Lees meer in de onderliggende hoofdstukken.
Introductie, materialen & referenties
JGZ-richtlijn Overgewicht
JGZ-richtlijn Overgewicht
Let op: deze richtlijn is momenteel in herziening.
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Let op: feedback ronde loopt
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Let op: Praktijktest bezig
Dit betekent niet dat de inhoud van deze richtlijn incorrect is. Tot de herziening blijft de richtlijn leidend voor de praktijk. Wel bestaat er een kans dat een deel van de informatie verouderd is.
Heb je feedback over deze JGZ-richtlijn? Vul dan het feedback formulier in op de introductie pagina van de richtlijn.
Richtlijn inhoudsopgave
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Preventie en signaleren Ga naar pagina over 3 Preventie en signaleren
4 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 4 Samenwerken en verwijzen
5 Begeleiden Ga naar pagina over 5 Begeleiden
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
7 Totstandkoming Ga naar pagina over 7 Totstandkoming
8 Verantwoording Ga naar pagina over 8 Verantwoording
1 Inleiding Ga naar pagina over 1 Inleiding
2 Kennismodule Ga naar pagina over 2 Kennismodule
3 Preventie en signaleren Ga naar pagina over 3 Preventie en signaleren
4 Samenwerken en verwijzen Ga naar pagina over 4 Samenwerken en verwijzen
5 Begeleiden Ga naar pagina over 5 Begeleiden
6 Bijlagen Ga naar pagina over 6 Bijlagen
7 Totstandkoming Ga naar pagina over 7 Totstandkoming
8 Verantwoording Ga naar pagina over 8 Verantwoording
Deze richtlijn heeft geen bijgevoegde bestanden
Deze richtlijn heeft geen bijgevoegde referenties
1 Inleiding
Nieuw in de richtlijn
Deze richtlijn vervangt de versie uit 2012 en is volledig geactualiseerd en modulair opgebouwd. Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie zijn: inzet van psychosociale en leefstijltools; bloeddrukmeting bij kinderen ≥ 3 jaar met overgewicht of obesitas (graad I, graad II / III); standaard nuchter glucose via huisarts of JGZ bij kinderen ≥ 9 jaar met obesitas graad I; de JV en centrale zorgverlener hebben een sleutelrol in de aanpak van overgewicht / obesitas; gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR) wordt gebruikt als beleidscriterium.
Afbakening
De aanbevelingen in deze richtlijn zijn bedoeld voor momenten van contact met kinderen (0 tot 18 jaar) met en zonder overgewicht en obesitas, hun ouders en opvoeders.
Herziening
Voor deze richtlijn is de standaard herzieningstermijn voor richtlijnen van vijf jaar van toepassing.
1.1 Waarom deze richtlijn?
Deze richtlijn gaat over overgewicht. Bij obesitas is sprake van ernstig overgewicht. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert obesitas als een chronische ziekte waarbij een overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat die aanleiding geeft tot belangrijke gezondheidsrisico’s. Overgewicht en obesitas worden bij kinderen vastgesteld op basis van de BMI (Body Mass Index; kg/m²) in relatie tot leeftijd en geslacht. Overgewicht heeft bijna altijd meerdere oorzaken.
1.2 Waar gaat deze richtlijn over?
Deze richtlijn bestaat uit vier modules: één kennismodule en drie actiegerichte modules met aanbevelingen:
- De kennismodule biedt een introductie op het thema ‘Overgewicht’. In deze module staat de kennis centraal die JGZ-professionals nodig hebben om te werken volgens de richtlijn ‘Overgewicht’. Diverse facetten van overgewicht en obesitas komen aan bod, waaronder definities, oorzaken, gevolgen en risicofactoren.
- De module ‘Preventie en signaleren’ biedt een aanpak voor het voorkomen en signaleren van overgewicht en obesitas bij kinderen. De module benadrukt het belang van een gezonde leefstijl, waaronder gezonde voeding, voldoende beweging, slaap en stressmanagement. Motiverende gespreksvoering wordt gebruikt om kinderen, jongeren en ouders/opvoeders te ondersteunen bij het ontwikkelen van gezonde gewoonten.
- De module ‘Samenwerken en verwijzen’ behandelt samenwerking en verwijzing in de ketenaanpak van overgewicht en obesitas bij kinderen. De JGZ vervult hierin een centrale rol. Daarnaast wordt de functie van centrale zorgverlener beschreven, die afstemming tussen verschillende professionals bevordert en ondersteuning biedt aan kind en gezin gedurende het begeleidingstraject.
- De module ‘Begeleiden’ bevat aanbevelingen voor JGZ-professionals voor de begeleiding van kinderen en jongeren met overgewicht of obesitas en hun ouders / opvoeders.
De bijlage bevat een overzicht van weblinks naar materialen voor professionals en ouders.
1.3 Voor wie is deze richtlijn bedoeld?
Deze richtlijn is opgesteld voor JGZ-professionals, zoals jeugdartsen (JA), jeugdverpleegkundigen (JV), verpleegkundig specialisten (VS), physician assistants (PA) en doktersassistenten (DA), om hen te ondersteunen bij de preventie, signalering en begeleiding van kinderen met overgewicht en obesitas. Ook bijvoorbeeld ouders, opvoeders, huisartsen, praktijkondersteuners huisartsen (POH), kinderartsen, centrale zorgverleners (CZV), leefstijlcoaches, (kinder)fysiotherapeuten en diëtisten kunnen in deze richtlijn belangrijke informatie vinden.
1.4 Afstemming
Deze richtlijn sluit aan bij:
- FMS Multidisciplinaire richtlijn ‘Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen’ (2022)
- NVK ‘Richtlijn basisdiagnostiek cardiovasculair risico bij kinderen’ (2025)
- NHG-richtlijn ‘Obesitas’ (2025)
- Generieke module ‘Wegen, meten en groeidiagrammen’ voor de JGZ (2026)
- JGZ-richtlijn ‘Lengtegroei’ (2019)
- JGZ-richtlijn ‘Ondergewicht’ (2019)
- JGZ-richtlijn ‘Pesten’ (2026)
- JGZ-richtlijn ‘Voeding en eetgedrag’ (2017)
- JGZ-richtlijn ‘Vroeg en/of Small voor Gestational Age (SGA) geboren kinderen’ (2013, in herziening)
- Multidisciplinaire richtlijn ‘Borstvoeding’ (2015)
- JGZ-richtlijn ‘Depressie’ (in herziening)
2 Kennismodule
De kernpunten vormen de samenvatting van de belangrijkste informatie over het onderwerp ‘overgewicht / obesitas’.
Kernpunten
- De WHO definieert obesitas als een chronische ziekte waarbij een overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat die aanleiding geeft tot belangrijke gezondheidsrisico’s. Overgewicht vormt een risico voor obesitas.
- Van de kinderen van 4 tot 18 jaar oud had 14,2% in 2024 overgewicht, wat overeenkomt met ongeveer 1 op de 7 kinderen. 10,6% had matig overgewicht (overgewicht zonder obesitas) en 3,6% obesitas.
- Oorzaken van overgewicht en obesitas bij kinderen kunnen zijn: leefstijl, sociaaleconomische omstandigheden, psychische factoren (veelvoorkomend); medicatie en hormonale invloeden (soms); genetische afwijkingen en afwijkingen in de hypothalamus (zelden).
- Gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico’s bestaan onder meer uit een vermindering van de kwaliteit van leven (fysiek, psychisch en sociaal), verlies van gezonde levensjaren, het ontwikkelen van chronische ziekte en minder kansen in de samenleving door discriminatie en stigmatisering.
2.1 Uitgangsvragen
In deze module worden de volgende uitgangsvragen beantwoord:
- Wat zijn definities van overgewicht en obesitas?
- Wat zijn de prevalenties van overgewicht en obesitas?
- Wat is bekend over de etiologie/pathogenese van overgewicht en obesitas?
- Wat zijn oorzaken voor secundair overgewicht of obesitas?
- Wat zijn risico en beschermende factoren voor overgewicht en obesitas bij kinderen?
- Wat zijn prognostische factoren voor het voortbestaan van overgewicht en obesitas bij kinderen?
- Met welke diversiteitsaspecten moeten JGZ-professionals rekening houden bij het signaleren en begeleiden van kinderen met overgewicht en hun ouders?
- Wat zijn de gevolgen van overgewicht en obesitas voor kind, ouder(s) en gezin, op korte en op lange termijn?
2.2 Begrippen
Overgewicht
Overgewicht betekent overmatige ophoping van vet in het lichaam. Kinderen met overgewicht hebben een relatief hoog lichaamsgewicht in verhouding tot hun lengte en leeftijd en geslacht [85][91]. Overgewicht vormt een risico voor het krijgen van obesitas [68].
