnancy and its relationship with fetal developmental outcomes and psychiatric disorders. A systematic review Reprod Health 2020/02/17;17(1):25
http://dx.doi.org/10.1186/s12978-020-0880-9 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32066469 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32066469[50] Madigan S, Oatley H, Racine N, Fearon RP, Schumacher L, Akbari E, Cooke JE, Tarabulsy GM. A Meta-Analysis of Maternal Prenatal Depression and Anxiety on Child Socioemotional Development Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2018;57(9):645
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2018.06.012 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2018.06.012[51] Tarabulsy GM, Pearson J, Vaillancourt-Morel M-P, Bussières E-L, Madigan S, Lemelin J-P, Duchesneau A-A, Hatier D-E, Royer F. Meta-Analytic Findings of the Relation Between Maternal Prenatal Stress and Anxiety and Child Cognitive Outcome Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics 2014;35(1):38
http://dx.doi.org/10.1097/dbp.0000000000000003 http://dx.doi.org/10.1097/dbp.0000000000000003[52] Lahtela H, Flykt M, Nolvi S, Kataja E-L, Eskola E, Tervahartiala K, Pelto J, Carter AS, Karlsson H, Karlsson L, Korja R. Mother–Infant Interaction and Maternal Postnatal Psychological Distress Associate with Child’s Social-Emotional Development During Early Childhood: A FinnBrain Birth Cohort Study Child Psychiatry & Human Development 2024
http://dx.doi.org/10.1007/s10578-024-01694-2 http://dx.doi.org/10.1007/s10578-024-01694-2[53] Abubakar I, Aldridge R, Devakumar D, Orcutt M. 1.8-W1Research from the UCL-Lancet Commission on migration and health European Journal of Public Health 2018;28(suppl_1):
http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/cky049.003 http://dx.doi.org/10.1093/eurpub/cky049.003[54] de Leeuw AE, Ester WA, Bolhuis K, Hoek HW, Jansen PW. Maternal Migration, Prenatal Stress and Child Autistic Traits: Insights From a Population-Based Cohort Study Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2025;64(1):41
http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2024.04.004 http://dx.doi.org/10.1016/j.jaac.2024.04.004[55] Molenaar N.M., Tiemeier H., van Rossum E.F.C., Hillegers M.H.J., Bockting C.L.H., Hoogendijk W.J.G., van den Akker E.L., Lambregtse-van den Berg M.P., El Marroun H.. Prenatal maternal psychopathology and stress and offspring HPA axis function at 6 years Psychoneuroendocrinology 2019;99():120
http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2018.09.003 http://dx.doi.org/10.1016/j.psyneuen.2018.09.003[56] Aij KH. Begin bij jezelf Wie vraagt wordt beter! 2017
http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-1817-9_6 http://dx.doi.org/10.1007/978-90-368-1817-9_6[57] Smith KE, Pollak SD. Early life stress and development: potential mechanisms for adverse outcomes J Neurodev Disord 2020/12/16;12(1):34
http://dx.doi.org/10.1186/s11689-020-09337-y https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33327939 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33327939[58] Thorup AA, Laursen TM, Munk-Olsen T, Ranning A, Mortensen PB, Plessen KJ, Nordentoft M. Incidence of child and adolescent mental disorders in children aged 0-17 with familial high risk for severe mental illness - A Danish register study Schizophrenia Research 2018;197():298
http://dx.doi.org/10.1016/j.schres.2017.11.009 http://dx.doi.org/10.1016/j.schres.2017.11.009[59] Beck CT. Maternal depression and child behaviour problems: a meta‐analysis Journal of Advanced Nursing 1999;29(3):623
http://dx.doi.org/10.1046/j.1365-2648.1999.00943.x http://dx.doi.org/10.1046/j.1365-2648.1999.00943.x[60] Clark DB, Cornelius J, Wood DS, Vanyukov M. Psychopathology risk transmission in children of parents with substance use disorders Am J Psychiatry 2004/04/;161(4):685
http://dx.doi.org/10.1176/appi.ajp.161.4.685 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15056515 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15056515[61] Cuijpers P, Langendoen Y, Bijl RV. Psychiatric disorders in adult children of problem drinkers: prevalence, first onset and comparison with other risk factors Addiction 1999;94(10):1489
http://dx.doi.org/10.1046/j.1360-0443.1999.941014895.x http://dx.doi.org/10.1046/j.1360-0443.1999.941014895.x[62] Goodman SH, Rouse MH, Connell AM, Broth MR, Hall CM, Heyward D. Maternal Depression and Child Psychopathology: A Meta-Analytic Review Clinical Child and Family Psychology Review 2011;14(1):1
http://dx.doi.org/10.1007/s10567-010-0080-1 http://dx.doi.org/10.1007/s10567-010-0080-1[63] McLaughlin KA, Gadermann AM, Hwang I, Sampson NA, Al-Hamzawi A, Andrade LH, Angermeyer MC, Benjet C, Bromet EJ, Bruffaerts R, Caldas-de-Almeida JM, de Girolamo G, de Graaf R, Florescu S, Gureje O, Haro JM, Hinkov HR, Horiguchi I, Hu C, Karam AN, Kovess-Masfety V, Lee S, Murphy SD, Nizamie SH, Posada-Villa J, Williams DR, Kessler RC. Parent psychopathology and offspring mental disorders: results from the WHO World Mental Health Surveys Br J Psychiatry 2012/04/;200(4):290
http://dx.doi.org/10.1192/bjp.bp.111.101253 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22403085 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22403085[64] HIPWELL AE, GOOSSENS FA, MELHUISH EC, KUMAR R.. Severe maternal psychopathology and infant–mother attachment Development and Psychopathology 2000;12(2):157
http://dx.doi.org/10.1017/s0954579400002030 http://dx.doi.org/10.1017/s0954579400002030[65] Flouri E, Tzavidis N, Kallis C. Adverse life events, area socioeconomic disadvantage, and psychopathology and resilience in young children: the importance of risk factors’ accumulation and protective factors’ specificity European Child & Adolescent Psychiatry 2009;19(6):535
http://dx.doi.org/10.1007/s00787-009-0068-x http://dx.doi.org/10.1007/s00787-009-0068-x[66] Halligan SL, Murray L, Martins C, Cooper PJ. Maternal depression and psychiatric outcomes in adolescent offspring: A 13-year longitudinal study Journal of Affective Disorders 2007;97(1-3):145
http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2006.06.010 http://dx.doi.org/10.1016/j.jad.2006.06.010[67] Cummings EM, Davies PT. Maternal Depression and Child Development Journal of Child Psychology and Psychiatry 1994;35(1):73
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.1994.tb01133.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.1994.tb01133.x[68] Ramchandani P, Psychogiou L. Paternal psychiatric disorders and children's psychosocial development The Lancet 2009;374(9690):646
http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(09)60238-5 http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(09)60238-5[69] Herbert SD, Harvey EA, Lugo-Candelas CI, Breaux RP. Early fathering as a predictor of later psychosocial functioning among preschool children with behavior problems J Abnorm Child Psychol 2013/07/;41(5):691
