2 Preventie

JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag

JGZ-richtlijn Voeding en eetgedrag

Voeding en eetgedrag

1.  De JGZ heeft een belangrijke taak in de universele en individuele preventie van voedings- en eetproblemen en het beantwoorden van vragen van ouders/verzorgers met betrekking tot voeding en eetgedrag. De preventieve taken bestaan uit:

  •  Het volgen van de groei en ontwikkeling van kinderen;
  •  Het verschaffen van informatie over gezonde voeding, inclusief borstvoeding, en leeftijdsadequaat eetgedrag en het geven van adviezen aan ouders/verzorgers om de ontwikkeling van verstoorde patronen op deze gebieden te voorkomen.

 

Kinderen met specifieke somatische aandoeningen (waaronder prematuriteit, schisis, neurologische ontwikkelingsstoornissen en voedselovergevoeligheid) kunnen een ander voedingsadvies hebben. Deze worden kort beschreven in 1.5.1 Speciale groepen. 

2.  De JGZ heeft ook belangrijke taak in het signaleren van voedings- en eetproblemen. Soms is sprake van voedingsproblemen, zoals spugen, diarree, moeizame of harde ontlasting. Aanpassingen in de voeding en/of het voedingspatroon zal meestal voldoende zijn om de klachten te verminderen of te verhelpen. Eetproblemen komen ook bij zeer jonge kinderen voor. Het gaat hierbij om het niet willen, kunnen, durven of mogen eten en/of drinken. Dit leidt veelal tot zorgen en stress bij ouders/verzorgers. Meestal zijn de eetproblemen van voorbijgaande aard, maar soms blijven kinderen ‘hangen’ in een patroon van voedselweigering.

De JGZ brengt op basis van de spontaan genoemde symptomen, de afname van een voedings- en eetanamnese en lichamelijk onderzoek, het voedingspatroon, eetgedrag en de lichamelijke toestand van het kind in kaart. Om eetgedrag verder in kaart te brengen bieden zowel een verdiepende anamnese en directe observatie als videoanalyse van eetgedrag ingangen. In een gesprek met de ouders inventariseert de JGZ de klachten, zorgen en gevoelens die het eetgedrag bij de ouders veroorzaakt. Let daarbij op oogcontact, stemgebruik, lichaamshouding en gebaren van de ouders/verzorgers! 

Aan de hand van de bevindingen bij anamnese en lichamelijk onderzoek (incl. biometrie) beoordeelt de JGZ in samenspraak met de ouders/verzorgers of verwijzing op grond van de aard en de ernst van de klachten geïndiceerd is (zie module ‘Samenwerken en verwijzen’).

Heb je suggesties voor verbetering van deze JGZ-richtlijn?

Geef jouw feedback

Heb je vragen?

Neem voor vragen of meer informatie contact met ons op

Contact opnemen