Obesitas
Bij obesitas is sprake van ernstig overgewicht. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert obesitas als een complexe chronische ziekte waarbij een zodanige overmatige vetstapeling in het lichaam bestaat dat dit aanleiding geeft tot gezondheidsrisico’s.
Obesitas heeft een vaak grote en blijvende impact op de fysieke gezondheid en het psychosociaal functioneren van kinderen en volwassenen. De mogelijke gezondheidsschade bestaat onder meer uit een vermindering van de kwaliteit van leven (fysiek, psychisch en sociaal), het verlies van gezonde levensjaren, het ontstaan van chronische aandoeningen en minder kansen in de samenleving door discriminatie en stigmatisering [51][68].
Het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico (GGR) geeft aan in welke mate het gezondheidsrisico van een kind is verhoogd, rekening houdend met de mate van overgewicht of obesitas en de aanwezigheid van andere risicofactoren en comorbiditeit (bijkomende gezondheidsproblemen). Op basis van het GGR wordt besloten over verwijzing en de intensiteit van begeleiding.
2.3 Epidemiologie
- Het percentage kinderen rond de 2 jaar met overgewicht in Nederland was 8% in 2021 (meest recente cijfer) [78]. Dit komt neer op ongeveer 1 op de 13 kinderen.
- Van de kinderen van 4 tot 18 jaar oud had 14,2% in 2024 overgewicht, wat neerkomt op ongeveer 1 op de 7 kinderen. 10,6% matig overgewicht (overgewicht zonder obesitas) en 3,6% had obesitas [65]. Dit zijn de meest recente cijfers (september 2025) gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Cijfers zijn gebaseerd op zelfrapportage van lengte en gewicht.
2.4 Etiologie en pathogenese
Algemene etiologie
Mensen halen energie uit voedsel, slaan het op als vet of glycogeen, en gebruiken het voor basale stofwisseling, bewegen en warmteproductie door het lichaam. Bij stabiel gewicht is de energie-inname in een periode gelijk aan het verbruik. Wanneer de inname gedurende langere tijd groter is dan het verbruik, wordt het overschot voornamelijk opgeslagen als vet [57].
Pathogenese
Voedselinname en verzadiging worden geregeld door drie systemen. Bij obesitas zijn deze systemen blijvend verstoord. Het gaat om:
- Het homeostatische systeem in de hypothalamus: dit is het onbewuste systeem dat de balans tussen eetlust en verzadiging regelt [57][12][48]. Deze balans ontstaat door een complex samenspel van sensorische prikkels en hormonale informatie uit bijvoorbeeld het maag-darmstelsel (ghreline, glucagon-achtige’ peptide-1, cholecystokinine), uit de alvleesklier (insuline, amyline en peptide YY), uit vetcellen (leptine en adiponectine) en door diverse neurotransmitters. Bijvoorbeeld, een lege maag geeft toename van ghreline-afgifte en stimuleert eetlust [12][57][48]. Leptine reguleert verzadiging, waardoor we ’s nachts meestal niet eten en pas in de ochtend weer honger krijgen.
- Het hedonische systeem: hierbij draait het om de beloning bij voedselinname, iets lekker vinden en plezier in eten ervaren. Dit systeem wordt deels gereguleerd door dopamine en serotonine [12][57]. Bewuste en onbewuste lerende ervaringen spelen hierbij een belangrijke rol, waardoor voedselkeuze bewust en onbewust sterk beïnvloed wordt door eerdere ervaringen [48]. Bijvoorbeeld: een kind dat gewend is een bepaald voedingsmiddel te krijgen in een specifieke situatie, kan later in een vergelijkbare situatie automatisch voor dat voedingsmiddel kiezen.
- Ten slotte is er de cognitieve controle: hiermee kan bewust gekozen worden om te eten.
2.5 Oorzaken
Bij het ontstaan van obesitas spelen bijna altijd meerdere oorzaken tegelijkertijd, die ook weer met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden (zoals wanneer stress, weinig slaap en weinig bewegen gelijktijdig spelen en elkaar versterken). Obesitas komt ook vaak familiair voor, wat te verklaren is door zowel de gewoonten en de omgeving die familieleden met elkaar delen als de overeenkomsten in het erfelijke materiaal [39].
De tool www.checkoorzakenovergewicht.nl wordt in de multidisciplinaire richtlijn (MDR) en de NHG-richtlijn aanbevolen als screener van onderliggende oorzaken aan het overgewicht. Op alle factoren (veelvoorkomende en zeldzamer) wordt gescreend. De uitslag bevat de rode vlaggen die de start van een gesprek kunnen zijn. De vragen kunnen thuis worden ingevuld en de uitslag kan digitaal (pdf) of als print worden meegenomen naar het consult. De ‘Leidraad voor psychosociale en leefstijlverkenning‘ biedt vervolgens handvatten om in gesprek de psychosociale context en leefstijl in kaart te brengen. Zie verder bij ‘Signaleren en preventie’.
Oorzaken van overgewicht / obesitas kunnen zijn:
Veelvoorkomend:
Leefstijl
In de huidige maatschappelijke context is de voornaamste -maar zeker niet de enige- oorzaak voor overgewicht een ongezonde leefstijl. Belangrijke leefstijlelementen zijn voeding, beweging, slaap, ontspanning, schermgebruik en gebruik van middelen (roken / vapen, alcohol, drugs). Onderliggende psychosociale problemen staan vaak een gezonde leefstijl in de weg.
Leefstijl kan door veel zaken worden beïnvloed. Op veel plekken is er sprake van een ongezonde leefomgeving waarbij er een groot aanbod is aan ongezond en goedkoop voedsel, waardoor het lastig kan zijn om de verleiding te weerstaan. Ook de steeds groter wordende porties en de toegenomen marketing dragen in negatieve zin bij.
Ouders hebben soms onvoldoende kennis over gezonde voeding [8]. Ook bepaalde opvoedingskenmerken (regels, monitoring, gezamenlijk eten, rolmodel) kunnen het voedings- en bewegingsgedrag van kinderen beïnvloeden [19][77][79][89][169]. Een ongezonde leefstijl is, naarmate hij langer bestaat, steeds moeilijker te veranderen.
Sociaaleconomische en culturele omstandigheden
In wijken met voornamelijk mensen met lagere inkomens is de prevalentie van overgewicht hoger dan in andere wijken. Sociale (o.a. stress door meer bestaansonzekerheid, gezondheidsvaardigheden, steun), economische (relatief hogere prijzen van gezond eten ten opzichte van ongezond eten) en fysieke omstandigheden (minder plaats om veilig buiten te spelen, minder recreatieve faciliteiten, minder veilige wandel- en fietspaden en groen) spelen hierbij een rol.
De sociaaleconomische omstandigheden zijn nauw verbonden met culturele factoren. Culturele tradities en gewoonten beïnvloeden wat, wanneer en hoeveel mensen eten. Wat in een bepaalde cultuur als gebruikelijk of wenselijk wordt gezien, kan effect hebben op eet- en beweeggewoonten. In een context waar overgewicht vaker voorkomt of meer geaccepteerd is, bestaat er doorgaans minder sociale druk om een gezond gewicht te behouden.
Psychisch
Onder andere pesten, eenzaamheid, depressie, chronische stress en trauma zijn niet alleen een mogelijk gevolg van overgewicht en obesitas, maar kunnen er ook aan bijdragen. Psychiatrische eetstoornissen zoals een eetbuistoornis (binge eating disorder) of ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder) kunnen ook tot overgewicht leiden [51].
Soms:
Medicatie
Bepaalde medicamenten, zoals antipsychotica (bij kinderen onder andere voorgeschreven bij autismespectrumstoornissen, ernstig agressief gedrag en psychose), antidepressiva (toegepast bij depressie, angst en slaapstoornissen), glucocorticoïden (ontstekingsremmers, bijvoorbeeld als inhalatiepuffer bij astma of als crème), anti-epileptica en diabetesmiddelen, kunnen als bijwerking gewichtstoename hebben.
Voorbeelden van veelgebruikte medicatie met een invloed op het lichaamsgewicht worden gegeven in de MDR Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, Diagnostiek van overgewicht en obesitas bij volwassenen, tabel 1.1. De gevoeligheid hiervoor verschilt van persoon tot persoon. Monitoren van het gewicht is noodzakelijk bij gebruik van deze middelen.
Hormonaal
Obesitas kan samenhangen met stoornissen in het hormonale systeem, zowel:
- als gevolg van obesitas
- als onderliggende oorzaak (secundaire obesitas)
Het gaat hierbij om aandoeningen zoals hypothyreoïdie, groeihormoondeficiëntie, overmatige cortisolproductie, hypogonadisme (bij jongens) en Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS) [51].
