Bij het ontstaan van obesitas spelen bijna altijd meerdere oorzaken tegelijkertijd, die ook weer met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden (zoals wanneer stress, weinig slaap en weinig bewegen gelijktijdig spelen en elkaar versterken). Obesitas komt ook vaak familiair voor, wat te verklaren is door zowel de gewoonten en de omgeving die familieleden met elkaar delen als de overeenkomsten in het erfelijke materiaal [39].
De tool www.checkoorzakenovergewicht.nl wordt in de multidisciplinaire richtlijn (MDR) en de NHG-richtlijn aanbevolen als screener van onderliggende oorzaken aan het overgewicht. Op alle factoren (veelvoorkomende en zeldzamer) wordt gescreend. De uitslag bevat de rode vlaggen die de start van een gesprek kunnen zijn. De vragen kunnen thuis worden ingevuld en de uitslag kan digitaal (pdf) of als print worden meegenomen naar het consult. De ‘Leidraad voor psychosociale en leefstijlverkenning‘ biedt vervolgens handvatten om in gesprek de psychosociale context en leefstijl in kaart te brengen. Zie verder bij ‘Signaleren en preventie’.
Oorzaken van overgewicht / obesitas kunnen zijn:
Veelvoorkomend:
Leefstijl
In de huidige maatschappelijke context is de voornaamste -maar zeker niet de enige- oorzaak voor overgewicht een ongezonde leefstijl. Belangrijke leefstijlelementen zijn voeding, beweging, slaap, ontspanning, schermgebruik en gebruik van middelen (roken / vapen, alcohol, drugs). Onderliggende psychosociale problemen staan vaak een gezonde leefstijl in de weg.
Leefstijl kan door veel zaken worden beïnvloed. Op veel plekken is er sprake van een ongezonde leefomgeving waarbij er een groot aanbod is aan ongezond en goedkoop voedsel, waardoor het lastig kan zijn om de verleiding te weerstaan. Ook de steeds groter wordende porties en de toegenomen marketing dragen in negatieve zin bij.
Ouders hebben soms onvoldoende kennis over gezonde voeding [8]. Ook bepaalde opvoedingskenmerken (regels, monitoring, gezamenlijk eten, rolmodel) kunnen het voedings- en bewegingsgedrag van kinderen beïnvloeden [19][77][79][89][169]. Een ongezonde leefstijl is, naarmate hij langer bestaat, steeds moeilijker te veranderen.
Sociaaleconomische en culturele omstandigheden
In wijken met voornamelijk mensen met lagere inkomens is de prevalentie van overgewicht hoger dan in andere wijken. Sociale (o.a. stress door meer bestaansonzekerheid, gezondheidsvaardigheden, steun), economische (relatief hogere prijzen van gezond eten ten opzichte van ongezond eten) en fysieke omstandigheden (minder plaats om veilig buiten te spelen, minder recreatieve faciliteiten, minder veilige wandel- en fietspaden en groen) spelen hierbij een rol.
De sociaaleconomische omstandigheden zijn nauw verbonden met culturele factoren. Culturele tradities en gewoonten beïnvloeden wat, wanneer en hoeveel mensen eten. Wat in een bepaalde cultuur als gebruikelijk of wenselijk wordt gezien, kan effect hebben op eet- en beweeggewoonten. In een context waar overgewicht vaker voorkomt of meer geaccepteerd is, bestaat er doorgaans minder sociale druk om een gezond gewicht te behouden.
Psychisch
Onder andere pesten, eenzaamheid, depressie, chronische stress en trauma zijn niet alleen een mogelijk gevolg van overgewicht en obesitas, maar kunnen er ook aan bijdragen. Psychiatrische eetstoornissen zoals een eetbuistoornis (binge eating disorder) of ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder) kunnen ook tot overgewicht leiden [51].
Soms:
Medicatie
Bepaalde medicamenten, zoals antipsychotica (bij kinderen onder andere voorgeschreven bij autismespectrumstoornissen, ernstig agressief gedrag en psychose), antidepressiva (toegepast bij depressie, angst en slaapstoornissen), glucocorticoïden (ontstekingsremmers, bijvoorbeeld als inhalatiepuffer bij astma of als crème), anti-epileptica en diabetesmiddelen, kunnen als bijwerking gewichtstoename hebben.