http://dx.doi.org/10.1007/s10802-012-9706-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23269560 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23269560[70] Sieh DS, Meijer AM, Oort FJ, Visser-Meily JMA, Van der Leij DAV. Problem behavior in children of chronically ill parents: a meta-analysis Clin Child Fam Psychol Rev 2010/12/;13(4):384
http://dx.doi.org/10.1007/s10567-010-0074-z https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20640510 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20640510[71] Sieh DS, Visser-Meily JMA, Meijer AM. Differential Outcomes of Adolescents with Chronically Ill and Healthy Parents J Child Fam Stud 2013/02/;22(2):209
http://dx.doi.org/10.1007/s10826-012-9570-8 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23335841 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23335841[72] Visser A, Huizinga GA, van der Graaf WT, Hoekstra HJ, Hoekstra-Weebers JE. The impact of parental cancer on children and the family: a review of the literature Cancer Treatment Reviews 2004;30(8):683
http://dx.doi.org/10.1016/j.ctrv.2004.06.001 http://dx.doi.org/10.1016/j.ctrv.2004.06.001[73] Myhre MC, Dyb GA, Wentzel-Larsen T, Grøgaard JB, Thoresen S. Maternal childhood abuse predicts externalizing behaviour in toddlers: A prospective cohort study Scandinavian Journal of Public Health 2013;42(3):263
http://dx.doi.org/10.1177/1403494813510983 http://dx.doi.org/10.1177/1403494813510983[74] Plant DT, Barker ED, Waters CS, Pawlby S, Pariante CM. Intergenerational transmission of maltreatment and psychopathology: the role of antenatal depression Psychol Med 2013/03/;43(3):519
http://dx.doi.org/10.1017/S0033291712001298 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22694795 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22694795[75] Feldman MA. Children of Parents with Intellectual Disabilities The Effects of Parental Dysfunction on Children 2002
http://dx.doi.org/10.1007/978-1-4615-1739-9_10 http://dx.doi.org/10.1007/978-1-4615-1739-9_10[76] Zijlstra A, Joosten D, van Nieuwenhuijzen M, de Castro BO. The first 1001 days: A scoping review of parenting interventions strengthening good enough parenting in parents with intellectual disabilities Journal of Intellectual Disabilities 2023
http://dx.doi.org/10.1177/17446295231219301 http://dx.doi.org/10.1177/17446295231219301[77] Coren E, Thomae M, Hutchfield J. Parenting Training for Intellectually Disabled Parents: A Cochrane Systematic Review Research on Social Work Practice 2011;21(4):432
http://dx.doi.org/10.1177/1049731511399586 http://dx.doi.org/10.1177/1049731511399586[78] Hindmarsh G, Llewellyn G, Emerson E. The Social‐Emotional Well‐Being of Children of Mothers with Intellectual Impairment: A Population‐Based Analysis Journal of Applied Research in Intellectual Disabilities 2016;30(3):469
http://dx.doi.org/10.1111/jar.12306 http://dx.doi.org/10.1111/jar.12306[79] Willems DL, De Vries J.‐N., Isarin J., Reinders JS. Parenting by persons with intellectual disability: an explorative study in the Netherlands Journal of Intellectual Disability Research 2007;51(7):537
http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2006.00924.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1365-2788.2006.00924.x[80] Ranson KE, Urichuk LJ. The effect of parent–child attachment relationships on child biopsychosocial outcomes: a review Early Child Development and Care 2008;178(2):129
http://dx.doi.org/10.1080/03004430600685282 http://dx.doi.org/10.1080/03004430600685282[81] Groh AM, Roisman GI, van IJzendoorn MH, Bakermans‐Kranenburg MJ, Fearon RP. The Significance of Insecure and Disorganized Attachment for Children’s Internalizing Symptoms: A Meta‐Analytic Study Child Development 2012;83(2):591
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2011.01711.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2011.01711.x[82] Fearon RP, Bakermans‐Kranenburg MJ, Van IJzendoorn MH, Lapsley A, Roisman GI. The Significance of Insecure Attachment and Disorganization in the Development of Children’s Externalizing Behavior: A Meta‐Analytic Study Child Development 2010;81(2):435
http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2009.01405.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1467-8624.2009.01405.x[83] Lanjekar PD, Joshi SH, Lanjekar PD, Wagh V. The Effect of Parenting and the Parent-Child Relationship on a Child's Cognitive Development: A Literature Review Cureus 2022/10/22;14(10):e30574
http://dx.doi.org/10.7759/cureus.30574 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36420245 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36420245[84] Cabaj JL, McDonald SW, Tough SC. Early childhood risk and resilience factors for behavioural and emotional problems in middle childhood BMC Pediatr 2014/07/01;14():166
http://dx.doi.org/10.1186/1471-2431-14-166 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24986740 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24986740[85] Velders FP, Dieleman G, Henrichs J, Jaddoe VWV, Hofman A, Verhulst FC, Hudziak JJ, Tiemeier H. Prenatal and postnatal psychological symptoms of parents and family functioning: the impact on child emotional and behavioural problems Eur Child Adolesc Psychiatry 2011/07/;20(7):341
http://dx.doi.org/10.1007/s00787-011-0178-0 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21523465 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/21523465[86] Gere MK, Villabø MA, Torgersen S, Kendall PC. Overprotective parenting and child anxiety: The role of co-occurring child behavior problems Journal of Anxiety Disorders 2012;26(6):642
http://dx.doi.org/10.1016/j.janxdis.2012.04.003 http://dx.doi.org/10.1016/j.janxdis.2012.04.003[87] Albanese AM, Russo GR, Geller PA. The role of parental self‐efficacy in parent and child well‐being: A systematic review of associated outcomes Child: Care, Health and Development 2019;45(3):333
http://dx.doi.org/10.1111/cch.12661 http://dx.doi.org/10.1111/cch.12661[88] Bot M., de Leeuw den Bouter BJE, Adriaanse MC. Prevalence of psychosocial problems in Dutch children aged 8–12 years and its association with risk factors and quality of life Epidemiology and Psychiatric Sciences 2011;20(4):357
http://dx.doi.org/10.1017/s2045796011000540 http://dx.doi.org/10.1017/s2045796011000540[89] Ezpeleta L, Granero R, de la Osa N, Domènech JM. Risk factor clustering for psychopathology in socially at-risk Spanish children Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology 2008;43(7):559
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-008-0312-6 http://dx.doi.org/10.1007/s00127-008-0312-6[90] van Dijk R, van der Valk IE, Deković M, Branje S. A meta-analysis on interparental conflict, parenting, and child adjustment in divorced families: Examining mediation using meta-analytic structural equation models Clinical Psychology Review 2020;79():101861
http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101861 http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101861[91] Timmermans M., van Lier PAC, Koot HM. The role of stressful events in the development of behavioural and emotional problems from early childhood to late adolescence Psychological Medicine 2010;40(10):1659