Hypothyreoïdie gaat gepaard met een bescheiden gewichtstoename, overmatige kouwelijkheid, obstipatie, trage hartslag of droge huid.
Het syndroom van Cushing omvat een grote groep symptomen die verband houden met een langdurige hoge blootstelling van weefsel aan glucocorticoïden. Dit is een zeldzame aandoening. Oorzaken hiervan zijn het gebruik van medisch voorgeschreven corticosteroïden, een hypofyse adenoom (ziekte van Cushing) en een bijnieradenoom of ectopische ACTH productie. Specifieke symptomen van het syndroom van Cushing zijn bijvoorbeeld romp-obesitas, het gemakkelijk ontstaan van blauwe plekken, een rond en opgeblazen gezicht met rode blosjes (vollemaansgezicht), proximale myopathie (spierzwakte in de spieren die het dichtst bij de romp liggen zoals bovenarmen en bovenbenen, deze zijn vaak ook vrij dun in verhouding), paarse striae, hirsutisme (overmatige haargroei), afbuigende lengte.
Zeldzaam:
Hypothalaam
Hypothalame obesitas is zeldzaam en kan optreden na verschillende aandoeningen of behandelingen die leiden tot schade aan de hypothalame regio, zoals een ruimte-innemend proces in cerebro (ruimte-innemend weefsel als tumor, cyste of abces in de hersenen), malformatie (aangeboren afwijkende structuur van weefsel, bijvoorbeeld bloedvaten), hypothalame schade na bestraling, operatie of hoofdtrauma [66].
Kenmerken en symptomen van een hypothalame oorzaak van obesitas zijn onder andere hyperfagie (ongeremde eetlust) en het ontbreken van een verzadigingsgevoel, insuline- en leptine resistentie en een verlaagd metabolisme [2].
Genetisch
Of iemand obesitas ontwikkelt, is afhankelijk van een samenspel van genetische aanleg, omgevings- en leefstijlfactoren. Tweelingonderzoek suggereert dat genetische factoren verantwoordelijk zijn voor 40 tot 70 procent van de variatie in het lichaamsgewicht [45].
Naast genetische spelen epigenetische invloeden een rol. Dit zijn invloeden van buitenaf die bepalen welke genen aan- of uitgeschakeld worden, zonder verandering in het DNA zelf. Bijvoorbeeld als een kind in utero blootgesteld is aan slechte voeding of langdurige stress, dan kan dat de vetopslag van dat kind langdurig beïnvloeden en zelfs bijdragen aan de toename van obesitas in volgende generaties [4]. In tegenstelling tot genetische varianten zijn epignetische veranderingen omkeerbaar door aanpassing van leefstijl en omgeving.
Heel soms spelen variaties in één specifiek gen een rol. Als voorbeelden van monogene obesitas noemen we: een leptine (receptor) defect, een melanocortine 4 receptor (MC4R) defect of een propriomelanocortine (POMC) defect [57][12]. Vaak is er sprake van een combinatie van signalen: ontstaan van obesitas op jonge leeftijd, hyperfagie (extreme honger en/of verstoord verzadigingsgevoel) en een opvallend gewichtsverschil met de andere gezinsleden.
Bij syndromale genetische obesitas komen daarnaast andere kenmerken voor: verstandelijke beperking, gedragsproblemen, autisme en/of aangeboren en dysmorfe kenmerken. Voorbeelden van syndromale genetische obesitas zijn: Down, Prader-Willi, 16p11.2 deletie, Bardet-Biedl, en Alström syndroom. Voor meer informatie over de verschillende syndromen, zie Syndromen – Kinderneurologie.
2.6 Differentiaaldiagnose
Van secundaire obesitas is sprake als de obesitas het gevolg is van ziekte, genetische of chromosomale afwijkingen, endocriene stoornissen of medicatie.
Signalen tijdens anamnese en lichamelijk onderzoek die volgens de MDR Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen kunnen wijzen op secundair overgewicht of obesitas zijn als volgt:
- Een kleine gestalte of een afbuigende lengtegroeicurve;
- Medicamenten, zoals glucocorticoïden, sommige anti-epileptica, antipsychotica, SSRI’s (selective serotonin reuptake inhibitors), tricyclische antidepressiva, stemmingsstabiliserende middelen, bètablokkers, diabetesmedicatie en de anticonceptiepil. Voorbeelden van veelgebruikte medicatie met een invloed op het lichaamsgewicht worden gegeven in de MDR Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, Diagnostiek van overgewicht en obesitas bij volwassenen, tabel 1.1.
- Vroeg ontstaan ernstige obesitas (< 5 jaar; verdenking genetische oorzaak), vooral in combinatie met hyperfagie (onverzadigbaar eetgedrag), eetbuien, hirsutisme (overmatige haargroei), buffalo hump (vetophoping bovenaan de rug, net onder de nek), vollemaansgezicht (een rond en opgeblazen gezicht met rode blosjes), striae;
- Uiterlijke dysmorfieën;
- Een (vermoeden van) ontwikkelingsachterstand of gedragsproblemen (bijvoorbeeld ASS);
- Ouders hebben beiden normaal gewicht (kind is duidelijk anders gebouwd dan de rest van het gezin).
Kinderen waarbij er aanwijzingen zijn voor een onderliggende medische oorzaak (bijvoorbeeld hypothyreoïdie) of waarbij mogelijk een genetische of chromosomale afwijking of medicatiegebruik aan het overgewicht of de obesitas ten grondslag ligt, worden verwezen naar een kinderarts voor verdiepend onderzoek en behandeling.
2.7 Risico en beschermende factoren
Beschermende factoren zijn borstvoeding [59] en een gezond en gevarieerd voedingspatroon met voldoende beweging [10]. Risicofactoren zoals een hoog lichaamsgewicht voor de leeftijd / lengte, snelle groei in de eerste levensjaren en een familie met genetische predispositie [39] vergroten de kans op overgewicht / obesitas later in het leven. Stigmatisering, pesten, een laag zelfbeeld en depressie maken de kans op blijvend overgewicht groter [81].
Hoog lichaamsgewicht voor de leeftijd / lengte
Verschillende studies hebben aangetoond dat een hoog geboortegewicht en een hoog lichaamsgewicht op leeftijd van 5 maanden tot 11 jaar redelijk tot goede voorspellers zijn voor het ontwikkelen van overgewicht/obesitas later in het leven. Meer dan 50% van de kinderen met obesitas zal ook als volwassene obesitas hebben [84]. Hoe ouder een kind met overgewicht en hoe hoger de BMI, hoe groter de kans dat het overgewicht blijft bestaan in volwassenheid. Dit effect is bovendien sterker voor kinderen met een ouder met overgewicht dan voor kinderen van ouders zonder overgewicht [29][72].
Snelle gewichtstoename
Een snelle toename in gewicht op de groeicurve (≥ 0,67 SD) in de eerste 1-6 levensjaren verhoogt de kans op overgewicht en obesitas later in het leven [3][29][56][83][94][95][96][97][23][28][35][47][72][74][83][87][88][91][98][99]. Bij adolescenten met obesitas bleek de grootste gewichtstoename retrospectief al tussen 2 en 6 jaar te hebben plaatsgevonden [29][100].
Familiaire belasting
Kinderen met een of beide ouders met overgewicht hebben een verhoogd risico op blijvend overgewicht [29][39]. Het risico neemt toe naarmate de BMI van de ouder hoger is [9].
Borstvoeding
Er zijn aanwijzingen dat borstvoeding samenhangt met een minder snelle gewichtstoename in de vroege kindertijd en een lager risico op overgewicht en obesitas bij kinderen [59]. Mogelijke verklaringen zijn: betere zelfregulatie van honger en verzadiging door het kind, de samenstelling van moedermelk (o.a. relatief laag eiwitgehalte en aanwezigheid van biactieve stoffen zoals leptine) en effecten op het microbioom. De bewijskracht van studies is echter laag door het observationele karakter en mogelijke confounding (het effect wordt mede beïnvloed door andere factoren, zoals gezinssituatie, leefstijl en gezondheidsbewustzijn). Een causale relatie en optimale borstvoedingsduur zijn niet vastgesteld.
2.8 Diversiteit
Ouders kunnen verschillend denken over leefstijl en gewicht. Belangrijk hierbij kan zijn:
Culturele achtergrond
Voedingsgewoonten en opvattingen over lichaamsgewicht verschillen per cultuur [20][18]. Wat in de ene cultuur als gezond wordt gezien, kan in een andere als te mager of juist te zwaar worden beschouwd. Sommige ouders zien overgewicht bij kinderen als een teken van welvaart of gezondheid, waar tijdens een gesprek over leefstijlverandering rekening mee moet worden gehouden.