Voorbeelden van veelgebruikte medicatie met een invloed op het lichaamsgewicht worden gegeven in de MDR Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, Diagnostiek van overgewicht en obesitas bij volwassenen, tabel 1.1. De gevoeligheid hiervoor verschilt van persoon tot persoon. Monitoren van het gewicht is noodzakelijk bij gebruik van deze middelen.
Hormonaal
Obesitas kan samenhangen met stoornissen in het hormonale systeem, zowel:
- als gevolg van obesitas
- als onderliggende oorzaak (secundaire obesitas)
Het gaat hierbij om aandoeningen zoals hypothyreoïdie, groeihormoondeficiëntie, overmatige cortisolproductie, hypogonadisme (bij jongens) en Polycysteus Ovarium Syndroom (PCOS) [51].
Hypothyreoïdie gaat gepaard met een bescheiden gewichtstoename, overmatige kouwelijkheid, obstipatie, trage hartslag of droge huid.
Het syndroom van Cushing omvat een grote groep symptomen die verband houden met een langdurige hoge blootstelling van weefsel aan glucocorticoïden. Dit is een zeldzame aandoening. Oorzaken hiervan zijn het gebruik van medisch voorgeschreven corticosteroïden, een hypofyse adenoom (ziekte van Cushing) en een bijnieradenoom of ectopische ACTH productie. Specifieke symptomen van het syndroom van Cushing zijn bijvoorbeeld romp-obesitas, het gemakkelijk ontstaan van blauwe plekken, een rond en opgeblazen gezicht met rode blosjes (vollemaansgezicht), proximale myopathie (spierzwakte in de spieren die het dichtst bij de romp liggen zoals bovenarmen en bovenbenen, deze zijn vaak ook vrij dun in verhouding), paarse striae, hirsutisme (overmatige haargroei), afbuigende lengte.
Zeldzaam:
Hypothalaam
Hypothalame obesitas is zeldzaam en kan optreden na verschillende aandoeningen of behandelingen die leiden tot schade aan de hypothalame regio, zoals een ruimte-innemend proces in cerebro (ruimte-innemend weefsel als tumor, cyste of abces in de hersenen), malformatie (aangeboren afwijkende structuur van weefsel, bijvoorbeeld bloedvaten), hypothalame schade na bestraling, operatie of hoofdtrauma [66].
Kenmerken en symptomen van een hypothalame oorzaak van obesitas zijn onder andere hyperfagie (ongeremde eetlust) en het ontbreken van een verzadigingsgevoel, insuline- en leptine resistentie en een verlaagd metabolisme [2].
Genetisch
Of iemand obesitas ontwikkelt, is afhankelijk van een samenspel van genetische aanleg, omgevings- en leefstijlfactoren. Tweelingonderzoek suggereert dat genetische factoren verantwoordelijk zijn voor 40 tot 70 procent van de variatie in het lichaamsgewicht [45].
Naast genetische spelen epigenetische invloeden een rol. Dit zijn invloeden van buitenaf die bepalen welke genen aan- of uitgeschakeld worden, zonder verandering in het DNA zelf. Bijvoorbeeld als een kind in utero blootgesteld is aan slechte voeding of langdurige stress, dan kan dat de vetopslag van dat kind langdurig beïnvloeden en zelfs bijdragen aan de toename van obesitas in volgende generaties [4]. In tegenstelling tot genetische varianten zijn epignetische veranderingen omkeerbaar door aanpassing van leefstijl en omgeving.
Heel soms spelen variaties in één specifiek gen een rol. Als voorbeelden van monogene obesitas noemen we: een leptine (receptor) defect, een melanocortine 4 receptor (MC4R) defect of een propriomelanocortine (POMC) defect [57][12]. Vaak is er sprake van een combinatie van signalen: ontstaan van obesitas op jonge leeftijd, hyperfagie (extreme honger en/of verstoord verzadigingsgevoel) en een opvallend gewichtsverschil met de andere gezinsleden.
Bij syndromale genetische obesitas komen daarnaast andere kenmerken voor: verstandelijke beperking, gedragsproblemen, autisme en/of aangeboren en dysmorfe kenmerken. Voorbeelden van syndromale genetische obesitas zijn: Down, Prader-Willi, 16p11.2 deletie, Bardet-Biedl, en Alström syndroom. Voor meer informatie over de verschillende syndromen, zie Syndromen – Kinderneurologie.