http://dx.doi.org/10.1017/s0033291709992091 http://dx.doi.org/10.1017/s0033291709992091[92] Reijneveld SA, Brugman E, Verhulst FC, Verloove-Vanhorick SP. Area deprivation and child psychosocial problems Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology 2005;40(1):18
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-005-0850-0 http://dx.doi.org/10.1007/s00127-005-0850-0[93] Reijneveld SA, Veenstra R, de Winter AF, Verhulst FC, Ormel J, de Meer G. Area Deprivation Affects Behavioral Problems of Young Adolescents in Mixed Urban and Rural Areas: The TRAILS Study Journal of Adolescent Health 2010;46(2):189
http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2009.06.004 http://dx.doi.org/10.1016/j.jadohealth.2009.06.004[94] Oswald TK, Rumbold AR, Kedzior SGE, Moore VM. Psychological impacts of "screen time" and "green time" for children and adolescents: A systematic scoping review PLoS One 2020/09/04;15(9):e0237725
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0237725 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32886665 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32886665[95] Kasturiratna KTAS, Hartanto A, Chen CHY, Tong EMW, Majeed NM. Umbrella review of meta-analyses on the risk factors, protective factors, consequences and interventions of cyberbullying victimization Nature Human Behaviour 2024
http://dx.doi.org/10.1038/s41562-024-02011-6 http://dx.doi.org/10.1038/s41562-024-02011-6[96] Keles B, McCrae N, Grealish A. A systematic review: the influence of social media on depression, anxiety and psychological distress in adolescents International Journal of Adolescence and Youth 2019;25(1):79
http://dx.doi.org/10.1080/02673843.2019.1590851 http://dx.doi.org/10.1080/02673843.2019.1590851[97] Twenge JM, Campbell WK. Associations between screen time and lower psychological well-being among children and adolescents: Evidence from a population-based study Prev Med Rep 2018/10/18;12():271
http://dx.doi.org/10.1016/j.pmedr.2018.10.003 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30406005 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30406005[98] Santos RMS, Mendes CG, Sen Bressani GY, de Alcantara Ventura S, de Almeida Nogueira YJ, de Miranda DM, Romano-Silva MA. The associations between screen time and mental health in adolescents: a systematic review BMC Psychol 2023/04/20;11(1):127
http://dx.doi.org/10.1186/s40359-023-01166-7 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37081557 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37081557[99] Eirich R, McArthur BA, Anhorn C, McGuinness C, Christakis DA, Madigan S. Association of Screen Time With Internalizing and Externalizing Behavior Problems in Children 12 Years or Younger: A Systematic Review and Meta-analysis JAMA Psychiatry 2022/05/01;79(5):393
http://dx.doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2022.0155 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35293954 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35293954[100] Peverill M, Dirks MA, Narvaja T, Herts KL, Comer JS, McLaughlin KA. Socioeconomic status and child psychopathology in the United States: A meta-analysis of population-based studies Clin Psychol Rev 2021/02/;83():101933
http://dx.doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101933 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33278703 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33278703[101] Rijlaarsdam J, Stevens GWJM, van der Ende J, Hofman A, Jaddoe VWV, Mackenbach JP, Verhulst FC, Tiemeier H. Economic disadvantage and young children's emotional and behavioral problems: mechanisms of risk J Abnorm Child Psychol 2013/01/;41(1):125
http://dx.doi.org/10.1007/s10802-012-9655-2 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22736330 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/22736330[102] Taggart L., Taylor D., McCrum-Gardner E.. Individual, life events, family and socio-economic factors associated with young people with intellectual disability and with and without behavioural/emotional problems Journal of Intellectual Disabilities 2010;14(4):267
http://dx.doi.org/10.1177/1744629510390449 http://dx.doi.org/10.1177/1744629510390449[103] Crone MR, Bekkema N, Wiefferink CH, Reijneveld SA. Professional Identification of Psychosocial Problems among Children from Ethnic Minority Groups: Room for Improvement The Journal of Pediatrics 2010;156(2):277
http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2009.08.008 http://dx.doi.org/10.1016/j.jpeds.2009.08.008[104] Janssen MMM, Verhulst FC, Bengi-Arslan L, Erol N, Salter CJ, Crijnen AAM. Comparison of self-reported emotional and behavioral problems in Turkish immigrant, Dutch and Turkish adolescents Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology 2004;39(2):133
http://dx.doi.org/10.1007/s00127-004-0712-1 http://dx.doi.org/10.1007/s00127-004-0712-1[105] Stevens GWJM. Psychische problematiek bij jeugdigen met een migratieachtergrond in Nederland en Vlaanderen Kind en adolescent 2018;39(2):72
http://dx.doi.org/10.1007/s12453-018-0169-8 http://dx.doi.org/10.1007/s12453-018-0169-8[106] Fazel M, Reed RV, Panter-Brick C, Stein A. Mental health of displaced and refugee children resettled in high-income countries: risk and protective factors The Lancet 2012;379(9812):266
http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60051-2 http://dx.doi.org/10.1016/s0140-6736(11)60051-2[107] Pargas RCM, Brennan PA, Hammen C, Le Brocque R. Resilience to maternal depression in young adulthood Dev Psychol 2010/07/;46(4):805
http://dx.doi.org/10.1037/a0019817 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20604603 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20604603[108] Garcia-Reid P, Peterson CH, Reid RJ, Peterson NA. The Protective Effects of Sense of Community, Multigroup Ethnic Identity, and Self-Esteem Against Internalizing Problems Among Dominican Youth: Implications for Social Workers Social Work in Mental Health 2013;11(3):199
http://dx.doi.org/10.1080/15332985.2013.774923 http://dx.doi.org/10.1080/15332985.2013.774923[109] Whittaker JEV, Harden BJ, See HM, Meisch AD, Westbrook TR. Family risks and protective factors: Pathways to Early Head Start toddlers’ social–emotional functioning Early Childhood Research Quarterly 2011;26(1):74
http://dx.doi.org/10.1016/j.ecresq.2010.04.007 http://dx.doi.org/10.1016/j.ecresq.2010.04.007[110] Oliva A, Jiménez JM, Parra Á. Protective effect of supportive family relationships and the influence of stressful life events on adolescent adjustment Anxiety, Stress & Coping 2009;22(2):137
http://dx.doi.org/10.1080/10615800802082296 http://dx.doi.org/10.1080/10615800802082296[111] Hogye SI, Lucassen N, Jansen PW, Schuurmans IK, Keizer R. Cumulative Risk and Internalizing and Externalizing Problems in Early Childhood: Compensatory and Buffering Roles of Family Functioning and Family Regularity Adversity and Resilience Science 2022;3(2):149