Sociaaleconomische omstandigheden en bredere omgeving
Kinderen die opgroeien in gezinnen met een lagere sociaaleconomische positie hebben een verhoogd risico op overgewicht. Factoren zoals beperkte financiële middelen, minder toegang tot gezonde voeding en minder veilige speelruimte spelen hierbij mogelijk een rol [26][42].
Taal- en gezondheidsvaardigheden
Beperkte beheersing van de Nederlandse taal of beperkte gezondheidsvaardigheden – dat wil zeggen moeite met het vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen van gezondheidsinformatie – kunnen het begrijpen van adviezen bemoeilijken [54].
Religieuze overtuigingen
Religie kan invloed hebben op eetgewoonten (bijvoorbeeld vastenperiodes, halal/koosjer eten) en de mate waarin lichamelijke activiteit wordt gestimuleerd.
Gezinsstructuur en opvoedstijl
Opvoedstijlen kunnen variëren van autoritair tot permissief, wat invloed heeft op het aanleren van gezonde gewoonten [19][8][77][79][89]. In sommige gezinnen hebben grootouders of andere familieleden een grote rol in de opvoeding. Grootouders kunnen bijvoorbeeld vasthouden aan traditionele eetgewoonten die minder gezond zijn in de huidige context.
Gender
Jongens en meisjes kunnen anders reageren op interventies en hebben soms andere beweeg- en eetpatronen [7]. In sommige culturen is het bijvoorbeeld voor meisjes minder gebruikelijk om buiten te spelen of aan sport te doen.
2.9 Gevolgen
Obesitas bij kinderen kan leiden tot lichamelijke problemen, een lagere levenskwaliteit en een kortere levensduur [51]. De middelomtrek is bij volwassenen een belangrijke prognostische indicator voor gezondheidsrisico’s, maar bij kinderen is dit verband minder duidelijk [85]. Het grootste deel van de wetenschappelijke literatuur over de gevolgen van een hoog lichaamsgewicht bij kinderen richt zich op obesitas, en daarmee ook de tekst over gevolgen in deze richtlijn:
Verhoogde bloeddruk
Dit wordt gezien bij 3-5% van de schoolkinderen met normaal gewicht, 4 tot 14% van de kinderen met overgewicht en 11 tot 23% van de kinderen met obesitas [70][73][27][50][60][69]. Een verhoogde bloeddruk op de kinderleeftijd is geassocieerd met arteriosclerose op jongvolwassen leeftijd [5][49][62].
Verstoring van het glucosemetabolisme
Glucose-intolerantie en diabetes mellitus type 2 wordt bij kinderen steeds vaker gezien [67]. Bijna al deze kinderen hebben obesitas. Het op jonge leeftijd ontwikkelen van diabetes type 2 is zeer zorgwekkend, omdat dit gepaard kan gaan met allerlei macro- en microvasculaire complicaties (zoals hart-, oog-, nier- en hersenaandoeningen) en steatotische leverziekte (leververvetting) op relatief jonge leeftijd. Dit gaat gepaard met een hoge mortaliteit en een verminderde kwaliteit van leven. Daarom is vroege interventie van groot belang om diabetes type 2 bij kinderen te voorkomen [31][51][21][82].
Metabool geassocieerde steatotische leverziekte
Metabool geassocieerde steatotische leverziekte (MSLD; leververvetting) hangt samen met metabole problemen, zoals: overgewicht of obesitas; insulineresistentie / type 2 diabetes; dyslipidemie (afwijkende vetten in het bloed). Het komt vaak voor bij zowel kinderen als volwassenen met overgewicht en obesitas. MSLD geeft aanvankelijk geen klachten maar kan zich ontwikkelen tot ernstigere leverziekte, zoals ontsteking van de lever, fibrose en uiteindelijk cirrose.
Metabool syndroom
Het metabool syndroom is een verzameling van risicofactoren die vaak samen voorkomen en het risico op cardiovasculaire complicaties en diabetes type 2 aanzienlijk verhogen. Het bestaat uit overgewicht of obesitas, verhoogde bloeddruk, verhoogde serumtriglyceriden, verlaagd serum-HDL-cholesterol en verhoogd serumglucose.
Gewrichts-, houdings- en motorische problemen
Mensen met obesitas ontwikkelen vaker gewrichtsproblemen (waardoor soms al op relatief jonge leeftijd kunstheupen of knieën nodig zijn), houdingsproblemen en problemen met bewegen. Bij kinderen kan door obesitas de motorische ontwikkeling achterblijven (o.a. [13][15][33][34][90]).
Obstructieve slaapapneusyndroom
Obesitas leidt tot vetophoping rond de keel en nek, wat de bovenste luchtwegen kan vernauwen. Hierdoor ontstaat tijdens de slaap een verhoogde kans op ademstilstanden (apneus), wat leidt tot verstoorde slaap, verminderde zuurstofvoorziening, en dagelijkse klachten zoals vermoeidheid, concentratieproblemen en gedragsveranderingen.
De prevalentie bij kinderen met obesitas bedraagt ongeveer 13% [52].
Bij klachten zoals snurken, vermoeidheid overdag, gedragsproblemen of concentratieproblemen moet bij kinderen met obesitas aan obstructieve slaapapneu worden gedacht.
Psychosociaal, emotioneel en relationeel
Kinderen met overgewicht en obesitas worden vaker gepest door leeftijdsgenoten. Dit risico geldt zowel voor jongens als meisjes met obesitas, waarbij jongens met overgewicht bovendien een verhoogde kans hebben om later zelf andere kinderen te gaan pesten. Voor meisjes met overgewicht is dit verhoogde risico om te gaan pesten niet aangetoond [1][14].
Obesitas bij kinderen leidt door stigmatisering en pesten vaak tot een laag zelfbeeld en een negatieve lichaamsperceptie. Zowel leeftijdsgenoten als volwassenen kunnen hieraan bijdragen [51].
Kinderen met obesitas hebben bovendien een verhoogde kans op het ontwikkelen van depressieve klachten [51][75].
Negatieve ervaringen, een negatieve lichaamsperceptie en onvoldoende of niet-passende begeleiding kunnen bij kinderen met overgewicht en obesitas leiden tot ernstig restrictief eetgedrag en overmatig bewegen. Dit kan resulteren in nutriëntentekorten of een eetstoornis zoals anorexia nervosa.
Ook ouders van kinderen met obesitas ervaren psychosociale gevolgen. Zij kunnen zich eenzaam en kwetsbaar voelen door een gebrek aan begrip van zorgverleners, familie en vrienden, zeker wanneer hun inspanningen niet tot gewichtsverlies leiden. Binnen gezinnen kan eenzaamheid ontstaan wanneer één ouder meer betrokken is bij leefstijlveranderingen dan de ander. Gescheiden ouders kunnen moeite hebben met de afstemming over voeding en activiteiten. Grootouders erkennen soms niet de ernst van obesitas en kunnen weerstand bieden tegen veranderingen [22].
Obesitas bij kinderen kan sterke emoties oproepen bij ouders, zoals machteloosheid, frustratie en schuldgevoelens. Ouders kunnen zich slechte ouders voelen door de sociale stigma’s rondom obesitas. Ook wanneer zij weten wat ze moeten doen, kunnen zij het in de praktijk moeilijk uitvoeren door de hedendaagse maatschappij en obesogene omgeving. Dit kan thuis spanningen en conflicten veroorzaken [22]
Kwaliteit van leven
Obesitas brengt ook vaak een verminderde kwaliteit van leven met zich mee [81][86]. De kwaliteit van leven van kinderen met obesitas is vergelijkbaar met die van kinderen met kanker [71]. De kwaliteit van leven kan gemeten worden met behulp van de webtool. Deze webtool is ontwikkeld door Care for Obesity, Vrije Universiteit Amsterdam en kan worden ingezet bij de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht.
Lange termijn
Volwassenen met obesitas hebben bovendien vaker een lager opleidingsniveau, meer problemen op de arbeidsmarkt en een lager salaris, vergeleken met mensen met een gezond gewicht [26][43][51]. Andere mogelijke gevolgen van obesitas op lange termijn zijn een toegenomen risico op fertiliteitsproblemen en op complicaties bij zwangerschap en bevalling en tijdens medische procedures [51]. Obesitas hangt samen met een verhoogde kans op diverse soorten kanker, waaronder darmkanker en borstkanker. De levensverwachting van mensen met obesitas is ook vaak lager [42][51]. Zweeds prospectief cohortonderzoek onder 41.359 kinderen laat zien dat kinderen met obesitas een hoger risico hebben om op jongvolwassen leeftijd (gemiddelde leeftijd 22 jaar) te overlijden (mortaliteit door alle oorzaken 0.55% vs. 0.19%).
3 Preventie en signaleren
Het hebben van obesitas kan grote gevolgen hebben voor kinderen en volwassenen. Er is een verhoogd risico op psychosociale problemen (pesten, depressie), sociale en maatschappelijke stigmatisering, gewrichts- en houdingsproblemen, problemen met bewegen [1][13][15][26][33][34][43][51][75][81][86][90]. Bij veel kinderen met obesitas is vroegtijdig sprake van comorbiditeit of verhoogd risico hierop, zoals een verstoord glucosemetabolisme, dyslipidemie en/of verhoogde bloeddruk [27][50][60][67][69][70][73][93].
In de JGZ draait het vooral om groeimonitoring, opvoedondersteuning en doelgerichte leefstijlcontacten op indicatie met gezinnen. De recente evidentie laat zien dat gezinsgerichte counseling met motiverende gespreksvoering en vroege-levensfase programma’s kleine maar consistente verbeteringen kunnen geven in leefstijl (voeding, beweging, schermtijd) en soms ook in BMI. Het meest effectief is het wanneer ouders actief worden betrokken en wanneer het contact herhaaldelijk plaatsvindt [39][141][152][153][155][175][159][161].
Gewicht kan een gevoelig onderwerp zijn om over te praten, voor het kind en de ouders die het betreffen, maar ook voor professionals en anderen. Wanneer een professional constateert dat het gewicht van het kind een potentieel gezondheidsprobleem is, is het belangrijk dat de professional dit bespreekt met het kind en de ouder en aan de hand van groeicurves laat zien hoe het gewicht zich ontwikkelt ten opzichte van lengte en leeftijd; hiermee stijgen de kansen dat ouders bereid zijn om een verandering in de leefstijl aan te brengen en hulp hierbij te accepteren [64].
3.1 Uitgangsvragen
De volgende uitgangsvragen worden in deze module beantwoord:
Preventie
- Hoe vindt preventie van overgewicht en obesitas (en de gevolgen daarvan) door JGZ-professionals plaats?
Signaleren
- Welke meetmethoden bestaan er voor het vaststellen en monitoren van overgewicht en obesitas bij jeugdigen?
- Welke andere metingen worden door JGZ-professionals verricht bij kinderen met overgewicht of obesitas?
- Hoe bespreek je overgewicht met de ouders en de jeugdige? Wat is bekend over de voorkeurstaal, waarden, normen en behoeften van ouders en jeugdigen, als het gaat om overgewicht en obesitas?
3.2 Universele preventie
Deze sectie bevat aanbevelingen met betrekking tot universele preventie:
Aanbevelingen
3.3 Overgewicht / obesitas vaststellen
Deze sectie bevat aanbevelingen met betrekking tot het vaststellen van overgewicht / obesitas:
Aanbevelingen
3.4 Vaststellen wat er speelt
Bij kinderen van 2 tot 18 jaar met overgewicht of obesitas (graad I of graad II / III) verzamelt de CZV of JV, evt. in afstemming met VS, JA of PA, middels een brede anamnese, gericht informatie over mogelijke onderliggende oorzaken en beïnvloedende factoren, zodat passende ondersteuning en zorg geboden kan worden. Relevante acties hierbij zijn:
Aanbevelingen
3.5 Inschatten signalen medische oorzaak
De JA of PA beoordeelt of er signalen zijn die kunnen wijzen op een medische oorzaak waarvoor een verwijzing naar de kinderarts nodig is (zie ook ‘Oorzaken’ voor meer details):
Aanbevelingen
3.6 Vaststellen gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR)
Deze sectie bevat aanbevelingen met betrekking tot het vaststellen van gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR):
Aanbevelingen
3.7 Praten over gewicht, motiverende gespreksvoering en opvolging
Voor praktische tools: zie bijlage ‘Overzicht materialen’.
Aanbevelingen
4 Samenwerken en verwijzen
Leidraad signalering overgewicht 2-18 jaar*
*Maatwerk, altijd in overleg met ouders en kinderen.
4.1 Uitgangsvragen
De volgende uitgangsvragen worden in deze module beantwoord:
- Met welke netwerkpartners kunnen JGZ-professionals samenwerken bij overgewicht en obesitas, en op welke wijze?
- Wanneer moet door de JGZ worden verwezen en naar welke professional?
4.2 Samenwerken
Samenwerking bij de aanpak van overgewicht / obesitas vraagt om duidelijke afstemming tussen kind, ouders/opvoeders, JGZ en ketenpartners.
Aanbevelingen
4.2.1 Ouders
Ouders zijn essentiële samenwerkingspartners in de aanpak van overgewicht bij kinderen. Zij bieden de dagelijkse context, dienen als rolmodel en beïnvloeden (mede) de leefstijl en leefomgeving van de jeugdige. De JGZ sluit hierop aan door samen met ouders en de jeugdige (passend bij leeftijd en ontwikkeling) concrete doelen te formuleren, haalbare stappen af te spreken en te bespreken welke ondersteuning hiervoor nodig is. Hierbij is het belangrijk om aan te sluiten bij de wensen, zorgen, ideeën en mogelijkheden van ouders en kinderen, en waar nodig andere opvoeders (bijvoorbeeld kinderopvang of school) te betrekken.
4.2.2 Jeugdgezondheidszorg (JGZ)
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) vervult een centrale rol in de ketenaanpak van overgewicht bij kinderen. Taken van het JGZ-team in de preventie van obesitas omvatten o.a.:
- Preventie – monitoren van de leefstijl (eten en drinken, eetgedrag, bewegen, schermtijd en zitgedrag, slaap en ontspanning en middelengebruik), voorlichting en advies aan ouders en kinderen over gezonde leefstijl en stimuleren van gezonde leefstijl vanaf jonge leeftijd, inschakelen van andere professionals (bijvoorbeeld pedagogisch medewerkers scholen / kinderdagopvang, diëtist, (kinder)fysiotherapeut) waar nodig en mogelijk.
- Signaleren – vroegtijdige herkenning van overgewicht door regelmatig te meten en te wegen, psychosociale en leefstijlverkenning om mogelijke onderliggende oorzaken en beïnvloedende factoren bij overgewicht en obesitas boven tafel te krijgen.
- Samenwerken – Verwijzen bij ernstiger overgewicht of bijkomende problematiek, het realiseren en coördineren van een netwerkaanpak, en het betrekken van het gehele gezin bij de interventie.
- Begeleiden – motiverende gespreksvoering om leefstijlverandering te stimuleren en individuele begeleiding van kinderen met overgewicht en hun ouders.
JGZ‑organisaties faciliteren een gezamenlijk plan van aanpak voor elk gezin, bijvoorbeeld door:
- te zorgen voor een CZV die gedurende alle stappen van het proces betrokken blijft, de samenwerking tussen betrokken professionals coördineert, ouders en kinderen begeleidt en motiveert, de voortgang bewaakt en vervolgstappen initieert wanneer dat nodig is.
- het organiseren van (multidisciplinaire) overleggen om afstemming tussen professionals te waarborgen.
- gezinnen de weg te wijzen naar passende ondersteuning, waaronder een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) wanneer deze in de regio beschikbaar is, als onderdeel van een integrale netwerkaanpak waarin zorg, preventie, sociale omgeving en beleid met elkaar verbonden zijn.
JGZ organisaties organiseren actief netwerksamenwerking, o.a. door:
- te zorgen dat er naast ondersteuning en zorg bij gedragsverandering op het gebied van leefstijl aandacht is voor de vaak aanwezige onderliggende psychosociale problematiek. Hiervoor is het vaak belangrijk om samen te werken met hulpverleners uit verschillende domeinen.
- te zorgen voor een netwerksamenwerking tussen het medische domein en het sociaal domein.
Om deze netwerksamenwerking tot stand te brengen, zijn gemeenten belangrijke partijen. Zij zijn immers opdrachtgever en financier van de benodigde partners in het sociale domein.
Voor aanbevelingen op gebied van de organisatie van zorg en om de inhoud van de lokale variant ervan invulling te geven verwijzen we naar het Landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas en de bijbehorende handreiking voor initiatiefnemers, projectleiders en netwerkregisseurs – realisatie lokale aanpak voor kinderen en hulpmiddelen.
4.2.3 Ketenpartners
Volgens het Landelijk model ketenaanpak en het standpunt van het Zorginstituut Nederland kunnen de onderstaande professionals uit het medische en sociale domein betrokken zijn bij de zorg voor kinderen met obesitas.