http://dx.doi.org/10.1007/s42844-022-00056-y http://dx.doi.org/10.1007/s42844-022-00056-y[112] Buchanan M, Walker G, Boden JM, Mansoor Z, Newton-Howes G. Protective factors for psychosocial outcomes following cumulative childhood adversity: systematic review BJPsych Open 2023/10/19;9(6):e197
http://dx.doi.org/10.1192/bjo.2023.561 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37855106 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37855106[113] Zhou Z, Cheng Q. Relationship between online social support and adolescents’ mental health: A systematic review and meta‐analysis Journal of Adolescence 2022;94(3):281
http://dx.doi.org/10.1002/jad.12031 http://dx.doi.org/10.1002/jad.12031[114] Wright M, Reitegger F, Cela H, Papst A, Gasteiger-Klicpera B. Interventions with Digital Tools for Mental Health Promotion among 11-18 Year Olds: A Systematic Review and Meta-Analysis J Youth Adolesc 2023/04/;52(4):754
http://dx.doi.org/10.1007/s10964-023-01735-4 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36754917 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36754917[115] Ridout B, Campbell A. The Use of Social Networking Sites in Mental Health Interventions for Young People: Systematic Review J Med Internet Res 2018/12/18;20(12):e12244
http://dx.doi.org/10.2196/12244 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30563811 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30563811[116] Heberle AE, Krill SC, Briggs-Gowan MJ, Carter AS. Predicting externalizing and internalizing behavior in kindergarten: examining the buffering role of early social support J Clin Child Adolesc Psychol 2015;44(4):640
http://dx.doi.org/10.1080/15374416.2014.886254 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24697587 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24697587[117] Astill RG, Van der Heijden KB, Van IJzendoorn MH, Van Someren EJW. Sleep, cognition, and behavioral problems in school-age children: A century of research meta-analyzed. Psychological Bulletin 2012;138(6):1109
http://dx.doi.org/10.1037/a0028204 http://dx.doi.org/10.1037/a0028204[118] Lindsay G, Dockrell JE, Strand S. Longitudinal patterns of behaviour problems in children with specific speech and language difficulties: Child and contextual factors British Journal of Educational Psychology 2007;77(4):811
http://dx.doi.org/10.1348/000709906x171127 http://dx.doi.org/10.1348/000709906x171127[119] Veldman K, Bültmann U, Stewart RE, Ormel J, Verhulst FC, Reijneveld SA. Mental health problems and educational attainment in adolescence: 9-year follow-up of the TRAILS study PLoS One 2014/07/21;9(7):e101751
http://dx.doi.org/10.1371/journal.pone.0101751 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25047692 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25047692[120] Marmot M, Wilkinson RG. Social organization, stress, and health Social Determinants of Health 2005
http://dx.doi.org/10.1093/acprof:oso/9780198565895.003.02 http://dx.doi.org/10.1093/acprof:oso/9780198565895.003.02[121] McCrory E, De Brito SA, Viding E. Research Review: The neurobiology and genetics of maltreatment and adversity Journal of Child Psychology and Psychiatry 2010;51(10):1079
http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2010.02271.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1469-7610.2010.02271.x[122] Teicher MH, Andersen SL, Polcari A, Anderson CM, Navalta CP, Kim DM. The neurobiological consequences of early stress and childhood maltreatment Neuroscience & Biobehavioral Reviews 2003;27(1-2):33
http://dx.doi.org/10.1016/s0149-7634(03)00007-1 http://dx.doi.org/10.1016/s0149-7634(03)00007-1[123] Reef J., Diamantopoulou S., Van Meurs I., Verhulst F., Van Der Ende J.. Child to adult continuities of psychopathology: a 24‐year follow‐up Acta Psychiatrica Scandinavica 2009;120(3):230
http://dx.doi.org/10.1111/j.1600-0447.2009.01422.x http://dx.doi.org/10.1111/j.1600-0447.2009.01422.x[124] HOFSTRA MB, VAN DER ENDE JAN, VERHULST FC. Child and Adolescent Problems Predict DSM-IV Disorders in Adulthood: A 14-Year Follow-up of a Dutch Epidemiological Sample Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2002;41(2):182
http://dx.doi.org/10.1097/00004583-200202000-00012 http://dx.doi.org/10.1097/00004583-200202000-00012[125] Commisso M, Temcheff C, Orri M, Poirier M, Lau M, Côté S, Vitaro F, Turecki G, Tremblay R, Geoffroy M-C. Childhood externalizing, internalizing and comorbid problems: distinguishing young adults who think about suicide from those who attempt suicide Psychological Medicine 2021;53(3):1030
http://dx.doi.org/10.1017/s0033291721002464 http://dx.doi.org/10.1017/s0033291721002464[126] Vergunst F, Commisso M, Geoffroy M-C, Temcheff C, Poirier M, Park J, Vitaro F, Tremblay R, Côté S, Orri M. Association of Childhood Externalizing, Internalizing, and Comorbid Symptoms With Long-term Economic and Social Outcomes JAMA Netw Open 2023/01/03;6(1):e2249568
http://dx.doi.org/10.1001/jamanetworkopen.2022.49568 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36622675 https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/36622675[127] van Steijn, de Winter, Seijneveld. Stabiliteit en verandering van psychosociale gezondheid en leefstijl bij adolescenten en mogelijkheden voor interventies. Bouwstenen voor het Extra Contactmoment Adolescenten. RUG; UMCG 2014
[128] CBS. Landelijke Jeugdmonitor 2023
https://download.cbs.nl/pdf/Landelijke%20jeugdmonitor%202023.pdf[129] Koopman-Verhoeff, Jansen, Boomsma, Branje, Oldehinkel, Hillegers. Risicofactoren voor psychische problemen en mogelijke interventies in de jonge jaren: Nederlands cohortonderzoek Tijdschrift voor Psychiatrie 2021
[130] Venneste, Wessels, van den Haak, Pijpers, Feron. Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond? NCJ 2019
https://www.ncj.nl/wp-content/uploads/media-import/04151a81-ab2f-4258-87f0-59d86052c3a1.pdf[131] van Dorsselaer, Ramaker, de Gee. KOPP/KOV: Feiten en cijfers. Landelijke omvang KOPP/KOV-groep Trimbos 2023
https://www.trimbos.nl/kennis/kopp-kov/feiten-en-cijfers/[132] Romijn, de Graaf, de Jonge. Kwetsbare kinderen: literatuurstudie over verhoogde en onder kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen. Trimbos 2010
https://www.trimbos.nl/docs/af1060-kwetsbare-kinderen.pdf[133] Zoon, van Rooijen, Foolen. Wat werkt bij licht verstandelijk beperkte ouders? NJI 2019
https://www.nji.nl/uploads/2021-06/Wat-werkt-voor-licht-verstandelijk-beperkte-ouders.pdf[134] Lalmuanawma, Elizabeth. Psychosocial Issues of Adolescents Living with Single Parent Families. Mizoram University Journal of Humanities and Social Sciences 2022
[135] Raza. The Influence of Family Structures on Child Development: An Interdisciplinary Approach. Journal for Current Sign 2024
[136] Mercier. NIEUW SAMENGESTELDE GEZINNEN: HET VERBAND TUSSEN PERSOONLIJKHEID EN BEÏNVLOEDING IN DE PLUSOUDER-KIND RELATIE. Universiteit Gent. Master thesis 2019
https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/784/937/RUG01-002784937_2019_0001_AC.pdf[137] Kullberg, Mouktadibillah, de Vries. Opgroeien in een kwetsbare wijk.