(Para)medisch:
- JGZ-professionals – voor signalering, anamnese, medisch onderzoek, bloedonderzoek, voorlichting & advisering, monitoring, (preventieve) begeleiding en verwijzing;
- Centrale zorgverlener (CZV) – coördineert de zorg voor kinderen met obesitas en is het vaste aanspreekpunt voor het gezin.
- Huisarts / praktijkondersteuner huisarts (POH) – voor medische beoordeling en verwijzing, bij psychosociale gezinsproblematiek en als interventie door de JGZ geen effect heeft;
- Kinderarts – bij obesitas, risicofactoren en co-morbiditeit (o.a. verhoogde bloeddruk) en verwijst naar CZV;
- (Kinder)diëtist – voor dieetbehandeling, voedingsadvies en begeleiding;
- Psycholoog / orthopedagoog – bij gedragsproblemen, stress of psychosociale problematiek;
- (Kinder)fysiotherapeut / oefentherapeut – onderzoek naar en ondersteuning bij motoriek en bewegen.
- Wijkteammedewerker / gezinscoach/ maatschappelijk werk – voor ondersteuning bij bredere gezinsproblematiek (zoals armoede, LVB);
- Kinderleefstijlcoach – voor begeleiding en gecombineerde leefstijlinterventies (GLI);
- Schoolmaatschappelijk werker / intern begeleider / pedagogisch medewerkers – voor ondersteuning binnen de schoolcontext en de naschoolse opvang;
- Sport- en beweegcoach – voor het stimuleren van een actieve leefstijl.
4.2.4 Centrale zorgverlener (CZV)
Een zeer belangrijke rol voor kinderen met obesitas of overgewicht is die van de centrale zorgverlener (CZV). De CZV is meestal een speciaal daarvoor opgeleide zorgprofessional. Meestal is dit een JV, maar afhankelijk van hoe dit door de gemeente is georganiseerd en rekening houdend met de problematiek en de wensen van kind en gezin kan het ook een andere professional zijn, zoals een kinderleefstijlcoach, jeugd- en gezinsprofessional of een pedagogisch adviseur.
De CZV is een vast aanspreekpunt voor het kind en het gezin gedurende het begeleidingstraject, die zorgt voor afstemming tussen alle betrokken professionals (zoals JA, PA, VS, diëtist, medisch specialist, psycholoog, (kinder)fysiotherapeut, leerkracht en sportcoach) en die het gezin ondersteunt bij het maken van keuzes, het stellen van doelen en het versterken van zelfmanagement. In de meeste gemeenten zijn hiervoor één of meerdere CZV’s aangesteld.
Kerntaken van de CZV zijn:
- Afnemen brede anamnese;
- Inzichtelijk maken van de samenhang tussen het overgewicht van het kind en factoren die dat overgewicht in stand houden en/of belemmerend werken in het realiseren van een duurzame verandering in leefstijl;
- Motiveren van kind en ouder;
- Coördineren lichamelijk en eventueel benodigde aanvullende onderzoek(en);
- Samenhang bespreken;
- Plan maken met haalbare doelen en taken verdelen met ouder en kind;
- Toeleiden naar andere professionals en geschikte interventies met aandacht voor ouderparticipatie (zie hiervoor het overzicht via Loketgezondleven.nl);
- Coördineren van de in te zetten ondersteuning en zorg;
- Ondersteunen van het gezin in het nemen van de benodigde stappen conform de in het plan van aanpak gemaakte afspraken;
- Begeleiden van het gezin in het verduurzamen van de behaalde resultaten.
Randvoorwaarden [131]:
- (Extra) tijd om de taken uit te voeren;
- Ruimte voor scholing / opleiding tot centrale zorgverlener;
- − De CZV moet toegang hebben tot relevante informatie over het kind en gezin en via registratiesystemen en / of overlegstructuren kunnen samenwerken met andere professionals uit het zorg- en sociale domein en met sleutelfiguren, zoals sportleraren en buurtsportcoaches;
- Financiering. Dit komt vaak uit het budget van de gemeente en voor een specifieke groep wordt het vergoed vanuit de zorgverzekering.
De CZV kan na het afnemen van de brede anamnese een domeinoverstijgend multidisciplinair overleg organiseren met professionals uit zowel het sociaal- als medisch domein om de doelen van de zorg en ondersteuning te bespreken.
Het ondersteuningsaanbod van gemeenten varieert sterk. De CZV stelt daarom een plan op dat aansluit bij de behoeften van kind en gezin, gebruikmakend van wat de gemeente biedt.
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft via de NZa-beleidsregel 2024–21670 (gezondheidszorgketen aanpak overgewicht/obesitas) het begrip Centrale Zorgverlener (CZV) formeel erkend. Sinds 1 januari 2026 is het vanuit de Zorgverzekeringswet noodzakelijk om, als centrale zorgverlener (bijvoorbeeld jeugdverpleegkundige), te zijn opgenomen in het Kwaliteitsregister V&VN en een AGB-code te hebben om zorg te kunnen declareren vanuit de Zorgverzekeringswet.
4.2.5 Landelijk model ketenaanpak
Het is belangrijk dat zorg- en hulpverleners goed op de hoogte zijn van elkaars rollen en verantwoordelijkheden. Ook is het essentieel dat verwijzingen soepel verlopen en dat er opvolging plaatsvindt. Dit alles draagt bij aan het succes van de behandeling. Het ‘Landelijk model ketenaanpak’ biedt een goede basis om lokaal of regionaal het gesprek op gang te brengen tussen partijen die een lokale variant van de aanpak mogelijk kunnen en willen maken. Het model helpt uitvoerend professionals bij het bespreekbaar maken van hun aandeel in de uitvoering tijdens de ontwikkeling en implementatie van de lokale aanpak.
Het landelijk model is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- Ondersteuning en zorg vinden plaats conform de principes van ‘stepped care’: de inzet van de ondersteuning en zorg is zo laag als mogelijk en zo hoog als nodig – afhankelijk van de ernst van de problematiek – en wordt zo nodig geïntensiveerd. Bij voedingsproblemen wordt dit bijvoorbeeld eerst met de JV besproken; inzet van een kinderdiëtist volgt pas als dat onvoldoende blijkt. Ondersteuning kan uit verschillende domeinen komen, bijvoorbeeld gecombineerde zorg door de kinderarts en JGZ.
- De ondersteuning en zorg sluiten aan bij de behoeften en mogelijkheden van kind en het gezin (zorg op maat).
- De activiteiten van de verschillende professionals passen zo veel mogelijk binnen hun huidige expertisegebied en mandaat.
- Een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) moet onderdeel zijn van een netwerkaanpak die is ingebed in een integrale aanpak.
Een netwerkregisseur / projectleider coördineert de samenwerking lokaal en is verantwoordelijk voor implementatie van de aanpak.
4.2.6 Gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)
Een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) voor jeugdigen is niet landelijk uniform ingericht; deelname verloopt doorgaans via regionale afspraken binnen de ketenaanpak (bijv. Kind naar Gezonder Gewicht) en/of via inzet van losse disciplines (kinderleefstijlcoaches / diëtetiek / fysiotherapie / oefentherapeuten). Zij kunnen de GLI in hun eentje leveren, maar zij kunnen ook samenwerken en de GLI met elkaar leveren. Indien bij het aanbieden van de drie GLI-componenten meerdere professionals zijn betrokken, is afstemming van inhoud en werkwijze essentieel. De zorgverlener die als CZV functioneert kan tevens een GLI uitvoeren, mits hij / zij hiervoor de benodigde competenties heeft.
Ouders spelen een centrale rol in leefstijlverandering, een effectieve GLI betrekt hen actief bij coaching en gedragsverandering. Ouders dienen als rolmodel; hun gedrag beïnvloedt direct dat van het kind.
Verwijzing naar een GLI is geïndiceerd:
- Bij obesitas (graad I of graad II / III).
- Bij overgewicht met bijkomende risicofactoren of comorbiditeit.
- Als eerder ingezette interventies niet het gewenste resultaat hebben gehad.
Het doel van de GLI is een blijvende verbetering van de leefstijl, waarbij terugval zoveel mogelijk wordt voorkomen. Een GLI is, afhankelijk van de leeftijd van het kind, gericht op het bewerkstelligen van gewichtsverlies of gewichtsstabilisatie, het verbeteren van de lichamelijke fitheid en daarmee het realiseren van gezondheidswinst en het verbeteren van de kwaliteit van leven. Tijdens de intake bekijkt de zorgaanbieder of het kind deel kan nemen aan een GLI.