https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2021/05/27/opgroeien-in-een-kwetsbare-wijk[138] APA. Health advisory on social media use in adolescence. APA 2023
https://www.apa.org/topics/social-media-internet/health-advisory-adolescent-social-media-use[139] Letourneau, Duffett-Leger, Levac, Watson, Young-Morris. Socioeconomic status and child development: A meta-analysis. Journal of Emotional and Behavioral Disorders 2013
[140] CBS. Jaarrapport integratie 2020
https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2020/46/jaarrapport-integratie-2020[141] Schlack, Peerenboom, Neuperdt, Junker, Beyer. The effects of mental health problems in childhood and adolescence in young adults: Results of the KiGGS cohort. Journal of Health Monitoring 2021
[142] Kalthoff. Opgroeien en opvoeden in armoede. NJI 2020
https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Opgroeien-en-opvoeden-in-armoede.pdf[143] Fischer, Tieskens, Luijten, Zijlmans, van Oers, de Groot, Popma. Internalizing problems before and during the COVID-19 pandemic in independent samples of Dutch children and adolescents with and without pre-existing mental health problems European child & adolescent psychiatry 2023
[144] Boer, Verhulst. Kompas Kinder-en Jeugd-psychiatrie. De Tijdstroom, Utrecht 2014
[145] Zhang Q, Wang J, Neitzel A. School-based Mental Health Interventions Targeting Depression or Anxiety: A Meta-analysis of Rigorous Randomized Controlled Trials for School-aged Children and Adolescents Journal of Youth and Adolescence 2023;52(1):195
http://dx.doi.org/10.1007/s10964-022-01684-4 https://doi.org/10.1007/s10964-022-01684-4[146] Cohen KA, Ito S, Ahuvia IL, Yang Y, Zhang Y, Renshaw TL, Larson M, Cook C, Hill S, Liao J. Brief school-based interventions targeting student mental health or well-being: a systematic review and meta-analysis Clinical child and family psychology review 2024;27(3):732
[147] Rastogi S, Cadmus-Bertram L, Meyers L. Psychosocial effects of physical activity interventions for preschoolers, children, and adolescents: role of intervention settings American Journal of Health Promotion 2023;37(4):538
[148] Spruit A, Assink M, van Vugt E, van der Put C, Stams GJ. The effects of physical activity interventions on psychosocial outcomes in adolescents: A meta-analytic review Clinical psychology review 2016;45():56
[149] Achenbach, T. M., McConaughy, S. H., Howell, C. T.. Child/adolescent behavioral and emotional problems: Implications of cross-informant correlations for situational specificity 1987
[150] Armitage, R.. Bullying in children: impact on child health 2021
https://doi.org/10.1136/BMJPO-2020-000939[151] Belhadj Kouider, E., Koglin, U., Petermann, F.. Emotional and behavioral problems in migrant children and adolescents in Europe: A systematic review 2014
https://doi.org/10.1007/S00787-013-0485-8/TABLES/2[152] Bolten, M., Nast, I., Skrundz, M., Stadler, C., Hellhammer, D. H., Meinlschmidt, G.. Prenatal programming of emotion regulation: Neonatal reactivity as a differential susceptibility factor moderating the outcome of prenatal cortisol levels 2013
https://doi.org/10.1016/J.JPSYCHORES.2013.04.014[153] Bontje, M.. Van risicotaxatie naar gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ) Samen met ouders en jeugdigen krachten en behoeften in beeld brengen 2013
[154] Bontje, M. C., de Ronde, R. W., Dubbeldeman, E. M., Kamphuis, M., Reis, R., Crone, M. R.. Parental engagement in preventive youth health care: Effect evaluation 2021
[155] Briggs, R.D., Stettler, E.M., Johnson Silver, E., Schrag, R.D.A., Nayak, M., Chinitz, S., Racine, A.D.. Social-emotional screening for infants and toddlers in primary care 2012
[156] Camerini, A. L., Marciano, L., Carrara, A., Schulz, P. J.. Cyberbullying perpetration and victimization among children and adolescents: A systematic review of longitudinal studies 2020
https://doi.org/10.1016/J.TELE.2020.101362[157] Christina, S., Magson, N. R., Kakar, V., Rapee, R. M.. The bidirectional relationships between peer victimization and internalizing problems in school-aged children: An updated systematic review and meta-analysis 2021
https://doi.org/10.1016/J.CPR.2021.101979[158] Cuijpers, P., Van Straten, A., Smit, F.. Preventing the incidence of new cases of mental disorders: a meta-analytic review 2005
[159] Cummings, E. M., Davies, P. T.. Maternal Depression and Child Development 1994
https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.1994.tb01133.x[160] De Raeymaecker, K., Dhar, M.. The Influence of Parents on Emotion Regulation in Middle Childhood: A Systematic Review 2022
https://doi.org/10.1007/978-90-368-3023-2_37[161] Fekkes, M., de Wolff, M., Rutgers, L.. METAONDERZOEK VEERKRACHT 2023
[162] Feldman, M. A.. Children of Parents with Intellectual Disabilities 2002
https://doi.org/10.1007/978-1-4615-1739-9_10[163] Fischer, K., Tieskens, J. M., Luijten, M. A. J., Zijlmans, J., van Oers, H. A., de Groot, R., van der Doelen, D., van Ewijk, H., Klip, H., van der Lans, R. M., De Meyer, R., van der Mheen, M., van Muilekom, M. M., Hyun Ruisch, I., Teela, L., van den Berg, G., Bruining, H., van der Rijken, R., Buitelaar, J., … Popma, A.. Internalizing problems before and during the COVID-19 pandemic in independent samples of Dutch children and adolescents with and without pre-existing mental health problems 2023
https://doi.org/10.1007/S00787-022-01991-Y[164] Flinn, C., McInerney, A., Nearchou, F.. The prevalence of comorbid mental health difficulties in young people with chronic skin conditions: A systematic review and meta-analysis 2024
https://doi.org/10.1177/13591053241252216/SUPPL_FILE/SJ-DOCX-1-HPQ-10.1177_13591053241252216.DOCX[165] Geeraert, L., Noortgate van den, W., Grietens, H., Onghena, P.. The effects of early prevention programs for families with young children at risk for physical child abuse and neglect: a meta-analysis 2004
[166] Goodnight, J. A., Donahue, K. L., Waldman, I. D., Van Hulle, C. A., Rathouz, P. J., Lahey, B. B., D’Onofrio, B. M.. Genetic and Environmental Contributions to Associations between Infant Fussy Temperament and Antisocial Behavior in Childhood and Adolescence 2016
https://doi.org/10.1007/s10519-016-9794-2[167] Grüning Parache, L., Vogel, M., Meigen, C., Kiess, W., Poulain, T.. Family structure, socioeconomic status, and mental health in childhood 2024
https://doi.org/10.1007/S00787-023-02329-Y/TABLES/3[168] Harland, P., Reijneveld, S. A., Brugman, E., Verloove-Vanhorick, S. P., Verhulst, F. C.. Family factors and life events as risk factors for behavioural and emotional problems in children 2002
https://doi.org/10.1007/s00787-002-0277-z[169] Heberle, A. E., Krill, S. C., Briggs-Gowan, M. J., Carter, A. S.. Predicting externalizing and internalizing behavior in kindergarten: examining the buffering role of early social support 2015
https://doi.org/10.1080/15374416.2014.886254[170] Hipwell, A. E., GOOSSENS, F. A., MELHUISH, E. C., KUMAR, R.. Severe maternal psychopathology and infant–mother attachment 2000
https://doi.org/10.1017/s0954579400002030[171] Huisman, J., Flapper, B. C. T., Kalverdijk, L. J., L’Hoir, M. P., van Weel, E. A. F.. Gedragsproblemen bij kinderen 2010
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8657-4[172] Kerr, D. C. R., Lopez, N. L., Olson, S. L., Sameroff, A. J.. Parental Discipline and Externalizing Behavior Problems in Early Childhood: The Roles of Moral Regulation and Child Gender 2004
https://doi.org/10.1023/b:jacp.0000030291.72775.96[173] Klasen, F., Otto, C., Kriston, L., Patalay, P., Schlack, R., Ravens-Sieberer, U.. Risk and protective factors for the development of depressive symptoms in children and adolescents: results of the longitudinal BELLA study 2015
https://doi.org/10.1007/S00787-014-0637-5/FIGURES/1[174] Kruizinga, I.. Early detection of emotional and behavioural problems in preschool children 2015
[175] Lalmuanawma, J., Elizabeth, H.. Psychosocial Issues of Adolescents Living with Single Parent Families 2020
http://www.mzuhssjournal.in/[176] Lavigne, J. V., Meyers, K. M., Feldman, M.. Systematic review: classification accuracy of behavioral screening measures for use in integrated primary care settings 2016
[177] Li, C., Cheng, G., Sha, T., Cheng, W., Yan, Y.. The Relationships between Screen Use and Health Indicators among Infants, Toddlers, and Preschoolers: A Meta-Analysis and Systematic Review 2020
https://doi.org/10.3390/IJERPH17197324[178] Luijk, M.. Onzekerheid en ondersteuning bij alledaagse opvoedproblemen 2024
https://www.aup-online.com/docserver/fulltext/15677109/44/1/PED2024.1.007.LUIJ.pdf?expires=1744621147&id=id&accname=guest&checksum=6C4B7F8D7C484AFACBFD94C045116009[179] Madigan, S., Deneault, A.-A., Duschinsky, R., Bakermans-Kranenburg, M. J., Schuengel, C., van IJzendoorn, M. H., Ly, A., Fearon, R. M. P., Eirich, R., Verhage, M. L.. Maternal and paternal sensitivity: Key determinants of child attachment security examined through meta-analysis. 2024
[180] Madigan, S., Oatley, H., Racine, N., Fearon, R. M. P., Schumacher, L., Akbari, E., Cooke, J. E., Tarabulsy, G. M.. A Meta-Analysis of Maternal Prenatal Depression and Anxiety on Child Socioemotional Development 2018
https://doi.org/10.1016/j.jaac.2018.06.012[181] McCrory, E., De Brito, S. A., Viding, E.. Research Review: The neurobiology and genetics of maltreatment and adversity 2010
https://doi.org/10.1111/j.1469-7610.2010.02271.x[182] McGorry, P. D., Mei, C., Dalal, N., Alvarez-Jimenez, M., Blakemore, S. J., Browne, V., Dooley, B., Hickie, I. B., Jones, P. B., McDaid, D., Mihalopoulos, C., Wood, S. J., El Azzouzi, F. A., Fazio, J., Gow, E., Hanjabam, S., Hayes, A., Morris, A., Pang, E., … Killackey, E.. The Lancet Psychiatry Commission on youth mental health 2024
[183] McKenzie Smith, M., Pinto Pereira, S., Chan, L., Rose, C., Shafran, R.. Impact of well-being interventions for siblings of children and young people with a chronic physical or mental health condition: a systematic review and meta-analysis 2018
[184] Metzner, F., Adedeji, A., Wichmann, M. L. Y., Zaheer, Z., Schneider, L., Schlachzig, L., Richters, J., Heumann, S., Mays, D.. Experiences of Discrimination and Everyday Racism Among Children and Adolescents With an Immigrant Background – Results of a Systematic Literature Review on the Impact of Discrimination on the Developmental Outcomes of Minors Worldwide 2022
https://doi.org/10.3389/FPSYG.2022.805941/BIBTEX[185] Mieloo, C. L., Bevaart, F., Donker, M. C., van Oort, F. V., Raat, H., Jansen, W.. Validation of the SDQ in a multi-ethnic population of young children 2014
[186] Moore, S. E., Norman, R. E., Suetani, S., Thomas, H. J., Sly, P. D., Scott, J. G.. Consequences of bullying victimization in childhood and adolescence: A systematic review and meta-analysis 2017
https://doi.org/10.5498/WJP.V7.I1.60[187] Namazi, S. A., Sadeghi, S.. The immediate impacts of TV programs on preschoolers’ executive functions and attention: a systematic review 2024
https://doi.org/10.1186/S40359-024-01738-1/FIGURES/2[188] Peverill, M., Dirks, M. A., Narvaja, T., Herts, K. L., Comer, J. S., McLaughlin, K. A.. Socioeconomic status and child psychopathology in the United States: A meta-analysis of population-based studies 2021
https://doi.org/10.1016/j.cpr.2020.101933[189] Pinquart, M.. Systematic Review: Bullying Involvement of Children With and Without Chronic Physical Illness and/or Physical/Sensory Disability—a Meta-Analytic Comparison With Healthy/Nondisabled Peers 2017
https://doi.org/10.1093/JPEPSY/JSW081[190] Plant, D. T., Barker, E. D., Waters, C. S., Pawlby, S., Pariante, C. M.. Intergenerational transmission of maltreatment and psychopathology: the role of antenatal depression 2013
[191] Rijlaarsdam, J., Stevens, G. W. J. M., van der Ende, J., Hofman, A., Jaddoe, V. W. V, Mackenbach, J. P., Verhulst, F. C., Tiemeier, H.. Economic disadvantage and young children’s emotional and behavioral problems: mechanisms of risk 2013
https://doi.org/10.1007/s10802-012-9655-2[192] Rijnders, M., Vink, R., Bontje, M.. Kraamzorg op maat Gezamenlijk Inschatten Zorgbehoeften (GIZ) in de kraamzorg 2021
[193] Roncero, C., Valriberas-Herrero, I., Mezzatesta-Gava, M., Villegas, J. L., Aguilar, L., Grau-López, L.. Cannabis use during pregnancy and its relationship with fetal developmental outcomes and psychiatric disorders 2020
https://doi.org/10.1186/s12978-020-0880-9[194] Rutherford, H. J., Wallace, N. S., Laurent, H. K., Mayes, L. C.. Emotion regulation in parenthood 2015
[195] Sanders, M. R., Mazzucchelli, T. G.. The promotion of self-regulation through parenting interventions 2013