De duur van de GLI is bij kinderen meestal twee jaar, waarna begeleiding voor onbepaalde tijd volgt (er is geen landelijke maximumduur, zoals bij volwassen GLI). De frequentie en intensiteit varieert per jaar:
- Intensieve fase (jaar 1): regelmatige contacten. Werken aan motivatie, haalbare stappen. Inzet van o.a. kinderleefstijlcoach, diëtist, beweegprofessional.
- Onderhoudsfase (jaar 2): Minder frequent contact. Aandacht voor knelpunten, terugvalpreventie.
- Begeleidingsfase na jaar 2: Lage frequentie. Vaak check-ins bij CZV of JGZ. Opschaling indien nodig.
Kenmerken van een succesvolle GLI:
- Betrek het hele gezin en alle verzorgers.
- Kies voor een netwerkaanpak, waarbij voeding, beweging en gedragsverandering aan bod komen, alsmede psychosociale factoren die hierop van invloed zijn.
- Stel in samenspraak met het kind en ouders/verzorgers doelen op, met aandacht voor leefstijl en psychosociale factoren
- Laat één zorgverlener de regie over het totaal aan ondersteuning en zorg uitvoeren (centrale zorgverlener), waarbij er op indicatie andere zorgverleners betrokken kunnen worden.
- Maatwerk wat betreft inhoud is essentieel.
Erkenning en onderbouwing:
GLIs voor kinderen worden beoordeeld via een erkenningstraject van het RIVM en opgenomen op Loket Gezond Leven. Deze erkenning is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar effecten op leefstijl, gezondheid en (indien passend bij de leeftijd) groei- en gewichtsbeloop. Op dit moment is 1 erkende GLI beschikbaar die wordt vergoed vanuit de basisverzekering: Your Coach Next Door Gezond Onderweg!
4.3 Verwijzen
Deze sectie bevat aanbevelingen voor het verwijzen naar andere partijen.
Aanbevelingen
5 Begeleiden
Overgewicht ontstaat door een complexe interactie van biologische, psychologische en omgevingsfactoren. Na de vaststelling van overgewicht of obesitas bij het kind wordt middels een uitgebreide anamnese onderzocht welke (mogelijke) onderliggende oorzaken en beïnvloedende factoren aanwezig zijn.
Leidraad consultatie overgewicht door JV, in afstemming met JA / PA / VS
*Voldoende effect = stabilisatie op de BMI-voor-leeftijd curve én vooruitgang op minimaal twee gedragsdoelen.
Aanbevelingen
5.1 Uitgangsvragen
De volgende uitgangsvraag worden in deze module beantwoord:
- Hoe kunnen JGZ-professionals (ouders van) jeugdigen met overgewicht begeleiden?
6 Bijlagen
Alle bijlagen zijn te downloaden vanuit ‘Materialen’.
6.1 Overzicht materialen
Praten over gewicht:
- E-learning praten over gewicht (De E-learning Praten over Gewicht, aangeboden door JOGG — Kind naar Gezonder Gewicht). Deze e-learning staat in de JGZ-academie bij de externe e-learnings
- Folder praten over gewicht met kinderen en ouders [53].
- Informatiemap ‘In gesprek over eten en drinken’. Dit is een hulpmiddel om in gesprek te gaan over voeding en het gewicht met ouders van kinderen in de leeftijd van 1 tot en met 12 jaar.
- Alles over een gezond gewicht om te delen met ouders. https://www.voedingscentrum.nl/professionals/zwangerschap-en-kindervoeding/jgz-professionals/gezond-gewicht.aspx
- Folder woordgebruik
- Tipsheet: Hoe praat je respectvol met kinderen en hun ouders over gewicht en leefstijl? (2017)
Vaststellen wat er speelt bij kind en gezin
- Leidraad voor de psychosociale en leefstijlverkenning + praatplaat
- Het leefstijlroer voor kinderen 0-4 jaar
- Leefstijlsignaleringsinstrument (FLY-Kids) (0-3 jaar)
- Gezamenlijke Inschattien Zorgbehoeften (GIZ)
Kwaliteit van leven
- Webtool kwaliteit van leven (Kwaliteit van Leven vragenlijsten – Care for Obesity, VU Amsterdam)
- Handleiding Meten en bespreken van de kwaliteit van leven van kinderen met overgewicht en obesitas.
- Handout praten over de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van kinderen met overgewicht of obesitas.
- Flyer: Een vragenlijst over jouw leven.
Advisering:
- JGZ-richtlijnen ‘Voeding en eetgedrag’, ‘Houding en bewegen’ en ‘Slaap’
Interventies kiezen:
- Pagina Loket Gezond Leven van het RIVM.
Voor ouders en opvoeders:
- Informatie over eetopvoeding. https://www.voedingscentrum.nl/nl/zwanger-en-kind/eetopvoeding.aspx
- Hoe praat ik met mijn kind over een gezonder gewicht? Tips voor ouders en andere opvoeders (2021)
- Betrouwbare informatie van artsen. https://www.thuisarts.nl/overgewicht-bij-kinderen/mijn-kind-is-veel-te-zwaar
- Obesitas – KindBijDeDokter.nl
Ketenaanpak:
- Landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas.
- Samenvatting Landelijk model ketenaanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas.
Overig:
- Factsheet richtlijn overgewicht en obesitas bij kinderen, met daarin een link naar de volledige richtlijn (factsheet-richtlijn-overgewicht-en-obesitas-bij-kinderen-vu-amsterdam-juli_2024.pdf), daarbij is ook de webinar ‘Richtlijn obesitas bij kinderen – van theorie naar praktijk’ mogelijk interessant (On-demand Kinder richtlijn 11-06-2024 on Vimeo)
- Factsheet. Stigmatisering in de zorg voor kinderen met obesitas (2016).
- Richtlijnen Schijf van Vijf. Dit is de onderbouwing van de Schijf van Vijf. Ze bestaan uit een praktische vertaling van de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad, aangevuld met specifieke adviezen voor voldoende energie en voedingsstoffen.
- Voor professionals behulpzaam en relevant om meer te lezen over opvoedstijlen. https://www.voedingscentrum.nl/Assets/Uploads/voedingscentrum/Documents/Professionals/Eetomgeving/Invloed%20van%20opvoeding%20op%20eetgedrag%20kinderen.pdf
7 Totstandkoming
Werkgroep
De werkgroep voor de richtlijn ‘Overgewicht’ bestond uit de volgende personen:
| Naam | Functie | Namens |
| Safina Schetters-Mouwen | Jeugdarts | AJN |
| Anneloes van Tintelen | Verpleegkundig specialist | V&VN |
| Aletta Leseman-Vroon | Jeugdverpleegkundige | V&VN |
| Jolanda Veenstra | Doktersassistent | NVDA |
| Marjet Winsemius | Oudervertegenwoordiger | Stichting voor werkende ouders |
| Koen Joosten | Kinderarts | NVK |
| Yael Meijer | Psycholoog | NIP |
| Bibian van der Voorn | Obesitas-arts en landelijk projectleider Care for Obesity VU en universitair docent (en senior onderzoeker) | Care for obesity/VU |
| Edgar van Mil | Kinderarts-endocrinoloog | NVK |
Vanuit TNO zijn aangesloten:
| Naam | Rol |
| Alyanne Boon | projectleider |
| Caren Lanting | arts-epidemioloog/ richtlijnmethodoloog |
| Hristiyanna Ivanova | onderzoeker, richtlijnontwikkelaar |
| Renata Swarts | jeugdarts KNMG (in opleiding) |
Daarnaast werden geraadpleegd:
| Naam | Functie | Namens |
| Lonneke van der Voort | Jeugdarts | AJN |
| Annika Klijn – van den Brand | Jeugdarts KNMG (in opleiding) | AJN |
| Janneke Tersteeg | Jeugdarts | AJN |
| Karin Grotenbreg | Jeugdverpleegkundige | V&VN |
Klankbordgroep
De klankbordgroep voor de richtlijn ‘Overgewicht’ bestond uit de volgende personen:
| Naam | Functie |
| Inge Krijger-de Jong | JGZ-manager |
| Jamal Tchiche | JGZ-manager |
| Janine Bezem | JGZ-manager |
| Leandra Koetsier | Wetenschappelijk expert op de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht |
7.1 Betrokkenheid ouders en jeugdigen
Bij de ontwikkeling van de richtlijn is rekening gehouden met het cliëntenperspectief. De oudervertegenwoordiger bij het cluster “Voeding & Groei” was actief betrokken bij de vergaderingen en heeft schriftelijk feedback gegeven op alle richtlijnmodules. Daarnaast werd een focusgroep georganiseerd met ouders en jongeren. De uitkomsten zijn verwerkt in de richtlijn.
7 jongeren in de leeftijden van 13-19 jaar deden mee. Kort samengevat waren hun opmerkingen over het onderwerp overgewicht:
- Adviezen over gezond eten moeten zorgvuldig (“het hangt er echt vanaf hoe ze het tegen je zeggen”) en met aandacht voor de thuissituatie en de financiële mogelijkheden van gezinnen worden gegeven.
- Wegen op school moet individueel en in een veilige omgeving gebeuren. Neem ook spiermassa en niet alleen gewicht mee in de beoordeling.
- Begeleiding moet afgestemd zijn op de behoeften van de jongere; ‘normaal gewicht’ is subjectief en begeleidingstrajecten moeten in overleg plaatsvinden.
8 Verantwoording
De JGZ-richtlijn ‘Overgewicht’ uit 2012 is als uitgangspunt gebruikt voor de herziening. De kennismodule is in 2024 aangepast op basis van andere richtlijnen, overzichtsartikelen en diverse studies die hierin zijn aangehaald. Voor de modules over preventie en signaleren, samenwerken en verwijzen, en begeleiden is daarnaast systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Verder zijn de kennis en ervaring van de betrokken experts meegenomen bij het herzieningsproces.
8.1 Methoden systematische review
Voor deze herziening is gestart met een oriënterend literatuuronderzoek. Uitgangspunt hiervoor was de JGZ-richtlijn ‘Overgewicht’ uit 2012. Daarnaast werden de Multidisciplinaire richtlijn ‘Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen’ van de Federatie van Medisch Specialisten (2022) en de ‘Richtlijn basisdiagnostiek cardiovasculair risico bij kinderen’ van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (2025) betrokken. Ook is er specifiek gezocht naar artikelen over wensen, behoeften en opvattingen van ouders en jeugdigen ten aanzien van preventie, signalering en behandeling van overgewicht en obesitas.
Vervolgens zijn er systematische zoekacties uitgevoerd op basis van door de clusterwerkgroep vastgestelde uitgangsvragen (zie Uitgangsvragen in de modules ‘Preventie en signaleren’ en ‘Begeleiden’).
Op basis van deze uitgangsvragen zijn twee PICO’s opgesteld (zie Zoekstrategie). Zoekstrategieën uit eerdere systematische reviews zijn als hierbij voorbeeld gebruikt.
Voor een doelmatige werkwijze is gekozen voor een hiërarchische zoekstrategie. Dit betekent dat in eerste instantie bestaande geaggregeerde literatuur werd geraadpleegd, zoals evidence-based richtlijnen, systematische reviews en meta-analyses. Indien deze bronnen onvoldoende informatie boden of niet relevant waren binnen de Nederlandse context of de JGZ, is de literatuursearch aangevuld met gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT’s) en ten slotte observationeel onderzoek. Tevens zijn leden van de clusterwerkgroep verzocht om aanvullende literatuur aan te dragen die mogelijk buiten de initiële selectie was gebleven. Vervolgens heeft het projectteam sleutelpublicaties en overige relevante aangeleverde artikelen beoordeeld op volledigheid van de literatuurlijst (‘sneeuwbalmethode’). Indien methoden of onderwerpen onvoldoende waren onderzocht, is gebruikgemaakt van de beschikbare expertise en praktijkervaring binnen de clusterwerkgroep. Daarnaast is gezocht in twee interventiedatabases: de Databank Effectieve Jeugdinterventies en Loketgezondleven.
8.1.1 Zoekstrategie
PICO 1: Interventie
| Uitgangsvraag: 1. Welke interventie(s) kunnen JGZ-professionals inzetten om bij jeugdigen overgewicht te helpen voorkomen of verminderen? | |
| Vraag volgens PICO-systematiek |
Dient interventie X] (I) in vergelijking met [interventie Y/ geen interventie] (C) aan (aanstaande) ouders of jeugdigen (P) te worden geadviseerd? Patiënten: (Aanstaande) ouders en kinderen (0-18 jaar) in de jeugdgezondheidszorg Interventie: [interventie X] Controle: [interventie Y]/ gebruikelijke zorg/ geen interventie Uitkomsten: BMI, gezondheid, kwaliteit van leven, gezond eet- en beweegpatroon, mentale gezondheid |
| Welke typen onderzoek zijn geschikt? | (Meta-analyses van) RCTs, observationeel onderzoek |
| Domein: | Interventie |
| Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
| Databases(s): PubMed/ Cochrane/ PsychInfo etc. | Datum search: juli 2024 |
| Periode: 2019-2024 | Talen: Engels en Nederlands |
|
Toelichting en opmerkingen:: (Preventieve) interventies. Denk hierbij aan voorlichting aan ouders, aanleren en handhaven van gezonde eetpatronen en gecombineerde leefstijl interventies Uit epidemiologisch onderzoek komen relaties naar voren van overgewicht met: hypertensie, diabetes type 2, infertiliteit, leververvetting en cardiovasculaire problemen, psychosociale problemen (pesten, depressie). |
|
| Database | Zoektermen |
| PubMed |
De volgende concepten zijn betrokken:
|
PICO 2: Diagnosticeren en signaleren
| Uitgangsvraag: 2. Hoe kunnen JGZ-professionals aan overgewicht en obesitas gerelateerde risico’s en comorbiditeit diagnosticeren en signaleren? | |
| Vraag volgens PICO-systematiek |
Wat is de diagnostische waarde (O) van [indextest] (I) versus [referentietest] (C) / geen test] voor het vaststellen van aan overgewicht/obesitas gerelateerde risico’s en comorbiditeit bij jeugdigen (P)? Patiënten: Jeugdigen met overgewicht/obesitas in de jeugdgezondheidszorg Interventie: Indextest Controle: referentietest/ geen test Uitkomsten: diagnostische waarde van de test |
| Welke typen onderzoek zijn geschikt? | Systematische reviews/ observationele studies |
| Domein: | Diagnostiek |
| Setting: | Jeugdgezondheidszorg |
| Databases(s): PubMed/ Cochrane/ PsychInfo etc. | Datum search: juli 2024 |
| Periode: 2019-2024 | Talen: Engels en Nederlands |
|
Toelichting en opmerkingen:: Denk aan:
Afbakening: Aansluiten bij bestaande JGZ-richtlijnen, o.a. Psychosociale problemen, Depressie, ASS, Voeding en eetgedrag |
|
| Database | Zoektermen |
| PubMed |
De volgende concepten worden betrokken:
|
8.1.2 Selectieprocedure (inclusie- en exclusiecriteria)
De reviewers selecteerden de studies in vier fases:
- De eerste selectie vond plaats op grond van titel en abstract
- De tweede selectie na het lezen van de full-tekst
- Vanwege de brede PICO werden een beperkt aantal reviews (met meta-analyses) geïncludeerd die het grootste gedeelte van de populatie en interventies/screeners dekken, rekening houdend met beschikbaarheid in de Nederlandse situatie of de mogelijkheid om dit in te kunnen voeren.
- Individueel onderzoek (met voorkeur voor studies die in Nederland zijn uitgevoerd en in de JGZ) werd slechts gebruikt bij gebrek aan up-to-date systematische reviews.
De selectiecriteria berustten op:
- Inhoudelijke criteria: onderverdeeld in patiënten (P), interventies (I), gewenste vergelijkingen (C) en uitkomsten (O).
- Publicatieperiode: 2019-2024.
- Publicatie taal: Engels en Nederlands.
- Methodologische criteria: Deze zijn afhankelijk van de uitgangsvraag (gericht op interventie, preventie, diagnostiek, prognose, etiologie, etc.). Voor interventie vragen wordt bijvoorbeeld in eerste instantie gezocht naar (meta-analyses van) RCTs omdat hier de minste kans is op vertekening. Voor etiologische en diagnostische vragen is een observationeel onderzoeksdesign meestal meer van toepassing.
- Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die in Nederland beschikbaar zijn (e.g. vertaald en/of materialen beschikbaar).
- Praktische uitvoering: interventies, methoden of instrumenten die binnen de JGZ toepasbaar en uitvoerbaar zijn.
8.1.3 Bepalen methodologische kwaliteit
Gevalideerde beoordelingsinstrumenten zijn gebruikt voor het vaststellen van de methodologische kwaliteit van studies:
| Type | Beoordelingsinstrument | Bron |
| Richtlijnen | AGREE2 | [168] |
| Systematische reviews | AMSTAR2 | [166] |
| RCT’s | Risk of Bias Tool (RoB 2) | [164] |
| Niet gerandomiseerde studies van interventies | ROBINS-I | [167] |
| Narratieve reviews | SANRA | [162] |
8.2 Resultaten systematisch review
Figuur 1 – Prisma flowchart, PICO 1 [165]
Figuur 2 – Prisma flowchart, PICO 2 [165]
Klik op de knop hieronder om de richtlijn te printen.