[196] Smits, I. A., Theunissen, M. H., Reijneveld, S. A., Nauta, M. H., Timmerman, M. E.. Measurement invariance of the parent version of the Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) across community and clinical populations 2016
[197] Stevens, G. W. J. M., Vollebergh, W. A. M.. Mental health in migrant children 2008
https://doi.org/10.1111/J.1469-7610.2007.01848.X[198] Tarabulsy, G. M., Pearson, J., Vaillancourt-Morel, M.-P., Bussières, E.-L., Madigan, S., Lemelin, J.-P., Duchesneau, A.-A., Hatier, D.-E., Royer, F.. Meta-Analytic Findings of the Relation Between Maternal Prenatal Stress and Anxiety and Child Cognitive Outcome 2014
https://doi.org/10.1097/dbp.0000000000000003[199] Theunissen, M. H., de Wolff, M. S., Eekhout, I., van Vulpen, C., Reijneveld, S. A.. A study on the applicability of the Strengths and Difficulties Questionnaire among low-and higher-educated adolescents 2024
[200] Theunissen, M. H., Vogels, A. G., de Wolff, M. S., Reijneveld, S. A.. Characteristics of the strengths and difficulties questionnaire in preschool children 2013
[201] Theunissen, M. H., Vogels, A. G., de Wolff, M. S., Crone, M. R., Reijneveld, S. A.. Comparing three short questionnaires to detect psychosocial problems among 3 to 4-year olds 2015
[202] Wright, M., Reitegger, F., Cela, H., Papst, A., Gasteiger-Klicpera, B.. Interventions with Digital Tools for Mental Health Promotion among 11-18 Year Olds: A Systematic Review and Meta-Analysis 2023
https://doi.org/10.1007/s10964-023-01735-4[203] Zeanah, P. D., Stafford, B. S., Nagle, G. A., Rice, T.. Addressing Social-Emotional Development and Infant Mental Health in Early Childhood Systems 2005
[204] Zeijl, E., Crone, M., Wiefferink, K., Keuzenkamp, S., Reijneveld, M.. Kinderen in Nederland 2005
[205] Vogels AGC. The identification by Dutch preventive child health care of children with psychosocial problems: do short questionnaires help? 2008
[206] Theunissen MHC, de Wolff MS, Vogels AGC, Reijneveld SA. Het opsporen van psychosociale problemen bij kinderen in de leeftijd van nul tot en met zes jaar door de jeugdgezondheidszorg JGZ Tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg 2014;46(3):46
[207] Lane SJ, Reynolds S, Dumenci L. Sensory overresponsivity and anxiety in typically developing children and children with autism and attention deficit hyperactivity disorder: cause or coexistence? The American Journal of Occupational Therapy 2012;66(5):595
[208] Koning I, Vossen H, Brons H, van den Eijnden R. RICHTLIJN GEZOND SCHERMGEBRUIK 2025
[209] Bjornestad J, Hegelstad WTV, Berg H, Davidson L, Joa I, Johannessen JO, Melle I, Stain HJ, Pallesen S. Social Media and Social Functioning in Psychosis: A Systematic Review J Med Internet Res 2019;21(6):e13957
http://dx.doi.org/10.2196/13957 http://www.jmir.org/2019/6/e13957/[210] Renkens J, Rommes E, van den Muijsenbergh M. Refugees’ agency: On resistance, resilience, and resources International journal of environmental research and public health 2022;19(2):806
[211] Kleinjan M, Pieper I, Stevens GWJM, Van de Klundert N, Rombouts M, Boer M, Lammers J. Geluk onder druk?: Onderzoek naar het mentaal welbevinden van jongeren in Nederland 2020
[212] Simeon D, Yehuda R, Cunill R, Knutelska M, Putnam FW, Smith LM. Factors associated with resilience in healthy adults Psychoneuroendocrinology 2007;32(8-10):1149
[213] Sroufe LA. Attachment and development: A prospective, longitudinal study from birth to adulthood Attachment & human development 2005;7(4):349
[214] de Wolff MS, Theunissen MH, Vogels AG, Reijneveld SA. Three questionnaires to detect psychosocial problems in toddlers: a comparison of the BITSEA, ASQ: SE, and KIPPPI Academic pediatrics 2013;13(6):587
[215] Vugteveen J, de Bildt A, Serra M, de Wolff MS, Timmerman ME. Psychometric properties of the Dutch strengths and difficulties questionnaire (SDQ) in adolescent community and clinical populations Assessment 2020;27(7):1476
[216] Mieloo C. Early detection and referral of young children with psychosocial problems in the preventive child health care 2015
[217] Vogels AGC, Siebelink BM, Theunissen MHC, De Wolff MS, Reijneveld SA. Vergelijking van de KIVPA en de SDQ als signaleringsinstrument voor problemen bij adolescenten in de Jeugdgezondheidszorg null: (null) 2011
[218] Reijneveld SA, Vogels AGC, Brugman E, Van Ede J, Verhulst FC, Verloove‐Vanhorick SP. Early detection of psychosocial problems in adolescents: how useful is the Dutch short indicative questionnaire (KIVPA)? The European Journal of Public Health 2003;13(2):152
[219] Cianchetti, C.. Early detection of behavioral and emotional problems in school-aged children and adolescents: the parent questionnaires 2020
[220] Pontoppidan, M., Niss, N. K., Pejtersen, J. H., Julian, M. M., Væver, M. S.. Parent report measures of infant and toddler social-emotional development: a systematic review 2017
[221] Byrne, E. M., Eneberi, A., Barker, B., Grimas, E., Iles, J., Pote, H., ..., O’Farrelly, C. M.. Psychometric properties of the preschool strengths and difficulties questionnaire (SDQ) in UK 1-to-2-year-olds 2024
[222] Patel, J., Smith, R., O’Farrelly, C., Iles, J., Rosan, C., Ryan, R., Ramchandani, P.. Assessing behavior in children aged 12–24 months using the Strengths and Difficulties Questionnaire 2021
[223] Hattangadi, N., Cost, K. T., Birken, C. S., Borkhoff, C. M., Maguire, J. L., Szatmari, P., Charach, A.. Parenting stress during infancy is a risk factor for mental health problems in 3-year-old children 2020
[224] Gustafsson, B. M., Gustafsson, P. A., Proczkowska-Björklund, M.. The Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) for preschool children—a Swedish validation 2016
[225] Staal, I.I.E.. Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘SPARK’ 2021
[226] Staal, I.I.E., Van Stel, H.F., Hermanns, J.M.A., Schrijvers, A.J.P.. Early detection of parenting and developmental problems in young children: nonrandomised comparison of visits to the well-baby clinic with or without a validated interview 2016
[227] Staal, I.I.E., Van Stel, H.F., Hermanns, J.M.A., Schrijvers, A.J.P.. Early detection of parenting and developmental problems in toddlers: a randomized trial of home visits versus well-baby clinic visits in the Netherlands 2015
[228] Staal, I.I.E., Hermanns, J.M.A., Schrijvers, A.J.P., van Stel, H.F.. Vroegsignalering van opvoed- en opgroeiproblemen bij peuters: validiteit en betrouwbaarheid van een gestructureerd interview 2013
[229] Stone, L. L., Janssens, J. M., Vermulst, A. A., Van Der Maten, M., Engels, R. C., Otten, R.. The Strengths and Difficulties Questionnaire: Psychometric properties of the parent and teacher version in children aged 4–7 2015
[230] Vugteveen, J., de Bildt, A., Timmerman, M. E.. Normative data for the self-reported and parent-reported Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) for ages 12–17 2022
[231] Vugteveen, J., de Bildt, A., Theunissen, M., Reijneveld, S. A., Timmerman, M.. Validity aspects of the strengths and difficulties questionnaire (SDQ) adolescent self-report and parent-report versions among Dutch adolescents 2021
[232] Vugteveen, J., Timmerman, M., De Bildt, A., De Wolff, M., Theunissen, M.. SDQ bruikbaar voor jongeren tot achttien jaar: Scores nog beter benutten met'SDQ-profiel' 2020
[233] Vugteveen, J., De Bildt, A., Hartman, C. A., Timmerman, M. E.. Using the Dutch multi-informant Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) to predict adolescent psychiatric diagnoses 2018
[234] Geerlings J., Noordewier Y., Kromhout M., van Kleef N.. Ervaringen en aanpak van pestgedrag tegenover lhbtiq+ jongeren in het voortgezet onderwijs null: (null) 2022
http://rapport-ervaringen-en-aanpak-van-pestgedrag-tegenover-lhbtiq-jongeren-in-het-voortgezet-onderwijs.pdf[235] Lodewick J., Geurts R., Lucas K., van den Broek A., Ramakers C.. Veilig op school null: (null) 2023
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-cc7801d0a9d84b9548e0911b8c71e6e061d03443/pdf[236] Rietman A., Titulaer S., Ewals F.. Prikkelverwerking n.d.
https://werkboeken.nvk.nl/emb/Somatische-problematiek/Zintuigstoornissen/Prikkelverwerking[237] Theunissen MHC. The early detection of psychosocial problems in children aged 0 to 6 years by Dutch preventive child healthcare: professionals and their tools 2013
[238] Vugteveen J. Measurement quality of the Strengths and Difficulties Questionnaire for assessing psychosocial behaviour among Dutch adolescents 2020
[239] Theunissen MH, de Wolff MS, Deurloo JA, Vogels AG, Reijneveld SA. Computerized adaptive testing to screen children for emotional and behavioral problems by preventive child healthcare BMC pediatrics 2020;20(1):119
[240] Brugman E, Reijneveld SA, Verhulst FC, Verloove-Vanhorick SP. Onderkenning van en beleid bij psychosociale problemen in de schoolgezondheidszorg Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2001;145(37):1790
[241] Maciver D, Rutherford M, Arakelyan S, Kramer JM, Richmond J, Todorova L, Romero-Ayuso D, Nakamura-Thomas H, Ten Velden M, Finlayson I. Participation of children with disabilities in school: A realist systematic review of psychosocial and environmental factors PloS one 2019;14(1):e0210511
[242] De Graaf I, Speetjens P, Smit F, De Wolff M, Tavecchio L. Effectiveness of the Triple P Positive Parenting Program on behavioral problems in children: A meta-analysis Behavior modification 2008;32(5):714
[243] Schappin R, De Graaf IM, Reijneveld SA. Effectiviteit van Triple P in Nederland: stand van zaken en controverse Kind en adolescent 2017;38(2):75
[244] Staal IIE. Early detection of parenting and developmental problems in young children: A structured dialogue with parents null: (null) 2016
[245] Ince D, Udo N. Wat werkt in Opvoedingsondersteuning? What works in Parenting Support 2018
https://www.nji.nl/system/files/2021-05/Opvoedsteun-Wat-werkt.pdf[246] van IJzendoorn MH, Schuengel C, Wang Q, Bakermans-Kranenburg MJ. Improving parenting, child attachment, and externalizing behaviors: Meta-analysis of the first 25 randomized controlled trials on the effects of Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline Development and Psychopathology 2023;35(1):241
http://dx.doi.org/DOI:%2010.1017/S0954579421001462 https://www.cambridge.org/core/product/D6711F49014002C4FFB1A713E2A28743[247] Bastounis A, Callaghan P, Banerjee A, Michail M. The effectiveness of the Penn Resiliency Programme (PRP) and its adapted versions in reducing depression and anxiety and improving explanatory style: A systematic review and meta-analysis Journal of adolescence 2016;52():37
[248] Sanchez AL, Cornacchio D, Poznanski B, Golik AM, Chou T, Comer JS. The effectiveness of school-based mental health services for elementary-aged children: A meta-analysis Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry 2018;57(3):153
[249] Blossom JB, Jungbluth N, Dillon-Naftolin E, French W. Treatment for Anxiety Disorders in the Pediatric Primary Care Setting Child and Adolescent Psychiatric Clinics 2023;32(3):601
[250] Tuenter T, Van den Berg B, Bastiaanssen I. Tuenter, van den Berg & Bastiaanssen Nederlangs Jeugdinstituur 2021
https://www.nji.nl/system/files/2021-06/Effecten-van-preventie-in-het-jeugdveld.pdf[251] Ginsburg GS, Silverman WK, Kurtines WK. Family involvement in treating children with phobic and anxiety disorders: A look ahead Clinical Psychology Review 1995;15(5):457
[252] Leahy‐Warren P, McCarthy G, Corcoran P. First‐time mothers: social support, maternal parental self‐efficacy and postnatal depression Journal of clinical nursing 2012;21(3‐4):388
[253] Asscher JJ, Hermanns JM, Deković M. Effectiveness of the Home‐Start parenting support program: Behavioral outcomes for parents and children Infant Mental Health Journal: Official Publication of The World Association for Infant Mental Health 2008;29(2):95
[254] Deković M, Asscher JJ, Hermanns JO, Reitz E, Prinzie P, van den Akker AL. Tracing changes in families who participated in the home-start parenting program: Parental sense of competence as mechanism of change Prevention science 2010;11(3):263
[255] Van Aar JV, Asscher JJ, Zijlstra BJ, Deković M, Hoffenaar PJ. Changes in parenting and child behavior after the home-start family support program: A 10 year follow-up Children and youth services review 2015;53():166
[256] American Psychological Association. Health Advisory on Social Media Use in Adolescence (null) 2023
https://www.apa.org/news/press/releases/2023/05/social-media-use-adolescence.pdfKlik op de knop hieronder om de richtlijn te printen.